+ Plus

Toeren Sauerland

De Alpen om de hoek? Inderdaad, op een goede driehonderd kilometer van Utrecht ligt het Sauerland, een gebied dat door de vele heuvels bij Nederlanders bekend staat als de Hollandse Alpen. We streken neer in de Hollandse kolonie Winterberg, een prima uitvalsbasis voor uitdagende, bochtige toertochtjes. ‘Benzinegespräche’ noemen Duitsers het. Gesprekjes tussen motorrijders die elkaar toevallig ontmoeten aan de koffietafel, of aan de tapzuil. Bij een benzinestation in Siedlinghausen begint ‘n Duits motorkoppel een praatje met me. Hij (wijzend op de bolvormige knop op m’n stuur waarop soms een GPS zit geplakt): “Is dat soms een trekhaak voor op de motorfiets?” Zij (lachend): “Alle Nederlanders die naar het Sauerland komen, slepen toch een caravan achter zich aan?” Heb ik vaker gehoord, onderweg in Duitsland. Beetje flauw, beetje oppervlakkig, maar zijn mijn eigen Duitsergrappen dat niet ook? Ik laat me niet provoceren, en niet verleiden tot opmerkingen over de verdwenen fiets van mijn opa. Dat wordt gewaardeerd. We stellen ons aan elkaar voor, en praten over het doel waarom we hier alle drie onderweg zijn. Motorrijden in het prachtige Sauerland. Daarvoor komt men van heinde en ver aangereden. ’s Winters en ’s zomers trekken massa’s Nederlanders naar dit Duitse Middelgebergte op korte afstand van de Nederlandse grens. Voor de sneeuw, voor de zon, voor de bergen en voor de natuur. En om met hun caravans de wegen te verstoppen, dat is waar want dat had ik gisteren zélf gezien toen ik hierheen reed. “Hollandse Alpen” noemen Duitsers het Sauerland dan ook wel eens spottend. Een Hollandse kolonie, met de stad Winterberg als hoofdstad. In de buurt daarvan, op de Kahler Asten, vond ik een prettig hotel, in de uitzichttoren bovenop de berg. ’s Nachts was het doodstil, de dagjesmensen waren vertrokken, alleen de wind speelde nog rond de toren. ’s Morgens wekte de zon mij, en na een stevig ontbijt startte ik de motor en reed de berg af, de wereld in en de dag tegemoet. Over de Kahler Asten lopen diverse wandelpaden door de natuur, of wat de mens daarvan heeft gemaakt. Net als in ons eigen Drenthe is hier de bodem ontbost door eeuwenlange schapenteelt, waardoor een heidelandschap is ontstaan. Óf bos, óf heide: het kan niet allebei. Laatstgenoemde heeft het voordeel dat je vanuit het zadel lekker ver kunt kijken, zeker als het terrein zoals in het Sauerland geaccidenteerd is. “Potjandirkjes wat is het hier mooi,” schoot het door me heen toen ik richting Altastenberg reed. Rechts de beboste bergwand, links het ruime zicht op valleien en rijen heuvelkammen achter elkaar, naar achteren toe steeds blauwer en ijler wordend. Typisch Sauerland, als ik de foto’s aan de muur in het hotel mocht geloven. De motor moest nog op temperatuur komen, en banden en asfalt moesten nog even aan elkaar wennen. Zo kon ik de eerste kilometers lekker om mee heen kijken. Hier en daar lag trouwens grind op de weg, waar met lovenswaardige Duitse ‘Gründlichkeit’ adequaat voor werd gewaarschuwd middels strategisch geplaatste verkeersborden. Zo rolde ik kalmpjes Nordenau binnen, een stadje met exotische vakwerkgevels, omgeven door bos. Zwart, wit, groen zijn de kleuren die ik op de vlag van het Sauerland zou zetten, als iemand me vroeg zo’n ding te ontwerpen. Uivormige uitstulpingen aan de kerktoren schreeuwden van de daken dat ik in Duitsland aan het toeren was, en niet zomaar willekeurig elders op de aardkloot. Een Nederlander die graag in clichébeelden over Duitsland denkt, wordt in het Sauerland op zijn wenken bediend. Al had ik er nog geen dikbuikige mannetjes in ‘Lederhosen’ met jachthoedjes gezien, maar dat kon toeval zijn. Die waren natuurlijk uitgerekend vandaag in een of andere ‘Stube’ zuurkool in vaten aan het scheppen, en mochten daarom van hun vrouwen de straat niet op. Het was inderdaad opvallend rustig op de weg, die zich met fraaie slingers naar beneden strekte. Afgezien van een kluit caravancombinaties dan, met de onvermijdelijke Nederlandse kentekenplaten achterop. Zouden ze in zo’n groepje net als bij eenden de oudste en daardoor verstandigste kloek voorop laten rijden? Ik kon het ze niet vragen, want zij reden rechtdoor, en mijn weg sloeg rechtsaf het Sorpedal in. De weg kronkelde dapper naar boven tussen de stammen van berken en dennen door. En dat alles uitgestrekt over de heuvels, waarin ik mij vandaag ging uitleven. Het water van die liefelijk naast de weg kabbelende Sorpe werd bij dagkilometerstand 19,9 als inspiratiebron gebruikt door kunstartiesten die van metaal diverse sculpturen hadden vervaardigd, een nadere inspectie waard. In de vijver ging een staketsel onophoudelijk op en neer, aangedreven door de schoepen van een waterrad. Zolang er water stroomt gaat de gebogen metaalarm op en neer, tot op de Dag van het Laatste Oordeel aan toe. Dat vermoedde ik tenminste, want ik bleef er niet op wachten. Daarvoor waren de aardse verlokkingen te sterk van het verdere wegverloop door de dalen en over de heuvels van het Sauerland. Het gras is altijd groener aan de andere kant van de horizon. Zoals Nederlanders graag naar de bergen trekken, gaan onze Duitse buren juist graag massaal naar de Nederlandse stranden. Een vlieg die iets te ruim door de bocht ging, tikte tegen m’n vizier weg, maar verder had ik deze ochtend de weg helemaal voor mezelf. Het geluk op aarde had ik zo’n beetje binnen handbereik, maar ineens floepte het lampje aan dat mij erop attendeerde dat het tijd werd eens ’n pompstation op te zoeken. Zo gaan die dingen. En zo ontmoet je nog eens mensen, geheel toevallig, doordat drie motorrijders besluiten op hetzelfde moment bij dezelfde tapzuil te tanken, en een benzinegesprekje beginnen. Olaf en Dolores heten ze, en ze presenteren zich als gangmakers van het Internetforum ‘Netbikers’. Ze organiseren voor medemotoristen jaarlijks een aantal toertochten, en kennen door heel Duitsland de mooiste weggetjes. Zeggen ze. “Dat kan iedereen wel beweren,” merk ik op, de opmerking over de trekhaak aan m’n motor indachtig. De handschoen toewerpen heet zo iets. Mijn list werkt: om hun gelijk te bewijzen, mag ik achter hun aanrijden, over de mooiste toerweggetjes in het Sauerland. Zo maak ik ineens deel uit van een motorkaravaan, op de derde positie, en hoef ik me niet meer om de landkaart te bekommeren. Gewoon als een schaap in de kudde achter de herder aan, dat heeft zo z’n bekoring. We slaan meteen al ergens een zijweg in en zijn als koningen zo rijk op onze stalen rossen die door de bochten richting Elpe steigeren. Paarden van vlees en bloed rennen in hun weiland een stukje mee, onder de bomen houden bruine viervoeters met horens onze verrichtingen in de gaten. We stoppen. Olaf wil weten of ik het mooi vind (“jazeker, jazeker”) en of het tempo te hoog of juist te laag ligt (“daarover kan ik me in dit stadium nog niet uitlaten”). Dolores wijst op de bruine beesten in het veld. “Mooi hè, die koeien, zo vredig in het veld.” “Neem je moer in de maling,” zeg ik met een stalen gezicht. “Die beesten daar zijn bruin, niet zwart-wit. Mooi dat dat geen koeien zijn.” Ze kijken me perplex aan, maar ik geef geen krimp. Pats! Sla ik mijn vizier dicht. “Kom, we gaan weer verder.” Te verbouwereerd om anders te reageren neemt het tweetal de rijpostie weer in. Die zit. De opmerking over de trekhaak is gewroken. Assinghausen heeft ook weer van die mooie vakwerkhuizen. Op de stoep staat een jongetje met een Duitse vlag de hysterie rond het WK nog eens dunnetjes over te doen. Die Duitsers houden vast aan tradities, dat blijkt ook als we in Bruchhausen halt houden bij de plaatselijke ‘Hofbrauerei’ annex ‘Gaststätte’. In het knoertige interieur wordt zelf gebrouwen bier geschonken, op de menukaart staan warme gerechten stevig in de Teutoonse culinaire bodem geworteld. Wij opteren echter voor drie mokken koffie, en stappen daarna weer op de motoren. Op de weg zitten we meteen weer vast achter een aantal Nederlandse caravans. We rijden dan ook langs een van de toeristische bezienswaardigheden van het Sauerland, die in alle toeristische brochures staan vermeld. De ‘Bruchhauser Steine’ worden tot op het bot uitgemolken, we moeten betalen om te parkeren, en dan nóg eens om de plaatselijke rotsformaties te bewonderen die boven het groene bladerdek uitsteken. ‘Nein, danke!’ Dan laten we dit natuurwonder liever aan ons voorbij glijden, terwijl we op de motoren de heuvelpartij ronden. Na Brilon Wald worden de heuvels lager, en is de bodem meer als landbouwgrond in gebruik. Moderne molenwieken draaien hun rondjes, waarlangs wij ons als hedendaagse Don Quichotes verplaatsen. Geheel in de sfeer van onze broederschap der volkeren nemen we geen aanstoot aan de provocerende armbewegingen van de witte reuzen. Als het kompas richting zuiden draait zien we de beboste heuvellijnen van het Sauerland weer voor ons liggen. Na Beringhausen rijden we door een vallei langs een riviertje, waarlangs de bochten elkaar steeds korter opvolgen. Op de heuvels moeten de koeien zich schrap zetten om er niet af te glijden. Dolores doet net alsof ze de zwart-witte gedaantes niet ziet, ze kijkt halsstarrig de andere kant op. Ach, het is best een lieve meid, Olaf en zij loodsen me inderdaad over piekfijne stuurweggetjes, die ik zelf zo snel niet allemaal op een rijtje had gekregen. Het uitzicht mag er ook zijn. We toeren langs fris geschoren weides, met hier en daar houten schuren. Het lijkt warempel wel of we in de Alpen rijden! Of die nu het predikaat Hollands, Zwitsers of Duits krijgen zal mij verder ‘Wurst’ wezen. À propos worst. Bij de Diemelsee wordt een pauze ingelast. Diverse horecagelegenheden richten zich speciaal op motorrijders, en die lusten nu eenmaal graag de Duitse culinaire specialiteit nummer één: ‘Currywurst mit Pommes’. Als we dan toch zo fijn aan het verbroederen zijn, doet U mij dan ook maar een portie. “Majo auf die Pommes?”, vraagt de bak- en braaddame aan me. “Hollanders willen toch altijd mayonaise op hun patat?” Ik kijk haar wantrouwig aan, maar ze schijnt het niet plagend te bedoelen. Ik geef haar het voordeel van de twijfel, en Olaf haast zich te zeggen dat hij bij een gehaktbal altijd mayonaise bestelt. “Dat heb ik in Nederland geleerd, en het smaakt geweldig!” Na deze leerzame les in culinaire ‘fusion’ stappen we nog even rond de oever van het stuwmeer. Het ‘Biker Restaurant’ is helemaal in strandstijl ingericht, ’n beetje zoals de strandtenten aan de Nederlandse Noordzeekust. Zie je wel dat Duitsers verzot zijn op de zee en het strand? Vlak aan het water glimlachen Olaf en Dolores zó lief naar elkaar, dat ik alweer een beetje spijt krijg van mijn eerdere plagerijen. We gooien wat met dobbelstenen, aangezien het ‘Bikertreff’ een weekendje verloot. Duitsers doen dat net als Hollanders: als er gratis iets te winnen valt, dan doen we allemaal mee. We rijden verder over de stuwdam en daarna langs beboste rotswanden aan de ene, en het met witte zeilen gespikkelde water aan de andere kant. De banden krijgen glimmende wangetjes van plezier in al die fijne bochten. Vervolgens schotelen m’n Duitse gidsen me een stukje ‘Hochsauerland-Höhenstraße’ voor, daar gaat het ook aardig heen en weer. Het gaat hier en daar met twaalf procent naar beneden, dit heugelijke feit wordt met een serie echte haarspeldbochten luister bijgezet. Terwijl de weg weer hemelwaarts gaat, doemen de eerste caravans weer op, we rijden dan ook in de buurt van Winterberg. Olaf wil weten waarom Nederlandse caravans de laatste jaren met witte kentekenplaten zijn getooid. Is dat soms zodat ze dan een beetje op de Duitse platen lijken? Terwijl ik het idee heb dat hij me stilletjes uitlacht, stel ik voor om maar weer eens door te rijden. Daar zijn onze fijne bochtenvriendjes weer, hallo jongens hoe is het ermee? Helemaal superstrak is het asfalt richting Wemlighausen niet te noemen, mijn Hagon dempers zien beslist nog roder dan ze af-fabriek al waren. Het deint behoorlijk op en neer, maar ik zou deze mooie bosrit niet hebben willen missen. Terwijl we naar eigen gevoel vlotjes doorrijden, komt ons een Ducati voorbij gestuiterd met een snelheid die me doet vrezen voor het gebeente van de berijder. Ook Olaf en Dolores hebben het niet op dit soort verkapte zelfmoordcapriolen. Ze zijn ook actief in een organisatie die Mehrsi heet, afkorting voor ‘Mehr Sicherheit’. Over heel Duitsland plaatst Mehrsi speciale protectoren op vangrails, zodat motorrijders bij een valpartij minder kans op letsel lopen. Die dingen worden natuurlijk juist geplaatst langs wegen die populair zijn bij motorrijders. Zoals ook langs de B236, die langs de Nuhne rivier met machtige bochten omhoog door het bos voert. De reddingsdiensten hadden er genoeg van voortdurend uit de bochten geschoten motorrijders uit de berm te moeten plukken. Daarom mogen we hier niet sneller dan zeventig kilometer per uur. Tegemoet rijdende auto’s knipperen met hun lichten, om ons te waarschuwen voor een stelletje laserkannoniers dat zich geniepig in een bushokje heeft verstopt. Maar aan ons verdienen ze vandaag geen cent. Zo loopt onze gezamenlijke ‘Freundschaftstour’ zonder wanklank ten einde. Hoewel? Bij de Aralpomp naast de McDonalds in Winterberg nemen we afscheid van elkaar. Olaf: “Weet je waarom McDonalds in Nederland bijna failliet is gegaan?” “Nee, daar weet ik niks van.” “Omdat Hollanders bij de McDrive met hun caravans de bocht niet konden nemen.” Gezien de prachtige toerdag die ik dankzij hem heb gehad, gun ik hem dit punt zonder tegenspraak. Zo gaan we als vrienden uit elkaar. Ik had Olaf en Dolores graag een rondleiding door de Nederlandse kroonkolonie Winterberg gegeven, maar thuis wacht dochterlief op hun. We komen elkaar zeker weer tegen. Bij discussies op hun internetforum, of liever ergens onderweg in het motorparadijs dat Duitsland heet. Dankzij deze Sauerlandtrip is mijn accu weer helemaal opgeladen. “Sauerland, Powerland,” zegt de hotelier later als we vanaf de uitzichttoren op de Kahler Asten naar de zonsondergang over de heuvelkammen kijken. En dat is helemaal waar. [Kasten + Karte und Bild: Sauerland 21] INFO Reis Helemaal naast de deur is het Sauerland niet, tenminste als je niet langs de oostgrens van Nederland woont. De afstand van Utrecht naar Winterberg bedraagt nog altijd zo’n driehonderd kilometer, waardoor een tripje naar de ‘Hollandse Alpen’ voor de meeste al snel een weekenduitje wordt. Geen punt, het gebied heeft genoeg te bieden om je er een aantal dagen te kunnen vermaken. Algemeen Het Sauerland is meer dan Winterberg en directe omgeving. Het gebied met de bijnaam Land van de Duizend Bergen strekt zich uit van grofweg Hagen in het westen tot Marsberg in het oosten. Het Sauerland was vroeger een arme streek, waaruit veel inwoners naar elders trokken voor werk. Rondtrekkende marskramers verkochten overal in Europa hun houtsnijwerk, het Ruhrgebied profiteerde van het arbeiderspotentieel direct naast de deur. Nu vinden we het houtsnijwerk terug in souvenirwinkels en trekken de bewoners uit het Ruhrgebied juist naar het Sauerland voor de frisse lucht en de natuur, die grotendeels behouden is gebleven omdat er geen industrie van betekenis plaatsvond. Tegenover houtkap stond van oudsher aanplant van nieuwe bomen, zodat het Sauerland nog steeds z’n groene kleed draagt. Het gebied is zeer waterrijk, er zijn dan ook diverse stuwmeren in gebouwd, waarvan een aantal ook voor watersport en recreatie wordt gebruikt. Voor motorrijders is het Sauerland een van de populairste bestemmingen in Duitsland. We zijn in de horeca graag geziene gasten, getuige de vele borden met ‘Biker willkommen’. Enkele gelegenheden richten zich zelfs speciaal op het tweewielige volkje. Nuttige adressen In Nederland kun je voor informatie en brochures terecht bij het Duits Verkeersbureau. Adres: Postbus 12051, 1100 AB Amsterdam. Telefonische klantenservice: 020-697 80 66 (maandag t/m vrijdag 09.30 uur tot 12.30 uur). Folder bestellijn: 0900-109 10 29 (€ 0,25). Handige websites: duitsland@d-z-t.de; www.duitsverkeersbureau.nl; www.sauerland.com; www.netbiker.de; www.mehrsi.de. Onderdak Het Sauerland is een populaire bestemming en telt als zodanig talloze overnachtingsmogelijkheden, van luxe hotel tot pension, ‘zimmer frei’ of camping. Motorrijders zijn nagenoeg overal in dit mooie stukje Duitsland graag geziene gasten en dat geldt in het bijzonder voor het plaatsje Winterberg, waar veel etablissementen door Nederlanders worden uitgebaat. MotoPlus verbleef in Berghotel Kahler Asten. Adres: Astenturm 1, 59955 Winterberg, tel: +49-2981-928 74 80, www.kahlerasten.de. Lezers van MotoPlus mogen de motoren gratis in de garage stallen als ze in het hotel overnachten. [Streamers] [Zweite Spread] Een Nederlander die graag in clichébeelden over Duitsland denkt, wordt in het Sauerland op zijn wenken bediend. [Dritter Spread] We toeren langs fris geschoren weides, met hier en daar houten schuren. Het lijkt warempel wel of we in de Alpen rijden! [Vorletzte Seite] De banden krijgen glimmende wangetjes van plezier in al die fijne bochten. [Unterschriften] [Opening: Sauerland-05, Ohne Unterschrift] [Zweite Spread] [Gross: Sauerland-07] De klimmetjes in het Sauerland kunnen soms gemeen steil zijn. [Sauerland-19] Typisch Duitse biker lunch. [Sauerland-15] Te jong om 1988 te hebben meegemaakt. [Sauerland-14] Ridders, ruiters en rijders kennen het Sauerland al langer. [Dritter Spread] [Gross: Sauerland-08] Op de horizon golven de karakteristieke heuvellijnen van het Sauerland. [Sauerland 04] In het Sorpe dal staan vreemde bouwsels in het water. [Sauerland-12] Als er gratis iets te winnen valt, doen alle volkeren mee. [Vorletzte Seite] [Sauerland-13] In het Sauerland is de industrie nauwelijks doorgedrongen. [Sauerland-18] Aan Duitse clichébeelden is onderweg geen gebrek. [Sauerland-10] Pauzeren doen we aan de Diemelsee. [Letzte Seite] [Sauerland-21 Bei Info-Seite ohne Unterschrift]

336x280_BMW-Motorrad_Premium_Selection

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.