+ Plus

Interview Bo Bendsneyder

Eigenlijk had Bo Bendsneyder al een deal met het WK Supersport-team van van EAB Racing-baas Ferry Schoenmakers. En toen kwam dat aanbod van het Spaanse Stop & Go Team: “We hebben een Indonesische sponsor, we willen jou.” Een clausule die hij in zijn Supersport-contract had laten opnemen, maakte de weg vrij en Schoenmakers gunde hem de kans. “Hij snapte het. Het is ook wel gewoon business”, aldus de 22-jarige Bendsneyder. Hij is bezig aan zijn beste Moto2-seizoen.

De nieuwe Indonesische teamsponsor effende voor jou de weg. Hoe Indonesisch ben je?
“Het is maar hoe je het wilt zien! Mijn opa en oma zijn daar geboren en nog veel familie heeft daar de roots. Jammer genoeg hebben m’n oma en opa de kinderen niet opgevoed met de taal en daar hebben ze nog steeds spijt van. Ik ben één keer met de familie op Bali geweest, lang geleden. Maar ik heb een tintje, het is niet dat het onbekend is. Dat de Maleisische sponsor (van vorig jaar, red.) niet door wilde, ja, dat was mijn redding. Ik denk dat uiteindelijk alles met een reden gebeurt en het heeft zo moeten zijn. Als die Maleisische sponsor was gebleven, had ik daar niet gereden.”

Teameigenaar Edu Perales hield je al jaren in de gaten. Wat was jouw indruk van het team?
“Goed. Omdat ik Remy (Gardner, in 2019 en 2020 rijdend voor het team en in 2018 teamgenoot bij Tech3, red.) goed ken. Ik heb ook veel met hem gesproken en midden in het seizoen heb ik ‘m ook gezegd ‘probeer een beetje te pushen voor mij, het zou mooi zijn als ik jouw zitje kan overnemen’. Hij zou namelijk vertrekken. Hij vertelde me ook dat het team wel geïnteresseerd was, maar dat het altijd lastig was met sponsors. Ik wist ook dat ze het de afgelopen twee jaar moeilijk hebben gehad qua budget en ze reden met een oudere fiets. Wel goed spul, want Remy kon gewoon winnen. Maar ik wist dat het in de box goed zat. Naar RW Racing GP ben ik eerlijk geweest. Ik wilde daar niet verder en RW wilde niet verder met mij. Ik denk dat het ook beter was zo.”

Dit is een nieuw avontuur met een Kalex. Iedereen rijdt bijna met een Kalex. Dat heeft voordelen maar ook nadelen?
“Met de Kalex is het heel simpel: de winnaar zit op een Kalex. Maar ook vaak de laatste man. Het grote verschil met de NTS is, dat de basis veel beter is. Wat ook heel logisch is, natuurlijk. Er zijn er zoveel, er is zó veel informatie. In Portugal waren we bijvoorbeeld een beetje de weg kwijt en op zaterdagavond stapten ze van Kalex onze box binnen. Samen met het team probeerden ze een oplossing te vinden. Helaas ging ik op zondag onderuit, maar we hadden wel een stap gemaakt. Omdat er zoveel informatie is. En een Kalex is een fiets, waar een zware jongen, een lichte jongen, een kleine rijder en een grote rijder snel mee kan zijn. De eerste indruk (tijdens de test in Valencia) was al echt fantastisch.”

Groeit machine naar je toe?
“Jazeker. Qatar was natuurlijk super mooi, maar daar reden we nog steeds met de basisafstelling. Het gevoel was niet super, maar Qatar ligt me en als je P3 staat in de trainingen, wil je ook geen grote veranderingen. Achteraf was het wel een leermoment. In Portimao begonnen we eigenlijk met Remy’s afstelling, maar ik rij anders dan hij en ik zit verder naar achteren op de motor. In die warm-up van zondag kreeg ik gewoon echt een andere fiets. Vanaf dat moment zijn we eigenlijk de Bo Bendsneyder-fiets gaan maken. Daar rij ik nog steeds zo ongeveer mee. In Mugello hadden we weinig data, omdat we daar vorig jaar niet hebben gereden. We hadden er ook een andere band met meer grip en je zag dat we weer wat moeite hadden om de goede weg te vinden. Dan zie je dat we toch nog zoekende zijn. Een Kalex is goed in de basis, maar je moet ‘m wel naar je hand zetten.”

Met een start vanaf die eerste rij in Qatar; had je niet het idee dat er meer mogelijk was dan de negende plaats die er uiteindelijk uit kwam?
“Ik denk dat het uiteindelijk een beloning was van alle harde werk. Het was ook niet één rondje in de kwalificatie, en ik reed ‘m ook nog alleen. Maar ik merkte dat ik in de wedstrijd te kort kwam en dat ik veel moest leren. Maar als je het verschil ziet van die eerste rij in Qatar en die in Barcelona (waar Bendsneyder ook als derde startte, red.), dat was heel groot. In Qatar ging ik naar de eerste bocht en dacht ik ‘wat moet ik doen, wat gaan die jongens doen’. Maar daar heb ik wat geleerd en dat nam ik mee naar Le Mans en Barcelona. Ik denk dat het meer de vraag was: was ik er in Qatar klaar voor om op de eerste startrij te staan? Nee. Had ik de snelheid? Ja. Maar ja, dan zit je er geforceerd op, krijg je armpump-problemen… Die tweede wedstrijd in Qatar, toen was die arm al wel een dingetje. Dat eerste weekend liep alles goed, het tweede weekend niet en dat was mentaal even een tik. Dat je de ene week vijftiende staat en een week eerder nog derde… Maar ook daar leer je gewoon weer van, ik en ook het team.”

Wat leer je daar dan van?
“De doelstelling vóór dat eerste weekend was eigenlijk een paar puntjes. Maar als je dan ziet hoe het gaat, kun je daar in mijn beleving dat tweede weekend niet meer mee aan komen. Terwijl dat wel realistisch is. ‘Een paar puntjes’ moet dan top 10 worden. Dus ik vond dat we weer voor die eerste twee rijen moesten gaan. En als je merkt dat dat niet gaat, is dat toch een verdomd harde tik. Binnen het team waren die verwachtingen ook wel gegroeid. Wat misschien mijn nadeel ook wel was…. ze hadden Tom Lüthi binnen gehaald voor de resultaten en daar loopt het nog niet echt mee. Dus voor het team was ik nu ook wel de man die het moest doen. Dat hebben ze me nooit zo gezegd, maar dat gevoel kreeg ik wel. Ik kwam voor de puntjes en volgend jaar (Bendsneyder heeft een optie voor 2022, red.) moet ik knallen.”

Een paar dagen na Jerez werd je in Barcelona geopereerd vanwege armpump. Had je bedenkingen?
“Na vier, vijf ronden zat die arm vol. Het was zó extreem dat we er niet omheen konden om te laten opereren. Op de vrijdagavond hadden we al contact met dokter Mir. Ik moet zeggen, misschien stond ik er in het begin ook wel iets te makkelijk in. Ik dacht ‘ik ga daar liggen, ze snijden het open en een paar dagen later zit ik weer op de motor’. Wat natuurlijk ook moest in Le Mans. Maar ik merkte toch wel dat er wel wat gebeurd was. Ze hebben er ook meer uitgehaald dan verwacht. Het belangrijkste is dan rust nemen, maar dat is ook het moeilijkste. Het was de juiste keus om het te laten doen. Het was ook gevaarlijk. Het team zei ‘binnenkomen als je geen kracht meer hebt’. Ik stond daar wat anders in, want afhaken in een race is het ergste wat je kunt doen. Je rijdt zo’n race toch anders. Rustiger, om aan het eind nog wat over te hebben. En dan had ik het geluk dat er in de laatste ronde nog twee onderuit gaan, waardoor ik nog twee puntjes pak.”

Le Mans was voor mij met een vijfde plaats (Bo’s beste resultaat in de Moto2, red.) een grote verrassing. En we zagen een agressieve start. Van een andere Bo?
“Ja, zeker. Maar de basis daar voor is vertrouwen. Dat krijg je van de mensen om je heen van het team (Bendsneyder werkt voor het eerst met een interne rider coach, red.) en van de setup die ze je geven. Dat vertrouwen heb ik de afgelopen jaren gewoon heel erg gemist. Daar heb ik met mijn crew vorig jaar wel aan gewerkt, het werd steeds beter, maar met deze fiets voel ik me beter. Daarom durf ik ook vanaf het begin acties te plaatsen, dat is een verschil. Ik voelde in Le Mans het verval van de (softe) band al wel aankomen en ik ben ook meteen een andere map gaan rijden met minder vermogen. Op het pitboard zag ik dat Remy achter me zat, dus ik wist dat het lastig ging worden. Hij rijdt supersterk en hij had de harde band. Ik had de keus om het kalmer aan te doen of om met hem mee te proberen te gaan en de band dan maar af te knallen. Voor dat laatste heb ik toen gekozen, tot de band er echt klaar mee was. Ik zag ook dat het gat achter me mega groot was, dus het risico kon ik wel nemen. Heel eerlijk, op de donderdag had ik nog m’n twijfels of ik wel zou rijden. Op woensdag had ik thuis even een rondje op de scooter gedaan om te kijken hoe het voelde… Maar dat was zó pijnlijk…. In Le Mans moest ik een test doen en daar heb ik gewoon doorheen gebeten. De vrijdag merk je dat het veel pijn doet, maar je hebt wél kracht. Dat laatste was voor mij belangrijk. Ik heb ook bewust toen iets van twintig rondjes (veertien, red.) gereden om te kijken of ik het vol hield. Vanaf toen wist ik dat we de wedstrijd konden rijden.”

In Mugello pakte je nog het laatste puntje. Maar in Barcelona had je al twee dagen getest.
“Op donderdag heb ik al gezegd tegen de jongens – en de datadame, natuurlijk – ‘ik wil mijn tijd van de test binnen vier ronden rijden’. We moesten Mugello écht vergeten. En in de derde ronde was ik sneller – mét de harde band, terwijl ik in de test mijn beste tijd met een zachte band reed. Dus toen konden we met gebruikte banden door blijven werken voor de race. Dat was wel super. De Moto2 is heel zwaar. Je moet mentaal heel sterk zijn om te overleven. Je kunt in de top 5 eindigen, maar ook buiten de punten. Natuurlijk is de fiets heel belangrijk, maar wat ik nu merk: het team en de mensen om je heen zijn zó belangrijk. En als jou dat zo veel vertrouwen en motivatie kan geven, is dat misschien nog wel belangrijker dan die goede setup.”

In het verleden werden er wel eens vraagtekens bij je mentale weerbaarheid gezet. Kun je daar iets bij voorstellen? Merk je een groei?
“Van buitenaf is het altijd heel makkelijk, omdat je niet ziet wat er achter de schermen gebeurt. En ik moet zeggen, de afgelopen twee jaar zijn gewoon super hard geweest. Eh… Voordat de goede resultaten kwamen in Valencia was ik ook gewoon klaar met de Moto2 en met het wereldje. Dat zeg ik eerlijk. Als je met moeite naar de baan moet komen, dan zit het fout. Je moet er wel lol in hebben. Mentaal waren het twee hele zware jaren. De social media krijg je dan over je heen. Na Barcelona gingen de likes weer door het plafond! Maar in de positie waarin ik nu zit… Het team geeft me zó’n support. In de shitmomenten staan ze er nog meer dan in de goede momenten. Dat heb ik lang niet meegemaakt, durf ik wel te zeggen. Mentaal zie ik zeker een groei. Ik denk dat dat ook te zien is in de resultaten. We hebben natuurlijk Michael (van der Mark) in het WK Superbike, maar daarnaast heeft nog niemand gedaan wat ik heb gedaan in de Moto3 (twee podiums, red.) en Moto2. Ik heb harde tikken gekregen en je moet er wel steeds weer bovenop komen. En als dat lukt, is dat een soort natuurlijke groei. Ik had ook al mentale hulp genomen en ik spreek heel veel met mijn groepje mensen. Met m’n vriendin Demi, met m’n ouders, met (manager) Hans van den Oever, met Jarno van Geffen; dat zijn mijn mensen met wie ik alles kan delen.”

Je bent nu 22. Jongens als Joan Mir en Jorge Martin met wie jij hebt gereden in de Red Bull Rookies Cup, rijden nu MotoGP. Fabio DiGiannantonio en ook Remy zetten die stap. Kijk je niet toch ook naar die klasse waar iedereen in terecht wil komen?
Ik denk zelf… Dit jaar is zó’n trein… Ik lag in bed de wedstrijd van Barcelona nog eens terug te kijken en dan rij je vijftien ronden op de derde plaats… Als je constant in die top 10, hooguit top 12, kunt zitten… en uiteindelijk moeten er dan podiums komen om die stap te zetten. En kijk nu naar Remy: die heeft ook vier, vijf jaar de tijd nodig gehad. Maar kijk naar (Joe) Roberts en DiGiannantonio; die kunnen winnen, maar ze kunnen ook tiende of twaalfde worden, maar ze krijgen als het goed is wél de kans in de MotoGP. Dus ik zie het niet meer zo dat je alles moet winnen in de Moto2 om dáár te komen. Omdat MotoGP-teams ook door hebben dat het niveau in de Moto2 zó hoog is. De nummer 5 die af en toe eens wint, kan ook snel zijn in de MotoGP. Fabio Quartararo werd geen kampioen in de Moto2, maar hij kan het wel worden in de MotoGP. Tuurlijk merk ik dat er op me wordt gelet. In de Moto2, nog niet in de MotoGP, hoor. Want ik kom natuurlijk nog maar net kijken in die subtop. Mijn doel is het om met dit team stappen te maken en op het podium te staan. Uiteindelijk wil je gewoon winnen, en als dat lukt, komt die stap naar de MotoGP vanzelf wel. Ik focus me daar niet op en ik ben er ook niet mee bezig. Nee, echt. Want als ik mijn doel haal in de Moto2, weet ik dat dat komt.”

Direct meer lezen? Neem een jaarabonnement
  • Direct toegang tot het digitale archief met meer dan 350 magazines.
  • 24 uitgaven per jaar
  • Elke twee weken thuis in de bus
Direct toegang aanvragen
Een jaar MotoPlus voor slechts 49,50

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het ios icon icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin
Motoplus app
en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.