+ Plus

Reizen Dolomieten offroad

Sella Ronda en de Drei Zinnen: behalve het vele asfalt zijn dit duidelijk de hoogtepunten van de Dolomieten. Maar is dat wel zo? Wij begeven ons daarom eens buiten de gebaande paden in het kielzog van een ingezetene, die ons door onbekende Dolomieten leidt. We ontdekken een fascinerend en avontuurlijk gebied!

Hebt u al een keer een blind date gehad? Dan vergaat het u waarschijnlijk net zo als mij: in het hoofd ontstaat een beeld van de persoon die je zult ontmoeten. Een beeld, dat misschien wel lijkt op Halle Berry of Rihanna. Momenteel zijn mijn verwachtingen niet zo hoog gespannen, want mijn blind date is namelijk mannelijk en luistert naar de naam Giorgio. Maar toch heb ik een beeld in mijn hoofd: een pittig natuurmens, een bekwame en deugdelijke offroadrijder ook. Als ik na meerdere uren langdurige regenval en beangstigende hagelstormen kort na middernacht aankom bij het vakantiehuis van Giorgio, ben ik alsnog verrast.
Zowel met Rihanna als het beeld in mijn hoofd heeft Giorgio weinig gemeen: een wilde volle baard, gezet figuur, het prototype van een gezellig mens. Boven de hoekbank, waar Giorgio op zit, hangt een verzameling foto’s die de Heilige Georg toont tijdens het drakendoden. Ben ik hier wel bij de juiste Giorgio? Die de wilde routes van de Dolomieten niet alleen kent, maar ze ook kan rijden? Ik heb me vooraf al behoorlijk zorgen gemaakt of ik een hier bekende terreinjunkie wel zou kunnen volgen met mijn Transalp. Bij een dampend bord pasta met tomaten en ansjovis kom ik weer een beetje op temperatuur en verdwijnen mijn zorgen. Tot de volgende ochtend dan, daarna komen ze gewoon weer terug.
Een 750cc Super Ténéré staat in de mottenballen onder het balkon van Giorgio zijn vakantiehuis. “Die moet ik nog repareren”, vertelt de aimabele Italiaan, “maar dat maakt niet uit, want ik neem toch de DRZ.” En hop! Daar is ie weer! Mijn grote zorg van gisteren, ik zou misschien wel eens helemaal verkeerd kunnen zitten met mijn Transalp. Uit voorzorg demonteer ik de aluminium koffers. Als ik al op mijn plaat ga, dan maar met zo weinig mogelijk deuken. Giorgio daarentegen gespt een klein koffertje vast aan zijn terreinhopper. “Voor de meest noodzakelijke dingen.” Wat dat dan ook maar moge zijn.

Al snel verlaten we de SS51 en slaan af naar Forcella Chiandolada. Alleen maar asfalt. Mijn adrenalinepeil zit net boven het nulpunt. Dan een scherpe haarspeldbocht naar links en de weg klimt met een waanzinnig stijgingspercentage de berg omhoog. Onlangs was ik op Madeira en dacht dat daar de steilste wegen van Europa te vinden waren. Maar nee, hier zijn ze! Het adrenalinepeil zit inmiddels in het geel. Ik probeer een beetje tot rust te komen: het is immers geen gravel, maar dat zit er wel aan te komen. Tussenstop bij de Rifugio Talamini. “Zeg eens Giorgio, wat is dat voor een aluminium-kist aan jouw DRZ?” “Die heb ik gekregen van een tegelvertegenwoordiger, die had daar zijn demo’s in zitten. Ziet er tof uit, toch?” Ik bekijk de tegelkoffer met enige twijfel. Zo schuin als die aan het frame hangt, overleeft ‘ie nog niet eens een minisprongetje vanaf de stoeprand. Giorgio is mijn twijfelachtige blik niet ontgaan. “Zit er al eeuwig op, bovendien wordt hij nog extra op zijn plek gehouden door dit elastiek hier.” Ja, met die constructie zit het wel goed…
We wisselen van zijde in het dal. De Monte Antelao torent zich voor ons omhoog als een hamburger in een monsterlijk XL-formaat, de rolsplit spat van onze profielbanden af. Een behoorlijk tempo rijden is hier schier onmogelijk. Te nauw is het pad, te hoekig zijn de haarspeldbochten, te steil zijn de hellingen. Bovendien is er nauwelijks rijwind. De ventilator van de Transalp vecht tegen de hitte. Het lawaai dat het ding produceert doet bijna denken aan een opgevoerde stofzuiger. Diep onder ons straalt het Lago di Cadore in een badkamergroene kleur uit de seventies, een wonderlijk gezicht. Eindelijk komt er een einde aan de klim en de nu tot zandweg getransformeerde piste duikt een soort van oerwoud binnen. De motoren klinken dof. Verfrissende druppels spetteren door het vizier op het gloeiende gelaat. We zijn echt net het Rifugio Antelao binnengetreden, wanneer er ter verwelkoming een buitje valt. Op de televisie kijken we niet veel later naar de weersvoorspelling voor de volgende dag: in de dalen worden temperaturen verwacht van rond de 40 graden. En mijn T-shirt zit vandaag al vol met allemaal transpiratiekringen.

Kent u die wonderschonen passage op de Ligurische Grenzkammstrasse, die over de bergkam kronkelt? Die piste met al die losse stenen? Van veel rijders die de route hebben gereden, kreeg ik achteraf te horen dat ze dat met flink klotsende oksels deden. En daar denk ik op dit moment aan. Onderweg naar Val d’Òten. “Geen flinke hellingspercentages hoor”, stelt Giorgio mij enigszins gerust. “Maar wel een heerlijke vallei.” Altijd vlak langs de rivier baant de piste zich een weg naar het onbekende. Iets te onstuimig stormt de Òten ieder voorjaar door het dal, waardoor we nu achter een bulldozer staan te wachten die de piste weer in orde maakt. Als we de herrie makende stenenschuiver achter ons hebben gelaten, komt het Ligurische gedeelte van de piste. Van alles rolt en schuift er onder de Transalp door, alleen niet in een rechte lijn. En de stofzuiger begint zich er ook weer mee te bemoeien. Het adrenalinepeil: oranje. Mijn T-shirt: doorweekt. Terwijl het nog geen 10 uur in de ochtend is. Maar er nadert afkoeling: aan het einde van de vallei gaat de piste dwars door de Òten. Het water van de ijzige rivier spat overal door de kleding heen, zet de sokken onder water. Heerlijk! Volgens Giorgio is dit pas het begin, ik heb ook nog helemaal geen idee van wat er allemaal nog meer gaat komen. Nog niet.
Een piste splitst zich twintig rustige kilometers verderop in Auronzo af, die mij a) doet twijfelen of ik daar eigenlijk wel rijden wil, en b) mijn adrenalinepeil omhoogstuwt naar rood. Mijn hemel, wat is dit steil! Mijn twijfels worden volledig door Giorgio genegeerd, hij rijdt stoïcijns verder: de tegelkoffer voorop, de stofzuiger er achteraan. Het achterwiel van Giorgio zijn DRZ springt meerdere keren weg. Ik probeer met mijn stofzuiger op koers te houden. Stoppen is geen optie meer. Het zou dan direct alleen nog maar achteruit de berg naar beneden gaan.
Voor me zie ik hoe de tegelkoffer met alleen het meest noodzakelijke erin het bijna begeeft. Alleen het bijna knappende elastiek houdt de boel nog bij elkaar, maar dat lijkt Giorgio niet te deren, die houdt het gas er gewoon op. Hij mag er dan niet direct het postuur en uitstraling voor voor hebben, maar mijn god, wat kan deze man goed offroad rijden. Ook ik groei gelukkig in mijn rol. Des te verder we bergopwaarts komen, des te inniger wordt de verhouding met mijn Transalp: “Schatje, breng me asjeblieft daar omhoog!”
Eindelijk een open plek in het bos. Daar aan de overkant! Het bergmassief van de Marmarole en daarnaast de Drei Zinnen! Vol ongeloof veeg ik het zweet uit de ogen. Ondertussen repareert Giorgio zijn koffer, op redelijk provisorische wijze. De wankele houder is kapot en de oude elastieken band krijgt nu de belangrijke functie de boel bij elkaar te houden. “Wat was er eigenlijk met dat verkeersbord beneden in het dal? Is deze weg legaal of illegaal?”, wil ik weten. “Vroeger was er een slagboom, die de boel versperde voor doorgaand verkeer. Deze is ooit verwijderd, dus heel serieus kan dat toegangsverbod niet zijn!” Wat kan een stukje relativeren toch opluchten soms!

Dino is de waard van de Rifugio Baion. We zijn nog niet helemaal in de berghut aangekomen of er staan al twee glazen met witte wijn op tafel. Ik zou nu liever een duik nemen in een bergbeek, maar deze gastvrijheid moet je natuurlijk met open armen ontvangen. Het middagmaal wordt door gastheer Dino afgerond met een borreltje: zelf gedestilleerde grappa. Met de gedachte aan een gevaarlijke rit bergafwaarts gun ik mijzelf ook een glaasje. Proost!
Die gevaarlijke rit naar beneden blijft uit. “De route naar Lozzo is veel makkelijker en ook gedeeltelijk geasfalteerd”, legt de geslepen vos Giorgio uit, “maar eerst wil ik je nog iets laten zien.” Zijn woorden galmen nog na wanneer hij van de dalweg afslaat naar links, naar de Col Vidal. Gedurende de Eerste Wereldoorlog fungeerde deze als verdedigingslinie voor de Italianen. Om ervoor te zorgen dat de Col goed bereikbaar was voor de bevoorradingsvoertuigen voor de manschappen, werden de hellingen heel gematigd aangelegd. Ik slaak een zucht van verlichting. Heerlijk ontspannen cruisen over het grind met een ver uitzicht tot over de dalen van de Cadore. Toch wordt het niet saai, want plotseling verdwijnt de piste dieper in de steile berghelling en eindigt in een kletsnatte grot. Niemand zou zich verbazen als Gollum nu vanachter een rots tevoorschijn zou komen.
Het fort op de Col Vidal heeft duidelijk betere tijden gekend, het staat zo’n beetje op instorten. Van de kleine hooggelegen artillerie-eenheid zijn alleen nog maar de inslagkraters en massieve betonkubussen overgebleven. En precies dit is de weg die Giorgio mij wilde laten zien. Niet vanwege de overgebleven resten van de oorlog, maar vanwege het uitzicht naar het noordwesten. Daar prikken de puntige toppen van de Drei Zinnen in de blauwige nevel van de namiddaghemel. Ik herinner me aan wat een van de berghutherbergiers over de Cadore zei: “We staan hier buitenspel.” Ja, dat geloof ik intussen ook wel. Maar hoe! Het is hier prachtig! Een gebied waar de gebruikelijke toeristenrommel zijn intrede nog niet heeft gedaan.
“Hoe is het je tot nu toe bevallen?”, vraagt Giorgio mij vanachter zijn bril. “Zo mooi had ik het me echt niet voorgesteld.” “En je hebt nog geen kwart gezien van hetgeen hier mogelijk is.” Zo gaat het wel vaker met blind dates: de eerste indruk bedriegt en een verrassing ligt altijd op de loer. Die kans is in ieder geval heel wat groter dan een Rihanna treffen, die offroad kan rijden!

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.