Nieuws

Interview Collin Veijer

Het was zijn eerste jaar. Hij stond twee keer op pole, werd een keer derde en won een Grand Prix. Als eerste Nederlander in 33 jaar. Maar zijn weg naar succes liep Collin Veijer niet alleen. MotoPlus sprak met de nieuwe Nederlandse motorsportheld en met zijn trainer Stef Raben en persoonlijk manager Laurens Klein Koerkamp. “Als hij verliest, is het niet leuk.”

In een gym in Staphorst probeert Collin Veijer te voorkomen dat Stef Raben de bal van zijn voeten plukt. Veijer speelt een verloren wedstrijdje tegen Raben, die tot zijn 28e op hoog amateurniveau speelde. Samen met zijn goede vriend en oud-crosser Herjan Brakke begon hij I React, waar de twee ambitieuze en gemotiveerde sporters fysiek en mentaal bijstaan. Jurjen Veijer benaderde Raben of hij zijn 9-jarige zoon niet eens wilde trainen. “Daarna kwam hij twee keer per week, toen drie keer, vier keer. Toen elke dag”, lacht Raben. Terugkijkend op inmiddels negen jaar trainen met Raben, heeft Collin ooit met tegenzin getraind? “Ja, altijd eigenlijk….” Veijer en Raben lachen. “Nee, beslist niet. Natuurlijk heb je weleens minder zin – bijvoorbeeld als het héél vroeg in de ochtend is – maar als je aan de training begint, is dat gevoel ook zo weg. Ik heb hier op m’n elfde wel eens om 6 uur ‘s ochtends gestaan… Maar voor de rest is het hartstikke leuk.”

Raben heeft zijn pupil, die samen met plaatsgenoot en crosser Dave Kooiker kwam trainen, goed leren kennen. “Collin – en ook Dave, trouwens – wilde graag. Hij was enthousiast en energiek. En heel competitief. Tijdens gymtrainingen koppelen we de oefeningen vaak in wedstrijdverband. Bij ons draait het om winnen en verliezen. Verlies je, dan ben je niet goed genoeg en moet je zorgen dat je beter wordt”, is Raben duidelijk. “Hij moet het eigenlijk niet horen, maar het is fijn om Collin er bij te hebben als atleet. “Wij willen geen mensen hebben die we moeten motiveren. Dan kunnen we beter allemaal thuisblijven.” Nooit bespeurde hij een gebrek aan inzet bij Veijer. “Zelfs als hij herstelritjes moet doen, moet ik er heel duidelijk bij zeggen dat hij niet moet pushen.” Verderop grinnikt het gespreksonderwerp weer. “Ik heb gewoon heel veel energie.”

Bij binnenkomst van de gym valt een groot ‘whiteboard’ op, met achter handgeschreven namen tijden en resultaten bij oefeningen. “Als die jongens binnen komen, lopen ze eerst naar het bord om te kijken wat de records zijn en wie ze heeft”, weet Raben, die ook onder meer werkt met het Yamaha MX2-fabrieksteam waar vriend Brakke de teammanager is. “Dat ze dat doen, dát is wat we willen. Er is altijd meer uit iemand te halen.” Als peilers van zijn trainingen noemt hij focus, reactie en balans. “Racers werken op een centimeter van elkaar met 230 per uur. Dat vraagt om een goede focus en concentratie, en ook om een snelle reactie. Daarom trainen we hier bijvoorbeeld ook altijd met die reactielampjes.”

Het lijf trainen is echter niet genoeg, weet Raben. “Hard trainen is niet genoeg om de top te bereiken. Op z’n tiende of elfde had hij al een hartslagmeter om en moest Collin ‘s ochtends melden hoe hoog zijn rusthartslag was. Voor ons, maar ook voor zichzelf om te leren dat hij daar de hele dag mee bezig moest zijn. Dat is ook discipline opbouwen.” Raben maakte Veijers ontwikkeling van zeer nabij mee en speelde daar ook een belangrijke rol in. Terwijl aanvankelijk de jonge Staphorster zijn talent etaleerde tijdens minibike-races door Europa, werd het werkterrein verder verlegd naar het Italiaanse kampioenschap, de Red Bull Rookies Cup en het Junior Moto3 WK, voornamelijk verreden in Spanje. Voor een nog betere focus en betere trainingsmogelijkheden vertrok Veijer eind 2021 zelfs naar Spanje om bij zijn trainer te gaan wonen. De stap naar de Grands Prix in 2023 betekende weliswaar een nieuwe uitdaging, maar was tegelijkertijd ook het podium waar Veijer & co terecht wilden komen. Het contact met Raben werd alleen maar nauwer. “Ik denk dat Stef een heel groot aandeel heeft gehad in waar ik nu ben”, zegt Collin. “We werken al zó lang samen en als hij weg zou vallen, zou het wel heel anders worden.”

Fysiek was de sportieve stap hogerop – geheel volgens Rabens verwachting – dankzij een gedurende het voorseizoen opgebouwde basis geen probleem voor de eerstejaars GP-coureur. Wel kwam Veijer voor nieuwe uitdagingen te staan. Het reizen bleek een groter probleem dan verwacht. “Dat heeft met herstel te maken”, doceert Raben. “Je reist en moet even acclimatiseren. Dat heeft tijd nodig, maar die is er niet altijd. Dan moet je er van alles aan doen om dat te versnellen.” Omdat Raben vanwege zijn andere verplichtingen slechts drie maal aanwezig was tijdens een Grand Prix-weekend, verliepen de dagelijkse contacten vooral via de telefoon. “We belden heel veel”, zegt Collin. “Ook beeldbellen. En veel appen. Maar niet op vaste momenten. Het komt ook van beide kanten.” “Heeft hij me nodig, dan kan hij bellen”, vult Raben aan. “Jurjen is daar ook heel goed in. Ik zie het heel erg als een driehoek: Jurjen, Collin en ik. Hoewel er echt nog wel meer belangrijke mensen zijn, hoor. Als Collin na een sessie ergens naar toe moest, belde Jurjen me om me bij te praten. Dat werkte goed.”

Na vrijdag in Mugello, waar Veijer de dag als 27e van 29 rijders afsloot, moest Raben de coureur op afstand ‘resetten’. “Je neemt dan dingen met elkaar door. We hebben samen met de mensen om Collin heen een plan gemaakt en daar moeten we aan vasthouden. Als je uit koers wordt gedrukt, kunnen we het er even over hebben: wat is er aan de hand, wat zie je, hoe voel je je. En aan hand daarvan kunnen we bijvoorbeeld zeggen ‘trek je even terug, ga even met de (reactie-) lampjes bezig, zorg dat je je kop er bij houdt, want er is te veel afleiding’. In Mugello, daar kwam wel weer de sporter in Collin omhoog, want niemand wil achteraan staan. Dan nemen boosheid en frustratie de overhand.”

Hoewel Veijer twee dagen later met een zesde plaats prompt zijn tot dan toe beste resultaat neerzette, is het wel één van de leerpunten, meent Raben. “De frustratie moet niet overheersen. Soms is het lastig. Maar dat zien we in de gym ook, hoor. Als hij verliest, is het niet leuk. Het was dus niet nieuw voor me. De kunst is om een brede basis en een goed plan te hebben, zodat Collin niet heel anders reageert op een teleurstellende prestatie dan op een topresultaat.” Veel meer nog dan de fysieke inspanningen speelt de mentale belasting een cruciale rol in de belevingswereld van een topsporter als Veijer. Volgens Raben groeien – de goede – sporters mee met de toenemende druk als prestaties verbeteren. “Als ze goed presteren, zie je vaak dat de tophartslag wat lager is, maar hij wordt wat langer gerekt. Dat komt door de adrenaline. Als je wint, blijft die hartslag hoog als hij op het podium staat. Maar Collin heeft het voor elkaar gekregen dat hij een bepaalde rust heeft als hij voorin, of zelfs op kop rijdt. De eerste keer op kop was spannend, in Duitsland, toen hij viel. Collin kan heel goed reflecteren. Hij zegt gewoon ‘ik weet niet wat me overkwam’. Het zijn vaak mannetjes, vol testostoron, en die zeggen dat niet. Collin vertelt zijn eerlijke verhaal en daardoor kunnen we dat bespreken. Anderzijds kunnen we ook zien dat hij zich gaat verbijten als het niet lukt om voorin te zitten. Dat is typisch Collin: één plek telt voor hem en dat is die vooraan. Hij werd ook geprezen dat hij zo nuchter bleef. Dat is ook goed en het is ook niet nodig om naast z’n schoenen te gaan lopen. Als hij tweede of derde is, zegt hij ‘het is mooi, maar niet genoeg’. Dat is ook wat wij hier willen uitstralen. Van kleins af aan zeggen wij wat we van die jongens wat we van ze verwachten als ze de beste van de wereld willen worden. Dan moet je iets kunnen leveren wat anderen niet kunnen leveren. Dat is discipline, de grootste vorm van zelfliefde.”

Een sporter blijft mentaal fit door een combinatie van fysieke trainingen en mentale oefeningen, is Rabens overtuiging. “Het niveau van de sport wordt elk jaar hoger, door technologie en we weten steeds meer. Stel je hebt 100 procent talent, dan kun je niet op 90 procent mentaal winnen. Anderen hebben het wél voor elkaar en zitten twee keer op 110 procent. Zodra je daar achter komt, ben je vaak te laat. Fysiek honderd procent fit blijven is voor Collin geen probleem. Het mentale is soms een uitdaging. Bij veel sporters, trouwens. Maar we hebben het voor elkaar gekregen dat Collin scherp was als het moest. Dat maakte ook dat hij zich heel snel dingen eigen maakt. De dingen die hij zelf kan controleren, hebben we in dat eerste seizoen goed voor elkaar gekregen.”

Met een zevende plaats in de eindstand, die twee poles, die derde plaats in Thailand en de inmiddels historische overwinning in Maleisië verraste de debuterende GP-coureur zijn trainer niet. “Nee”, zegt Raben, terwijl Veijer verderop met een grote grijns meeluistert. “Ik weet dat het in hem zit. Ik ben wel trots op hem. Er zit nog steeds meer in.” “Ook zo’n overwinning, hè…. Het is heel leuk, ja”, vult Collin aan. “Maar daar ben je voor aan het werk. Nog steeds feliciteren mensen me daar mee, maar het doel is groter, het is meer dan één race winnen.”

Door zijn prestaties zijn de verwachtingen voor Veijers tweede seizoen hoger. De aanpak van het team om de rijder heen zal echter niet veranderen. “Voorin meerijden en meedoen voor een kampioenschap vraagt wat anders dan waar we in dat eerste seizoen voor gingen”, stelt Raben. “Maar we veranderen ons plan niet. Ik denk dat Collin mentaal nog stappen kan maken. Ik zou graag zien dat we nóg strakker zouden kunnen werken, nóg korter op ons plan. Minder uitschieters. Dat moet ook, wil je voorin mee doen. In Qatar moet hij er megascherp klaar voor zijn. Die willen we winnen. En de volgende ook. Per race kijken we waar we staan en wat we moeten verbeteren.”

De hoge verwachtingen lijkt Veijer schouderophalend en met de hem inmiddels kenmerkende nuchterheid te accepteren. “Stef heeft me vorig jaar nooit met beide benen op de grond hoeven zetten. Waarom zou ik anders gaan doen omdat ik een keer een race win?” Dan met een inmiddels even kenmerkende grijns: “Kijk, tegen mama vind ik het wel grappig om een keer uit de hoogte te doen, of tegen familie, of tegen Stef. Dat vind ik geinig. Maar tegen media zou ik dat nooit doen. Ik probeer zo normaal mogelijk te blijven. Als het iets te gek zou gaan, krijg ik ‘m wel terug van Stef. En daar heb ik dan ook nog papa voor, mama en de hele moederskant van de familie.” Raben is zich bewust van de ook mondiaal toenemende aandacht voor Veijer. “Dat is een druk waar je wel mee om moet weten te gaan. Daar moet je je werkwijze ook op aanpassen. Doe je dat niet, dan verdrink je. Die aandacht is prachtig, maar de lijn naar beneden gaat harder dan omhoog.”

Gerelateerde artikelen

Eerste Test Honda e-Clutch

Eerste Test Honda e-Clutch

11 april, 2024

Een oplossing voor een niet bestaand probleem? Dat sluimerde onderweg naar de presentatie van de nieuwe Honda ...
Eerste Test CFMoto 450MT

Eerste Test CFMoto 450MT

11 april, 2024

Met de 450MT kan CFMoto zo maar eens vol in de roos schieten. De allroad is fraai gelijnd, lijkt op papier alle ...
Eerste Test Kawasaki Ninja 500

Eerste Test Kawasaki Ninja 500

11 april, 2024

Kawasaki en Ninja zijn net zo’n onlosmakelijke combinatie als de Dikke en de Dunne, Johan Cruijff en nummer 14 en ...
Eerste Test Honda CBR600RR

Eerste Test Honda CBR600RR

11 april, 2024

Ooit was supersport een gouden klasse, waarin de Japanse fabrikanten vele duizenden units verkochten, maar rond ...
Direct meer lezen? Neem een jaarabonnement
  • Direct toegang tot het digitale archief met meer dan 350 magazines.
  • 24 uitgaven per jaar
  • Elke twee weken thuis in de bus
Direct toegang aanvragen
Een jaar MotoPlus voor slechts 55,-