Spessart, Duitsland
Tucholsky en een strijkkwartet, doodshoofden, ananas kebab en kannibalisme, rovers en overvallen, een Engelsman die geen Engelsman is, de ingewanden van een alien, sprookjes, een herberg en bomen, bomen en nog meer bomen. En dat allemaal op slechts één tour: door de Spessart.
Pagina gaat door onder advertenties
Dit artikel is gratis beschikbaar voor MotoPlus abonnees
- Onbeperkt PremiumPlus leesplezier
- 15.000+ online artikelen
- 380+ digitale magazines
Al abonnee? Log in om dit artikel direct te lezen.
Ze staren je zo aan. Niet per se vriendelijk, maar toch moet je er wel naar kijken. Aan één van hen hebben ze met een touw hoorns vastgemaakt op de plek waar ooit een neus heeft gezeten. Hij draagt een doek om zijn schedel en de kaak valt open in een scheve onderbeet. Ze hebben schelpen in de ogen van een ander geperst en veren vastgenaaid aan het zachte plekje boven de oren. Primitieve botmessen en ander gereedschap ligt voor hen uitgespreid. Hebben ze er eentje opgegeten? Zijn ze zo? Of doe je ze onrecht met deze onwetende aannames? Dit is geen toeval. Een paar jaar geleden stond er een artikel in een Zwitserse krant: ‘Kannibalen wilden het wachtwoord van onze smartphone!’ De vraag is: wat wilden ze met die telefoon? Een recept zoeken hoe je twee verse toeristen bereidt die uiteindelijk toch wisten te ontsnappen?
Rustig maar, er wordt hier niemand klaargemaakt. Het zijn voorouderlijke schedels van de Asmat, een etnische groep die in Papua Nieuw-Guinea een gebied ter grootte van België bewoont, maar nooit kannibalen zijn geweest. Wat ze wel doen, is hun doden eren met versierde schedels en maskers. Wanneer de aanvankelijke afschuw eenmaal is omgeslagen in eerbied, groeit die al snel uit tot bewondering voor deze cultuur aan de andere kant van de wereld. Dankzij het Papua Museum, dat je alleen op afspraak en in groepsverband kan bezoeken, is dit niet ver weg. Integendeel, het zit in Gelnhausen, Duitsland, tegenover ‘Meister Kebab Haus’, dat er niet voor terugdeinst om Kebab Hawaii met ananas te serveren. Ik vermoed dat dit recept griezeliger is dan welk schedelmasker ook. Wie had Duitsland in het algemeen en de Spessart in het bijzonder ooit geassocieerd met ananaskebab? Wie denkt er überhaupt aan ananaskebab?
Komt bij de eerste associatie met de Spessart, als die er al is, meteen ‘herberg’ in je op? Dan ben je zeer waarschijnlijk één van de vele fans van hét toonbeeld van naoorlogs filmvermaak: ‘The Spessart Inn’, of ‘Das Wirtshaus im Spessart’. In deze komedie speelt Liselotte Pulver Franziska, een gravin met een nogal in het oog springend kaneelbroodjeskapsel die onderdak moeten zoeken in een plaatselijke herberg. Destijds een zeer populaire film waarbij natuurlijk de vraag rijst: bestaat die bewuste herberg nog en zo ja, waar staat deze in Spessart dan? Het boek waarin het verhaal voor het eerst verschijnt, van Wilhelm Hau, onthult het niet. Dat doet de film ook niet.
Günther Köstler daarentegen weet het wel, alleen dat kan hij nu nog niet bekendmaken. Hij moet eerst even iemand ophangen. De strop zit al om de nek van de onfortuinlijke ziel. Terwijl iemand anders de loop van een geweer tegen de man zijn hoofd houdt, zegt Köstler tegen hem dat hij deze laatste kans om te bekennen moet aangrijpen, anders rest hem de hoogste tak. Een man kortom waar je het liefst met een zo groot mogelijke boog omheen loopt, ware het niet dat er werkelijk geen greintje kwaad in hem schuilt. Köstler verdient zijn brood onder meer als acteur, voert al jaren met zijn medespelers het stuk de ‘Rovers van Mespelbrunn Spessart’ op. Een tijdloos stuk dat de toeschouwers blijkbaar tot op de letter nauwkeurig kennen. “De herberg is niet ver van hier, gewoon verderop in het Hessenthal”, vertelt Günther niet veel later, wanneer het publiek zijn heil alweer ergens anders heeft gezocht.
Eenmaal ter plaatse heerst er een romantisch kasteelcliché, compleet met gracht eromheen, maar ook kuddes toeristen die de omliggende zandpaden bewandelen om dit stukje historie in volle omvang te kunnen aanschouwen. Aan één van de landweggetjes staat een lang, plat gebouw. Het blijkt een restaurant dat Indiase gerechten serveert. Op de vensterbanken staan bloemen die hun beste tijd hebben gehad en aan de zijkant is de inscriptie ‘Originele herberg van Wirtshaus im Spessart’ te lezen. Schrijver Wilhelm Hauf stopte hier in 1826 toen hij door Spessart reisde en met zijn verhalen werd de herberg een van de beroemdste literaire plaatsen in Duitsland.
De Spessart oogt nog altijd als een oud landschap waar de tijd heeft stilgestaan. Een van de pareltjes is het Hafenlohrdal, een van de mooiste en bekendste valleien van de regio. Je kunt de hele dag aan de oever zitten en bedwelmd raken door het geluid van het kabbelende beekje en de zang van alle vogels om je heen.
Zo vredig, romantisch en onbedorven als deze vallei nu lijkt, is ze niet altijd geweest. Ten tijde van de industrialisatie, voordat het hele gebied werd verlaten en in armoede gedompeld, sloegen de ijzeren hamers met harde klanken hier de stilte weg en rookten er overal vuren. Tegenwoordig verdrijven auto’s en motoren er de stilte die zo kenmerkend is voor de omgeving. “Mijn favoriete moment van de week”, vertelt een van de lokale buurtbewoners, “is maandagochtend. Dan zijn alle dagjesmensen en andere toeristen vertrokken en zijn alleen de dieren en bomen er nog. Dan is de Spessart weer echt de Spessart.”
De door de rivieren Kinzig, Sinn en Main omsloten Spessart is het grootste aaneengesloten loofbos van Duitsland. Toch beschouwen onze oosterburen dit bos meer dan alleen maar een stel bomen bij elkaar. Het is altijd geladen met mythes en mysterie. Meer dan alleen maar een symbool voor de natuur ook, zeker voor ons motorrijders. Het is een waar tweewielerparadijs waar vele prachtige wegen zich kronkelend een weg door de heuvels van het middelgebergte banen, eerst de hoogte in om zich vervolgens weer in het volgende dal te storten. Bij ‘Waldhaus Zum
Engländer’ bijvoorbeeld, waar motorrijders uit alle richtingen samenkomen. De Spessart is ook vanwege iets anders bekend bij het grote publiek, en wel dankzij de de sprookjes van de gebroeders Grimm. Zij groeiden op aan de noordrand van de Spessart, waar een klein museum aan hen is gewijd. De belangrijkste scènes uit de sprookjes worden in prachtig gemaakte diorama’s tentoongesteld. De diorama’s zijn bijna lieflijk mooi en eigenlijk doen ze daarmee de sprookjes helemaal geen recht aan. De verzen die Jacob en Wilhelm Grimm hebben verzameld en herschreven zijn namelijk helemaal niet zo geschikt voor kinderen dan ze doen voorkomen.
Sneeuwwitje alleen al. Ze zou afkomstig zijn uit Lohr am Main en haar echte naam was waarschijnlijk Maria Sophia Margaretha Catharina barones van Erthal, geboren in 1725. In het sprookje was haar (stief)moeder een ijdele en boze koningin, die geen dochter wilde en er toch een heeft. Van haar spiegel krijgt ze bovendien te horen dat niet zijzelf maar Sneeuwwitje de mooiste van het hele land is en daarom beveelt de koningin een jager haar mee te nemen naar het bos om haar daar te doden. Als bewijs moet hij haar longen en lever in een kistje mee terugbrengen. De jager laat Sneeuwwitje echter gaan en doodt in plaats daarvan een hert. Wanneer de koningin hier achter komt, maakt ze de klus zelf af met de welbekende giftige appel. Dwergen plaatsen het mooie meisje vervolgens in een glazen kist, die weer wordt opgemerkt door een prins die stantepede verliefd wordt, de kist meeneemt waarna een kuil onderweg ervoor zorgt dat Sneeuwwitje de giftige appel uitspuugt en weer tot leven komt. Sneeuwwitje nodigt vervolgens de koningin toch uit op haar bruiloft, maar alleen om te zien hoe de vrouw zich in roodgloeiende ijzeren schoenen zelfstandig de dood in danst. Wat nu uiteindelijke de moraal voor de lieve kindertjes is, blijft een vraagteken. Iets met vergiffenis is het in ieder geval duidelijk niet…
Afijn, genoeg sprookjes voor nu, tijd voor een beetje modern onderhoud. En dat vinden we niet veel verder, en wel bij het privé Fahrzeug- und Technikmuseum in Neuendorf met een waanzinnige collectie (race)boten, oldtimers, een stoommachine met vliegwiel van vijf meter en natuurlijk heel veel motoren. “Mijn vader”, vertelt eigenaar Christian Zimmermann, “begon met het verzamelen van al deze stukken en ik herinner me hoe mijn moeder hem zelfs met Kerst nog moest vragen zijn geliefde stukken heel even naast zich neer te leggen om met het gezin aan de keukentafel te komen zitten.” Ook Christian is inmiddels met het virus besmet, heeft het stokje van zijn vader overgenomen en wijst onder meer trots naar de Herkules K103 waarmee Karl Eberhand Richter over de Oriënt naar Japan heeft gereden. Een prachtig stuk geschiedenis, waar we de hele dag wel kunnen blijven hangen, maar we hebben nog meer op de planning staan vandaag.
De route brengt ons verder naar Bad Orb, waar bij een bushalte in het kuuroord een vrouw van middelbare leeftijd wacht. Ze is net door de zogeheten Gradierwerk gelopen, een achttien meter hoog houten bouwwerk van 155 meter langwaar pekelwater langs takken stroomt. “Goed voor de longen”, weet de vrouw te melden, “moet je echt eens proberen!”. In het park van het kuuroord hangen vermoeide bezoekers op bankjes, het gras is lang en de zon fel. Een vrouw draait haar gezicht richting de warmte van de zon en zucht diep. Binnenin het gebouw is het donker en koel. Hoge muren van takken, waarlangs het zoute water zachtjes kabbelt. Het ruikt er naar de zee. Iedereen die erdoorheen loopt, ademt diep in, alsof de lucht hier meer waard is. “Adem nou!”, gebiedt een moeder haar kind, “je moet goed ademen!”
Het zoute water drupt van boven. In de nauwe gang voelt het even alsof je door de ingewanden van een alien loopt. De zoute takjes hangen als darmvlokken naar beneden. Je verwacht bijna dat ze gaan bewegen. Snel naar buiten, terug naar de Spessart. Tijd om ons weer te laten opslokken door het weelderige groene bos totdat we weer deel uitmaken van dit prachtige, oeroude landschap!
Pagina gaat door onder advertenties
Pagina gaat door onder advertenties




