+ Plus

Reizen Normandië

Normandië, de streek in het noordwesten van Frankrijk waar de geallieerde troepen op D-day voet aan land zetten, om vervolgens aan de weg van de bevrijding te timmeren. Maar de regio behelst meer dan louter die turbulente geschiedenis tijdens WO II. Om de streek echt te ontdekken moet je het achterland in. Bocage landschappen, stokoude dorpen, cider, camembert, een enorme basiliek en zelfs een klein stukje Zwitserland. Veel diverser wordt het niet snel!

“Pas des chien sur la plage, Madame!”, roept de strandwacht naar een vrouw met een abrikoos kleurige poedel bij de toegang tot het strand. Geen enthousiaste honden toegelaten dus, maar verder is het op het zand één en al vrolijkheid en vermaak. We staan in Cabourg, een badplaats die in het midden van de 19e eeuw werd ontworpen op de tekentafel, enkel om de rijke Parijzenaars te plezieren. De met erkers en torentjes opgetutte villa’s uit het Belle Époque-tijdperk staan in waaiervorm rond het Grand Hotel en casino. Sjieke buurt is het, de rijkdom druipt er bijna letterlijk van de muren. Het is er ook behoorlijk druk. Het lijkt alsof half Parijs is uitgerukt om van deze zomerse stranddag te genieten. Beetje jammer, we zijn immers hier voor een rustig rondje tuffen. Een goede reden om onmiddellijk rechtsomkeerd te maken en het binnenland in te duiken.
Maar eerst even tijd voor een brokje nuchtere aardrijkskunde. Normandië, goed voor een oppervlakte van ruwweg 30.000 vierkante kilometer, beslaat vijf departementen en is onderverdeeld in Basse-Normandie en Haute-Normandie. De regio is ongeveer net zo groot als België en telt ruwweg 3,3 miljoen inwoners, waarvan de meeste langs de kust wonen of in de steden Le Havre en Rouen. Normandië is te groot om in een paar dagen uit te kammen en dus beperken we ons in grote lijnen tot de regio Calvados. Tot zover de droge kost, we kunnen de motor tot leven wekken. En zo rijden we van de kust in een rechte streep, op de kaart welteverstaan, langs de monding van de rivier de Orne tot in Caen. Het is een stukje weg dat voert langs de oevers, maar zonder veel franjes. Cementfabrieken en petrochemie domineren het landschappelijke decor. Vrachtwagens rijden af en aan. De weg naar het paradijs loopt veelal over doornen, we gaan er dan maar van uit dat dit ook hier het geval is. We rijden Caen binnen en dat is al meteen een verademing. Een brede boulevard leidt recht naar het Chateau Ducal, een enorm kasteel dat de binnenstad echt aanzien verschaft. Het kasteel werd omstreeks 1060 gebouwd door Willem de Veroveraar, toen deze regeerde over zijn hertogdom Normandië. Tegenwoordig vormt Caen het bestuurlijke centrum van het departement Calvados. In de schaduw van het enorme kasteel ligt de levendige Rue Saint-Pierre, op het eerste gezicht een kloon van de Brusselse Rue de Bouchers. Het is een gezellig straatje dat uitpuilt van de eettentjes en trendy cafés. Bovendien is het verkeersvrij en dat maakt het steegje erg populair bij de Caennais en toeristen, die vooral tijdens de zomermaanden en masse naar de stad afzakken. We lopen verder en komen uit bij de jachthaven met een aanpalend marktplein en promenade langs het water. Vooral de markt is interessant. Al het goede dat de zee te bieden heeft ligt er aantrekkelijk uitgestald bij verschillende kraampjes. Mosselen, oesters, krabben en allerhande andere soorten vis rusten er op een bedje van ijs. We snuiven even de sfeer op en springen dan opnieuw in het zadel.
We verlaten Caen in zuidelijke richting. Na de laatste woonblokken komen we meteen middenin de natuur terecht. Akkers, weilanden en wegen worden omzoomd door dichte wallen kreupelhout, hagen van haagbeuk en bomenrijen. Ze verdelen het land in een gigantisch lappendeken. De boeren hebben door de eeuwen heen dit speciale landschap gecreëerd en het de naam ‘bocage’ meegegeven. Helaas brengen recente veranderingen in het landbouwbeleid, meer specifiek de plannen voor een ruilverkaveling, brengt de authenticiteit van het gebied in gevaar. Laten we hopen dat de Fransen hun verstand gebruiken en dit unieke stukje natuur niet verprutsen.

Dwars door de bocage coulissen rijden blijkt een schitterende belevenis op zich. Een bescheiden straatje slingert zich krom in verschillende richtingen en klieft door het landschap. Bochten draaien alle kanten op, waar het asfalt precies naar toe spartelt, dat blijft  een verrassing. Het lijkt alsof de bermen en hagenrijen het traject geheim willen houden en niet zomaar prijs geven. Je moet er inderdaad iets voor doen. Aandachtig sturen, goed uit je doppen kijken en de bochten juist inschatten. En zo zakken we steeds dieper weg in het lommerrijke Normandische achterland. Wanneer de velden en akkers op en neer beginnen te wiegen en er zich kleine valleien en beboste heuvelruggen in het landschap vormen, wordt de streek nog aantrekkelijker. We zijn in ‘Suisse Normande’ aanbeland, een regionaal nationaal park in het hart van de Calvados. De hoogteverschillen worden groter, in het dal zoekt de rivier de Orne meanderend zijn weg tussen steile rotswanden die op hun beurt kleine bergen vormen. Het lijkt alsof de natuur zich wil meten met het echte Zwitserland. Het dorpje Thury-Harcourt vormt de noordelijke toegangspoort tot dit mini-Zwitserland. Het is een fraai dorp met een antieke wasplaats midden op het dorpsplein. De vakwerkhuizen zijn er netjes opgeknapt en rijk gevulde bloembakken kleuren het straatbeeld.
Toch blijven we er niet hangen. We starten onmiddellijk met de bewegwijzerde route die ons in de vorm van een looping door de regio leidt. Weg D562 nestelt zich langs de oevers van de Orne en blijft het verloop van de rivier op de meter nauwkeurig trouw. Het baantje slingert heen en weer, duikt soms plotseling naar beneden om haast meteen weer recht te trekken en aansluitend een horizontale streep van een paar honderd meter trekt. Kortom, het is een droomtraject voor motorrijders die in sneltempo wat bochten willen meepikken. Het andere goede nieuws is dat er niet al te veel tegenliggers zijn. Een hoge gemiddelde snelheid haal je hier natuurlijk niet, maar daar zijn we ook helemaal niet mee bezig. Rustig toeren en tegelijkertijd genieten van wat er links en rechts op het decor verschijnt, dat is het devies. Dat decor is vooral gevuld met een waaier van groene velden en goudgele akkers vol graan. Bebouwing is er alleen in de vorm van enkele gehuchten, die nauwelijks een paar huizen groot zijn. Ter hoogte van Pont d’Ouilly wijken we even af van de gemarkeerde route, met een goede reden: ons bed voor vanavond staat in Bagnoles-de-l’Orne. Een tenger asfaltweggetje loopt onder het overkoepelende bladerdek van eikenbomen. Een heerlijk baantje dat zachtjes op en neer wiegt en uiteindelijk naar de deur van ons hotel leidt. De dag zit er op. 

De volgende morgen is de zon eerder op dan wij. Diner, rosé en nachtrust hebben onze lichamen gemasseerd. Om klokslag negen uur zitten we fit en monter op de motor. We rijden naar het centrum van Bagnoles. Het stadje geniet lokale bekendheid als kuuroord en is prachtig gelegen aan een klein meertje. Balneolum, de Latijnse naam voor Bagnoles, betekent baden, en dan weet je onmiddellijk dat alles hier is afgestemd op wellness. De thermen worden gevoed door een bron van waaruit 50.000 liter water per uur met een temperatuur van 26° uit de bodem welt. Het kuuroord staat tevens bekend om zijn expertise op het gebied van reumatologie. Goed om te weten, maar voorlopig geraken gaan we eerst maar eens te paard. We pikken weer aan bij de gemarkeerde route ‘Petite Suisse’. Rollende heuvels, afgewisseld met enkele scherpe kammen, waarvan de tanden iets meer dan 300 meter boven de zeespiegel uittoornen, tekenen de horizon. We rijden over een dun streepje asfalt dat door het veelal diepgroene landschap van bossen en weideland spartelt. Ondertussen heeft de zon het grauwe ochtendgrijs aan flarden gescheurd. Met open vizier rijden we een prachtige zomerdag tegemoet. Het bos wordt dunner en we komen in open veld terecht. En dan lijkt het alsof er een wekker is afgegaan: plotseling staan de bermen vol met madelieven, dotterbloemen, fluitenkruid en overal springen groepen klaprozen op rood. Een enorme weide, enkele voetbalvelden groot, staat in vuur en vlam, zij het met kleurrijke flora. We stappen af en zetten ons in de zachte berm. Vogels zingen uitbundig de warme zonnestralen tegemoet, gonzende bijen vliegen op en neer, niet goed wetend waar eerst neer te strijken, en in het aanpalende bos klinkt het hamerende geluid van een specht. En verder heerst er stilte. Het is een paradijselijke plek waar de wind zachtjes tegen de bloemenstengels zucht en de tijd ongemerkt voorbij glijdt. Mocht er een perfect stukje wereld bestaan is, dan kan die nooit ver weg zijn. Dromerig liggen we in de kniehoge bloemenzee, tot in de verte een heggenschaar de stilte aan flarden knipt. Tijd om de motoren tot leven te wekken. In dalende lijn rijden we naar de vallei en daar komen we opnieuw bij de oevers van de Orne terecht. Hier geen rustig verloop op en naast het water zoals gisteren, maar wel een hoop bedrijvigheid in de vorm van kayakkers en fietsers. We naderen Clécy, het toeristische epicentrum van Normandisch Zwitserland. Clécy is de uitvalsbasis voor buitensporters als wandelaars, rotsklimmers, mountainbikers, kayakers en deltavliegers. In de smalle straatjes langs de waterkant is het één en al drukte en daar hebben we vandaag even geen zin in. Geen probleem, we sturen naar rechts, een ander departementsweggetje op en voilà, de rust keert meteen weer. 

En zo rijgen we de kilometers aan elkaar zonder echt haast te hoeven maken. Als je echt wil, dan kan je de toeristische route Suisse Normande in anderhalf uur afraffelen, maar dat wil je echt niet. Uiteindelijk kalven de rotsformaties af en waaien de valleien uit over een groot plateau dat tot aan zee reikt. We zijn in de ‘Pays D’Auge’, een deelregio van de Calvados. Kleine landwegen kronkelen traag door een landschap vol koeien en appelboomgaarden. Koeien, dan denk je meteen aan kaas. Niet onterecht, de Calvados is het thuis van één van de beroemdste kazen ter wereld: de camembert, een zachte kaas gemaakt van koeienmelk. Het beroemde schimmelkaasje wordt in het gelijknamige dorpje Camembert geproduceerd en wel volgens een eeuwenoud afkomstig van lokale monniken. Het dorp willen we wel eens zien en dus draaien we in oostelijke richting en pakken een route door een landschap dat er tamelijk verlaten bij ligt. In deze uithoek van Normandië vind je alleen kleine dorpjes die met elkaar verbonden zijn via een smalle eenbaanswegen. We hebben de weg voor ons alleen vandaag, de postbode die op zijn knalrode Vespa voorbij stottert niet meegerekend. Plotseling een bord, Camembert linksaf. Enkele ogenblikken later rollen we de dorpskern binnen. Alhoewel kern, vijf huizen in de schaduw van de kerktoren met een pleintje ervoor, meer is het eigenlijk niet. In één van de huizen is het kaasmuseum ondergebracht, er tegenover staat het ‘Maison du Camenbert’, dat zowel als souvenirwinkel en kaasbar dienst doet. En omdat het toch lunchtijd is, laten we een stukje kaas op ons bord glijden.
Op weg naar Lisieux klieft de weg door weilanden en boomgaarden die tot aan de horizon reiken. In het zachte gras grazen paarden. Normandië is de bakermat van de Franse paardenfokkerij. Reusachtige stoeterijen fokken de meest exclusieve rassen, die in het Midden-Oosten gretig aftrek vinden. De steenrijke oliesjeiks kijken niet op een paar miljoen euro meer of minder wanneer het een edele viervoeter met kwaliteit in huis betreft. Ze geven deze dieren zelfs aan hun zonen en dochters als verjaardagsgeschenk.
Aan paardenkrachten hebben wij geen gebrek. Op een lange rechte lijn gassen we eens flink door, tot een bord met ‘distillerie de calvados’ ons in de remmen doet gaan. We willen wel eens zien hoe dat in zijn werking gaat. Bernard, een calvadosboer met handen als kolenschoppen en even dikwandig als zijn flessen in de kelder, neemt ons op sleeptouw. De rondleiding begint bij de ‘pressoir’, de pers waar de appels geplet worden. De appels worden per soort in enorme bakken opgeslagen. Voor een harmonische calvados zijn vier appelfamilies nodig (zachte, bittere, zoetbittere en zure). Dan volgt de distilleerderij. We komen terecht in een reusachtige schuur met aan de ene kant grote koperen destilleerketels en aan de andere kant eiken vaten. “De basis voor de calvados is gegiste cider (appelwijn red.), die twee jaar in eiken vaten heeft gerijpt”, legt Bernard uit. “De calvados wordt uiteindelijk verkregen na een dubbele distillatie in koperen ketels, waarna uiteindelijk de eau-de-vie opnieuw in eiken vaten wordt opgeslagen voor het definitieve rijpingsproces.” Nu we dat allemaal weten, hoeven we alleen nog te proeven.
De laatste kilometers van onze trip door Normandië leidt ons naar het stadje Lisieux, om uiteindelijk de rit af te sluiten in Honfleur. Een landweggetje krult van dorp naar dorp in noordelijke richting, tot aan de rand van de stad. Lisieux is vooral bekend van de wereldberoemde basiliek, die jaarlijks duizenden gelovigen aantrekt, die de heilige Thérèse komen groeten. Wij bekijken het religieuze schouwspel van een afstandje. Tenslotte pakken we de laatste meters naar Honfleur, één van de meest pittoreske havenstadjes van Frankrijk. Honfleur ziet er uit als een postkaart. Zeilbootjes in de oude haven dobberen rustig op het wateroppervlak, een schilder op de kade borstelt een stilleven en toeristen kuieren er door de sfeervolle straatjes. En dan is het tijd voor één van de mooiste momenten na een heerlijke dag sturen: we laten ons achterover zakken in een krakende bistrostoel met een rode wijn in de hand. Het leven is hier goed. Bijzonder goed!

INFO NORMANDIË

Ligging: Noordwest-Frankrijk
Hoofdstad: Rouen (Haute-Normandie) / Caen (Basse-Normandie)
Afstand vanaf Utrecht: 495 km (Rouen)
Buurregio’s: Picardië (noord/oost), Ile-de-France en Centre (oost), Pas de la Loire en Bretagne (zuid) en in het westen Het Kanaal en Atlantische Oceaan
Oppervlakte: 30.627 km² (3/4 keer Nederland)
Inwoners: 3,3 miljoen
Totale kustlijn: 650 km
Hoogste punt: Signal d’Écouves (413 meter)
Toeristische trekpleister: kliffen van Étretat, Mont Saint-Michel, kathedraal Saint-Pierre in Lisieux, Le Havre (centrum), Tatihou, Amerikaanse kerkhof van Colleville-sur-Mer en de D-Day invasiestranden, Pont de Normandie (tuibrug), Notre-Dame van Bayeux, Rouen en nog diverse pittoreske oude dorpjes, nationale parken en ander natuurschoon.
Taal: Frans
Schrift: Latijn
Munteenheid: Euro
Tijdsverschil: geen

Klimaat: de ligging aan de Atlantische Oceaan met een matigende invloed, zorgt voor een heel mild klimaat in Normandië met heel geringe temperatuurverschillen tussen zomer (gemiddeld 18° tot 20°) en winter (gemiddeld 4°). Met name in het westen van Normandië en Pays de Caux valt er bovenmatig veel neerslag.
Geografie: het landschap van Normandië is uiterst gevarieerd. Spectaculaire kliffen aan de westkust gaan over in het Armoricaanse massief, dat in het zuidoosten grenst aan het Bekken van Parijs. Klinkt spectaculair, toch weet het reliëf niet echt aan hoogte te winnen en komt het zelden boven de 200 meter. Met als uitzondering de Signal d’Écouves die tot 413 meter hoog reikt. De regio wordt door tal van grote en minder grote rivier doorkruist, waarvan de Seine zonder twijfel de bekendste is. De rijkelijke bewatering is onder meer verantwoordelijk voor de landschappelijke diversiteit.
Wetenswaardigheden: Normandië betekent letterlijk vertaald ‘land van de Noormannen’ en dankt zijn naam dus feitelijk aan de Vikingen, die het gebied rond 800 na Christus binnenvielen en enkele eeuwen bezetten. De Franse regio is vooral bekend om de beslissende rol die het speelde tijdens de Europese invasie op 6 juni 1944 door de geallieerde strijdmachten tijdens WOII, die leidde tot de bevrijding van West-Europa. Met name de amfibische landing op Sword Beach, Juno Beach, Gold Beach, Utah Beach en Omaha Beach, met zware verliezen, spreken nog altijd tot de verbeelding.
Wanneer: in principe kun je er door het gematigde klimaat van april tot en met oktober prima terecht. Normandië behoort weliswaar tot de meest regenachtige regio’s van Frankrijk, qua neerslag is het vergelijkbaar met Nederland.
Gereden route: ‘Suisse Normande’ van Caen naar Honfleur (bewegwijzerd, 65 km) 

CONTACT
www.normandie-tourisme.fr

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.