Nieuws

Bandentest 2024 (3) – Ontwikkeling en positionering

In de vorige twee uitgaven hebben we de actuele sport- en toerbanden getest. Maar waarin verschillen deze categorieën nou eigenlijk precies? We vroegen het na bij de fabrikanten.

De BMW S1000R is een mooi voorbeeld van een motor die bij een aanstaande bandenwissel diepe fronsen op het voorhoofd van de eigenaar kan brengen. Er vanuit gaande althans dat hij of zij geïnteresseerd is in het onderwerp banden en niet gemakshalve door de dealer gewoon weer het origine type laat monteren, of simpelweg dezelfde als er op zaten.
De essentiële vraag is: welke categorie banden zal ik monteren? Als je je keuze niet laat beperken door imago (,,Ik moet een supersportband erop hebben voor de looks!’’), dan is de keuze enorm. Er zijn budgetbanden, toerbanden, sportbanden en straatlegale circuitbanden in de juiste maten te koop. Laten we eens kijken naar de wezenlijke verschillen tussen die categorieën.

Om te beginnen de budget-banden en de circuitbanden (of hypersportbanden). Eerstgenoemde zijn zoals de naam al zegt goedkoper, omdat ze qua ontwikkeling ouder zijn. In de bandenbranche wordt bij de klassering van de producten veelal gesproken over verschillende lijnen. ‘Eerstelijn’-banden zijn de actuele types zoals de Bridgestone S23, de Metzeler Roadtec 02 en de Michelin Power 6. Als ‘tweedelijn’-band wordt in de regel de voorgaande generatie aangeduid; in lijn met het bovengenoemde voorbeeld zijn dat dan de S22, de Roadtec 01 SE en de Power 5. In de ‘derde lijn’ vinden we de budgetbanden. Hier zien we banden die een vaste plek in de markt hebben veroverd en aanhoudend goed worden verkocht. Een klassieker in dit segment is de Michelin Pilot Power (2004), die ruim 15 jaar op de markt was. De Bridgestone BT-016 Pro, een succesnummer uit 2011, lijkt die rol bij de sportbanden nu zo’n beetje te hebben overgenomen.

Wie zuinig is of gewoon geen ultieme bandenprestaties nodig heeft, die kan hier behoorlijk wat geld besparen. Maar hoe veel? Als voorbeeld een veelvoorkomende set in de maten 120/70 en 180/55 ZR17. Als je de BT-016 Pro neemt in plaats van de splinternieuwe S23, kun je tot zo’n 30% goedkoper uit zijn.

Nu dan de hypersportbanden. Deze zijn in de regel afgeleid van racebanden en hebben daardoor de bijbehorende voor- en nadelen. De koude en natte grip is beperkt en de stuureigenschappen in koude toestand daardoor meestal ook, maar droge grip in warme toestand en bochtenstabilteit zijn juist heel goed. Deze banden zijn veel minder goed voor alledaags gebruik, maar blinken uit bij een circuitdag en doen het ook lekker op de parkeerplaats voor een terras. Vooral natuurlijk als je er al mee op het circuit bent geweest.

En zo blijven over de door ons in de afgelopen twee nummers geteste sport- en toerbanden. En daar begint de moeilijkheid. Waarom? Omdat ons bij de vergelijkingstesten van de afgelopen jaren is opgevallen dat de prestaties van deze twee categorieën steeds dichter bij elkaar zijn komen te liggen. Vroeger was er een simpele vuistregel: toerbanden gaan langer mee, hebben op droog wegdek niet zoveel grip als sportbanden, maar doen het bij kou en nattigheid wel beter. Maar is dat nog steeds zo?
We vroegen de bandenfabrikanten hoe ze zelf het verschil tussen de moderne toerbanden en sportbanden omschrijven. In principe – en daar zijn alle ondervraagde fabrikanten het over eens – staan bij toerbanden (in marketingtermen graag als sport-touring-banden aangeduid) de eigenschappen stuurgemak, natte grip en levensduur bovenaan de prioriteitenlijst. Continental vat het als volgt samen: ,,Aan sportbanden en sporttoerbanden worden fundamenteel verschillende eisen gesteld. Bij sporttoerbanden is er bijvoorbeeld meer focus op de natte grip, bij sportbanden meer op de droge grip. Ondanks deze focussering moeten beide types toch ook voldoen aan vergelijkbare minimumeisen als levensduur, stabiliteit, stuureigenschappen en natte en droge grip.’’

Dunlop gaf in dezelfde richting een wat meer specifieke uitleg: ,,De producteisen aan sporttoerbanden zijn in de regel een grotere uitdaging, omdat ze op de meest uiteenlopende motoren moeten functioneren en ook heel verschillende gebruiksomstandigheden moeten kunnen afdekken. Vergeleken met sportbanden is er minder focus op droge grip en feedback, maar meer op stuurgemak en wendbaarheid, plus bovendien een breed werkgebied qua bedrijfstemperatuur en snel opwarmen. De technische vooruitgang qua materialen en chemische samenstelling van de rubbermengsels heeft het mogelijk gemaakt om eigenschappen als levensduur, stabiliteit, rijgemak, snel opwarmen en een breed werktemperatuurgebied met elkaar te combineren. We hebben nu minder problemen met van nature tegenstrijdige eisen. Verder moeten sporttoerbanden meer bevorderend zijn voor de wendbaarheid, aangezien de motoren waarop ze worden gemonteerd in de regel groter en zwaarder zijn.’’

In de basis is het qua eisen dus nog steeds zoals in de eerdergenoemde goede oude tijd. Er is echter niet een heel duidelijke scheidslijn tussen sportbanden en toerbanden, want technisch maken ze gebruik van dezelfde beschikbare materialen. Nicolas Krast, Test Manager Noord-Europa van Michelin,
daarover: ,,Sport- en toerbanden kunnen in drie hoofdkenmerken van elkaar verschillen: karkasbouw, materiaalkeuze en groevenpatroon. Afhankelijk van de modelserie zijn de verschillen meer of minder nadrukkelijk. Als een bepaalde technologie zich heeft bewezen, kun je die ook op andere productseries overdragen of hem aan dat betreffende segment aanpassen.’’

Resumerend: de in het algemeen heersende opvatting over het verschil tussen toerbanden en sportbanden qua stuureigenschappen, natte grip en slijtage geldt in principe nog steeds. Het zijn de bandentypes c.q. hun ontwikkelaars zelf die voor de verwarring zorgen. Ook bij banden is er een groeiende diversiteit, doordat voor elk nog zo’n klein gat in de markt een nieuw bandentype wordt ontwikkeld, waarna door de reclameafdeling daarvoor een nieuwe categorie wordt uitgeroepen. Een actueel voorbeeld: de nieuwe Metzeler Roadtec 02. Die wordt door Metzeler in de markt gezet als ‘supersport-touring’-band en ,,verenigt dankzij het adaptieve groevenpatroon de eigenschappen van twee verschillende bandencategorieën in één band’’. Daarmee moet hij volgens Metzeler zowel de sportieve toerrijder als de toer-sportrijder tevredenstellen.

Hoe klein het feitelijke gat tussen sportbanden en toerbanden is, zagen we in de twee vergelijkingstesten in de afgelopen twee uitgaven. Beide categorieën maakten indruk met hun inmiddels verbazingwekkende prestaties in alle testcriteria. Moderne toerbanden kunnen enorm hard sturen en sportbanden zijn nu ware regenkoningen. Nog maar twintig jaar geleden was het zo dat keiharde toerbanden ‘eeuwig’ mee gingen, maar snel oververhit raakten. Of dat er met koude sportbanden op de eerste kilometers heel voorzichtig moest worden gereden om ze op temperatuur te brengen. In de afgelopen tien jaar is dit gat tussen beide categorieën echter steeds kleiner geworden. Vooral doorontwikkelde multi-compound-loopvlakken met steeds betere silica-compounds die alsmaar betere natte grip opleveren, maar steeds minder snel oververhit raken bij flink sturen op warme droge wegen, verkleinden gaandeweg het gat tussen sport- en toerbanden.

Dus wat kunnen we je meegeven op je zoektocht naar de juiste banden? Ten eerste: banden kosten serieus geld, maar bepalen wel voor een heel groot deel je rijplezier – én je veiligheid. Vooral het doorrijden op een set stokoude banden ,,omdat ze nog niet op zijn’’ is verkeerde zuinigheid: één enkele schuiver door slechte grip in de regen en je bent factoren meer kwijt dan de bespaarde tientjes, terwijl je ook nog eens minder lol hebt qua sturen. Vergelijk je persoonlijke prioriteiten en gebruiksdoel met de meetresultaten en beoordelingen in onze bandentests en je hebt een goede indicatie van wat voor jou waarschijnlijk de beste band is.

Gerelateerde artikelen

Eerste Test Kove 450 Rally

Eerste Test Kove 450 Rally

18 juli, 2024

Anderhalf jaar geleden debuteerde het Chinese Kove uit het niets uitstekend in de Dakar Rally. De tweede rally ...
Direct meer lezen? Neem een jaarabonnement
  • Direct toegang tot het digitale archief met meer dan 350 magazines.
  • 24 uitgaven per jaar
  • Elke twee weken thuis in de bus
Direct toegang aanvragen
Een jaar MotoPlus voor slechts 55,-