MotoPlus 2018/03

Hugo Pinksterboer is motorrijder, schrijver, drummer, fotograaf en vader van een dochter die met dat eerste het gelukkigst is. HUGO PINKSTERBOER COLUMN Toen ik eerder deze winter even helmloos als zachtjes over een uitgestrekte camping in het Groene Hart tokkelde, was ik mij van geen kwaad bewust. De opgestoken vinger van de man die minuten na mijn aankomst aan mijn deur klopte, vertelde een ander verhaal. “Weet u wel hoe hard u reed?”, vroeg hij Goois briesend. Ik zei dat mijn snel- heid net voldoende was geweest om niet om te vallen, en dat ik op die driekwart kilometer zo lang mogelijk had willen genieten van de winterwind door mijn haar. Mijn belager luisterde niet. “Ik kon u met mijn Volkswagen Golf nauwelijks bijhouden”, wijsvingerde hij. Ik wilde nog zeggen dat hij die auto dan nodig eens moest laten nakijken, maar hield wijse- lijk mijn mond. Aan dat voorval moest ik denken toen ik de reacties op een artikel over de befaamde dijkafsluiting las. Bij sommige mensen kunnen we het echt nooit goed doen, als je de lezers van dat verhaal in ‘De Gelderlander’ van 18 december mag geloven. Maar gelukkig wordt er flink tegengas gegeven en valt er genoeg te lachen – zolang je je niet afvraagt hoe je al die neuzen toch ooit dezelfde kant op krijgt. “Motoren maken gewoon te veel herrie”, scheert een lezer al onze tweewielers over een kam. Een medestander stelt eenvou- dig dat “de gemiddelde motorrijder net zo egoïstisch is als de gemiddelde roker en dat hij zich al helemaal niet aan de maximum- snelheid houdt”. Er komen ook ervarings- deskundigen aan het woord. Minstens één dijkbewoner weet gelukkig dat het gros niet racet. Het zijn er maar een paar, volgens hem. Zijn opponent heeft op z’n minst enig gevoel voor humor: “Alsof die paar dan de hele dag over hetzelfde stuk asfalt scheuren”. Een fietsende dijkbewoner schaart zich aan onze kant. De meeste motorrijders draaien netjes het gas terug als ze hem inhalen en hij heeft veel meer last van medefietsers die de hele dijkbreedte benutten. Dat zijn dan vermoe- delijk dezelfde fietsers die zelfs tokkelende motorrijders boze blikken toewerpen, denkt hij. En die ze in het weekend met de auto op campings achterna zitten, denk ik. Boeiender is natuurlijk hoe je het probleem oplost. ”De KNMV moet geen rechtszaken aanspannen maar zijn eigen ach- terban opvoeden”, meent een lezer. “Je moet gewoon handhaven”, vult iemand aan, ”zelfs op zondag overtreden ze regels.” Da’s wel heel triest, toch? Als je nou alleen doorde- weeks te hard rijdt… En terwijl een wanhopige lezer weet dat wij nooit volwassen zullen worden (“Het zijn gewoon jongetjes”), heeft de ander daar een perfecte remedie voor: “Gewoon een laagje split in de bochten”. Kijk, dat zet nog eens zoden aan de dijk. Frankie denkt eerder aan financiële blok- kades. ”Je moet de wegenbelasting voor motoren gewoon even hoog houden als voor auto’s”, suggereert hij, “dat scheelt een hoop motoren op de weg.” Moet Frankie toch eerst maar ’s gaan kijken hoe dat geregeld is, met die belastingen. Een van zijn sympathisan- ten weet dat motorrijders allemaal extra gasgeven als ze hem op de fiets voorbij scheuren. Dat doen we dan waarschijn- lijk om te pesten, al was het alleen omdat hij vindt dat we met onze “industriële snelheidsmonsters” niks op die dijk te zoeken hebben. Zijn oplossing? “Hou op met die demon- stratie van jullie gefrustreerde machtsgevoelens en masculiene dominantie.” Kijk, zo eenvoudig kan het zijn. Helaas is er dan ook weer iemand die juist deze schrijver van de dijk wil weren: “De natuur is niet geschikt voor mensen zoals jij”, schrijft hij. ”Al die prachtige plan- ten en dieren zouden ter plekke sterven als ze met zo’n menselijke zuurpruim in aanraking komen.” Je kunt de zaak ook heel anders benade- ren. Wég met de mensen die last van ons hebben. “Voetgangers hebben geen bochtige dijk nodig om lekker te kunnen wandelen. De meeste fietsers rijden niet zo hard dat een bochtige dijk het leuker maakt, en bromfietsers gaan maar zelden voor de lol een stukkie toeren. De enigen die een dijk nodig hebben om lol te kunnen hebben aan hun voertuig, zijn motorrijders. Geef hen dan de dijk en laat alle andere recreanten een ander plekkie zoeken”, stelt Toon Hoog voor. Dan moet je alleen geen motorrijders hebben die na een opmerking over hoe vreselijk hard het vaak gaat stellen dat we helemaal geen 200 kilometer per uur rijden. “Ik reed zelf ook motor en graag op de dijk, maar 150 is al echt maniakaal hard, hoor.” Ik zei toch al dat je best kon lachen? Denk ik alleen nog aan die ene anonieme wandelaar. “Ik loop zelf moei- lijk. Snelwandelaars hoor ik nooit aankomen en dan halen ze me met een bloedgang in. Die ook verbieden”, luidde zijn voorstel. Doen?

RkJQdWJsaXNoZXIy NjAzODY3