+ Plus

Reizen Parijs-Peking (1)

In 1907 nemen elf mensen de uitdaging aan om van Parijs naar Peking te rijden. De rit werd een race en om de dreigende moessonregens te ontlopen werd op het laatste moment besloten om hem in omgekeerde volgorde te rijden, van Peking naar Parijs. Een kleine 102 jaar na dato voert Ride-On Motortours met een groep van zes motoren het originele plan uit. Ze starten in Parijs, onder de Eiffeltoren, en rijden 17.000 kilometer oostwaarts naar Peking. Onze Yamaha Super Ténéré mag dan nog geen 102 jaar oud zijn, de respectabele leeftijd van 20 jaar heeft hij inmiddels al wel bereikt. Dit hoeft in onze ogen echter geen belemmering te vormen voor het maken van een wereldreis, wij zijn zelf immers ook geen achttien meer. Net als de rest van onze tien man tellende groep op zes motorfietsen, die tot aan het Baikalmeer in Oost-Siberië samen zullen optrekken. Daar zal de groep zich splitsen en gaan een aantal met de trein terug naar Nederland, terwijl de rest doorrijdt naar Peking.Hoewel wordt gezegd dat een stad als Parijs nooit slaapt, is het echt opmerkelijk rustig als we in de vroege ochtend met zes motoren richting Eiffeltoren tokkelen. Het blijft bijzonder om door een ontwakende stad te rijden. Mensen die naar hun werk gaan, een restaurateur die de stoelen alvast op het terras zet, een zwerver die in alle vroegte op pad is, er heerst een aparte sfeer. Voor ons liggen ruim 17.000 kilometer, bijna net zoveel als tijdens de originele rit van 1907. Na een korte fotosessie en afscheid van vrienden en familie, speciaal naar Parijs gekomen, vertrekken we. Via Duitsland rijden we eerst door Hongarije en de Oekraïne naar Rusland en Kazachstan. Als erkende Rusland-reizigers voor ons inmiddels relatief bekend gebied.In het noorden van Kazachstan worden we voor het eerst getrakteerd op een ruimte die zijn weerga niet kent. We dompelen ons erin onder en geven bijna automatisch een streepje extra gas, wat op de prima wegen hier ook gewoon kan. De enorme vlaktes met graan die ons eindeloze kilometers begeleiden lijken eeuwig door te gaan. In een dorpje kopen we brood en kaas, rijden verder en stoppen niet veel later voor een picknick. Een prachtige plek waar de stilte enkel wordt doorbroken door het zachte ruisen van de wind over de uitgestrekte graanakkers. Dit is het grote genieten. Later die dag rijden we via een onverharde weg naar het dorp Imantau, waar aan de rand van het meer een aantal kleine houten chalets op ons wachten. We springen enthousiast het water in om het stof van de lange dag af te spoelen. De initiële opgewektheid maakt echter al snel plaats voor afgrijzen, het water is namelijk vreselijk koud. Zo koud zelfs, dat we later in de avond na het genot van een echte banya (sauna) voor een tweede duik bedanken. Met een emmertje lauw water lukt het ook wel. De toch al enerverende dag wordt bijna koninklijk afgesloten met een schitterende zonsondergang. “Een dikke 8”, volgens reisgenoot Friedemann. Was Imantau nog een toonbeeld van eenvoud, het tot nieuwe hoofdstad uitgeroepen Astana laat zich juist van een kant zien die wordt gekenmerkt door bijna overdreven pracht en praal. President Nazarbayev heeft hier duidelijk zijn stempel op willen drukken, ongelofelijk om te zien hoe architecten hun best hebben gedaan om van Astana misschien wel de meest futuristische stad ter wereld te maken. Via Semipalatinsk, de plaats waar de Sovjets in het verleden altijd atoomproeven uitvoerde, rijden we Siberië in. Het regent, iets dat sinds we Parijs verlieten niet meer is voorgekomen. Bovendien is het ook nog behoorlijk fris ook. De formaliteiten aan de grens zijn een tijdrovende bezigheid, maar verlopen toch nog redelijk snel en efficiënt. Bijkomend voordeel is dat het droog is in de houten douanekeetjes. De vriendelijkheid waarmee de Kazakken ons welkom heetten, lijkt bij de Russen volledig afwezig. Niet dat ze onvriendelijk zijn, eerder meer afstandelijk. We eindigen in Barnaul waar we een afspraak hebben met Zjenya. De man organiseert prachtige tochten in het Altaj-gebergte en zou voor ons een mooie binnendoor route naar Abakan op papier zetten, dit blijkt nu echter niet realiseerbaar. “Dat wordt na de regen van de afgelopen dagen toch wel erg moeilijk met die zware GS-en in jullie groep,” vertelt ook gids Sergej, wijzend naar de Adventure boxers. “Jullie kunnen beter over Kemerovo rijden en dan door naar Irkutsk en het Baikalmeer.” Zo gezegd, zo gedaan. Zou ook niet verstandig zijn om het oordeel van lokale gidsen, die het gebied het tot in de puntjes kennen, in twijfel te trekken. Ondanks dat we hier al vaker zijn geweest, gaat er ook nu weer een schok van ontroering door me heen wanneer we voor het eerst over het Baikalmeer uitkijken. De schoonheid van het meer en haar omgeving wennen domweg nooit. Het eiland Olkhon, waar we vanavond zullen overnachten, ligt als een baken in het meer en is alleen bereikbaar met een pontje. Naar onze slaapplaats is het nog goed vijftig kilometer rijden. De weg is onverhard, maar zelfs met zijn tweeën op de Super Ténéré is het goed te doen. Wat een feest om hier te rijden. Iedereen geniet volop, ook omdat de natuur ons trakteert op een prachtig schouwspel van uiteenlopende uitzichten over de heuvels, het meer en haar verblindend mooie, steile rotsenkusten. We hadden nog wel vijftig kilometer door willen rijden, maar dat gaat moeilijk want het eiland houdt op. Olkhon voelt als een resort waar vermoeide reizigers weer tot rust kunnen komen. En waar de motoren met welverdiende aandacht worden geprepareerd voor de weg richting Mongolië en China. We hebben geen haast en nemen ruim de tijd voor alles, in dat scenario past zeker ook een duik in het meer wat andermaal een ijskoude beproeving is. Volgens de legende is het water van het Baikalmeer heilig en zul je er langer door leven. Een bewering die maar zo op waarheid zou kunnen berusten, want het voelt alsof ik net een hartaanval heb overleefd. De weg naar de regionale hoofdstad Irkutsk vormt het begin van het tweede deel van onze reis. Helaas ook het keerpunt voor drie van onze reisgenoten, die vanaf hier weer huiswaarts keren. Niet iedereen kon zich ruim twee maanden vrijaf permitteren, het verlangen om ooit met eigen motor aan het Baikalmeer te overnachten was evenwel groot genoeg om dan maar aan een deel van de reis deel te nemen. We brengen Ria, Paul en Christoph naar de het station, waar motoren en rijders aan boord gaan van de Transsiberië Express, die hen in 3,5 dag terug naar Moskou brengt, zodat ze vandaar terug kunnen rijden. Een dag later zeggen ook wij het prachtige Baikalmeer gedag. De neuzen gaan richting oosten en langs de zuidkant van het meer rijden we verder totdat de oever naar het noorden afbuigt, terwijl wij doorgaan richting Ulan Ude. Vaarwel Baikalmeer!De route naar Ulan Ude voert over een prachtig slingerende weg door een zich al in herfstkleuren dompelend landschap van uitgestrekte bossen en heuvels. Het lege gevoel dat het achterlaten van drie reisgenoten en het afscheid van het Bailkalmeer achter liet, verdwijnt gelukkig langzaam en maakt plaats voor een verlangen naar de horizon. We zien echt uit naar de uitdaging om Mongolië in te gaan en natuurlijk ook te ontdekken.De laatste dag in Rusland spenderen we deels in het mistroostige plaatsje Kyakhta. We hebben nog wat uren te doden en slenteren door het stadje, waar we wonder boven wonder een cafeetje in de plaatselijke bioscoop ontdekken waar ze een echte espressomachine hebben. En, niet minder belangrijk, een vriendelijke en goedlachse bediende hebben die ook daadwerkelijk weet hoe het ding werkt! Van het tweede kopje genieten we extra lang. Het zou voorlopig maar zo de laatste kunnen zijn, de kans dat je op de steppen van Mongolië een koffieautomaat tegenkomt lijkt immers maar bitter klein.Mongolië verrast ons met een efficiënte douane en we zijn binnen enkele uren al het land binnen. Voor onze tocht door Mongolië hebben we contact gezocht met een lokale reisorganisatie. Onze gids Boldo rijdt op een Yamaha 250, het ideale motorfietsje voor Mongolië. Boldo brengt ook een dikke 4×4 terreinwagen met chauffeur mee als volgwagen, met voldoende ruimte voor onze bagage èn extra benzine. Ook voor ons is dat een uitkomst, want nu kunnen we solo door Mongolië rijden, omdat ook de passagiers in de auto kunnen. De eerste kilometers door Mongolië voert nog over een mooie gladde asfaltweg met zeer weinig verkeer. Af en toe passeren we een ruiter, die met zijn kudde onderweg is, of een motorrijder op een lichte 125. Wij zetten koers naar een boeddhistisch klooster in Amarbaysgalant, dat op een wel heel mooie plek ligt. De weg erheen gaat over prachtige zandpaden door valleien en over eindeloos lijkende heuvels. De uitzichten zijn zo fabuleus mooi dat ik lange tijd met een brok in de keel rond rij. Er groeien geen bomen, alleen maar gras dat door de plaatselijke schapen, geiten en paarden wordt kort gegraasd. Her en daar staan gers, ronde vilten tenten waar de nomaden in wonen, maar verder loopt het uitzicht door tot aan de horizon. Het voelt als een scène uit een avonturenfilm, de schoonheid van eenvoud in zijn meest basale vorm. Het pad splitst zich enkele keren, waardoor we ver uit elkaar komen te rijden. Plots staan we voor een klein riviertje dat we moeten doorwaden, hier komen ook alle paden weer samen. Wanneer we eindelijk bij het klooster zijn aanbeland, blijkt er buiten de kloostermuren een klein dorpje en een ‘ger camp’ te zitten. In één van de vilten tenten zullen wij de nacht doorbrengen, een bijzondere ervaring!Het klooster zelf stamt uit 1727 en was ooit het thuis van meer dan tweeduizend monniken. Nu leven er nog slechts veertig. Vanaf de heuveltop gezien ligt het klooster er majestueus bij en het geluid van de hoorns uit de grote zaal draagt tot ver over de heuvels de vallei in.Als we na het avondeten onze ger opzoeken is net de kachel er aangemaakt. Buiten is het behoorlijk fris. Ik verbaas me erover dat onze kachel met hout gestookt wordt, aangezien de brandstof van behoorlijk ver moet komen. De nomaden stoken hun kachels doorgaans voornamelijk op gedroogde mest, maar dat is hier dus niet het geval. Paarden zijn belangrijk in Mongolië, buiten vervoersmiddel en ‘brandstofleverancier’ zijn ze ook goed voor vlees en melk. En Mongolen zijn gek op paardenmelk, vooral als dit gefermenteerd en dus alcoholhoudend is. Keer op keer wordt het ons aangeboden, maar de smaak went nooit.We rijden steeds verder door het centrum van Mongolië. De verharde wegen liggen ver achter ons en het is niet eenvoudig om het juiste pad te vinden in deze wirwar van tracks. Ook onze gids Boldo raakt regelmatig het spoor bijster en iedere keer weer stoppen onze gidsen bij nomaden te paard om de weg te vragen. Het maakt weinig uit, want alles is zo puur en mooi dat het eigenlijk niet lang genoeg kan duren. Maar we worden abrupt uit onze droom gehaald als blijkt dat onze Super Ténéré het minder goed naar zijn zin heeft. Het achterframe wil zich afscheiden van de rest van de motor; dat staat op afbreken. Dertig kilometer verder vinden we in een klein plaatsje een smid, die, nadat hij zijn dronken broer een lesje heeft geleerd, zijn frustraties op onze motor botviert en het ene na het andere gat in het frame brandt. Lichtelijk teleurgesteld verlaten we deze braaiplaats. Morgen moeten we een andere werkplaats vinden voor een betere oplossing. Maar zover is het nog lang niet zo blijkt even later, want dan meldt Boldoo door de portofoon dat we er nog een probleem bij hebben. We stoppen en zodra het stof is neergedaald blijkt dat Joost vijfhonderd meter terug staat met een gebroken ketting. Gelukkig heeft hij keurig een nieuwe ketting bij zich, maar als die uit het doosje gehaald wordt, blijkt dat een eindeloos geklonken exemplaar te zijn. Dus zonder uiteinden die je met een klinkschakel of een visje kunt sluiten. Met andere woorden: voor de montage moet de hele swingarm uitgebouwd worden. Op zich al een tijdrovend klusje en helemaal zonder fatsoenlijk gereedschap… We bekijken de mogelijkheden en na een kleine inventarisatieronde blijkt Friedemann een vijltje bij zich te hebben, terwijl Rob nog een extra sluitschakel over heeft. Zit er dus niets anders op dan één schakel van de nieuwe ketting met een vijltje open te vijlen. Dat is behelpen en kost heel veel tijd. Tegen de tijd dat de ketting er weer op ligt, is het al donker en we besluiten niet verder te rijden, maar een overnachtingsplek te zoeken in het ger-camp een paar kilometer terug. Dat blijkt gelukkig geen probleem en we mogen één van de twee tenten gebruiken. Er liggen zelfs een paar matrasjes met dekbedden, die we met z’n allen moeten delen. Nog meer gastvrijheid krijgen we in de vorm van een echte nomadenmaaltijd met, jawel, paardenmelk.De volgende dag vertrekken we, na een ontbijt van harde kaak met gestolde room en thee. Er volgt nog een stukje hooglanden, waar blijkt dat we nog altijd niet uit de problemen zijn. De ketting mag dan met gemak twee keer op en neer naar Peking kunnen, heel anders is het gesteld met het slecht gespalkte achterframe van mijn Yamaha. Deze geeft het al weer eerder op dan gehoopt en is ondertussen op vijf plaatsen gebroken. Kees-Jan heeft ratelbanden bij zich en daarmee trekken we de delen strak tegen elkaar. Het zadel past nu helaas niet meer, maar op een stuk schapenvacht legt Dafne de 45 kilometer naar Karankorum af. Daar is volgens onze gids een sloperij met een werkplaats en een lasser.Ondanks de enorme ongeorganiseerde chaos krijgen we bij die sloperij wel de kans het achterframe goed onderhanden te nemen. Onze reisgenoten bezoeken ondertussen een tempelcomplex en rijden daarna samen met Boldo vooruit naar het volgende ger-kamp, terwijl wij aan het repareren slaan. Het achterframe wordt gelast en zoveel mogelijk verstevigd.Al dagen worden we echter door lokalen gewaarschuwd dat er sneeuw aan zit te komen en de volgende morgen blijkt dat ook daadwerkelijk zo ver. Direct na vertrek ’s ochtends daalt de temperatuur tot beneden het vriespunt en al snel dwarrelen de eerste vlokjes vrolijk om ons heen. De wind neemt tegelijkertijd almaar toe. Gids Boldo vriest bijna van zijn motorfietsje af en we hijsen hem daarom in alle kleding die we zelf kunnen missen. Het laatste stuk naar Ulan Baator glibberen we voorzichtig door de sneeuw die nu ook op het asfalt blijft liggen. Het is even zweten, maar we halen het uiteindelijk zonder noemenswaardige problemen.Onze euforie is echter van korte duur. De Mongoolse overheid heeft de noodtoestand uitgeroepen en niemand mag de stad verlaten, vertelt onze gids. Een paar jaar geleden blijken er in eenzelfde storm als deze veel mensen te zijn omgekomen. De nomaden zijn in september simpelweg nog niet voorbereid op de invallende winter en laten hun kuddes niet in de steek, waardoor ze zelf ook gevaar lopen op de open vlaktes. Om erger te voorkomen gaat Ulan Baator dus op slot.Voor ons is dat ook een tegenslag, want een snelle rekensom leert dat we nu niet op tijd bij de Chinese grens zullen zijn. We hebben ruim van te voren moeten aangeven wanneer we bij de grens aankwamen, om met de motoren China in te kunnen komen. En wanneer we morgen niet kunnen vertrekken, missen we die afspraak. Verder rijden blijkt echter niet mogelijk, maar de trein biedt uitkomst. En zo staan we die middag allemaal met onze motoren op het perron van Ulan Baator en niet veel later vertrekt onze trein voor een reis door de donkere nacht naar het zuiden, om ons ruim op tijd aan de Chinese grens af te leveren.Deel 2 van Parijs-Peking: Weg van de Draak wordt gepubliceerd in MotoPlus 7 die op 7 april verschijnt.________________________________________[Tekst bij kaart]Kijk voor meer informatie, ook voor het dagboek van de De MotorKaravaan 2010 die momenteel onderweg is naar Nepal, op www.ride-onmotortours.com[[streamers:]]VOOR ONS LIGGEN RUIM 17.000 KILOMETER, BIJNA NET ZOVEEL ALS TIJDENS DE ORIGINELE RIT VAN 1907.VOLGENS DE LEGENDE IS HET WATER VAN HET BAIKALMEER HEILIG EN ZUL JE ER LANGER DOOR LEVEN.HET VOELT ALS EEN SCÈNE UIT EEN AVONTURENFILM, DE SCHOONHEID VAN EENVOUD IN ZIJN MEEST BASALE VORM.HET ACHTERFRAME VAN DE SUPER TÉNÉRÉ STAAT OP AFBREKEN.ER ZIT NIETS ANDERS OP DAN ÉÉN SCHAKEL VAN DE NIEUWE KETTING MET EEN VIJLTJE DOOR TE VIJLEN.DE MONGOOLSE OVERHEID HEEFT DE NOODTOESTAND UITGEROEPEN EN NIEMAND MAG ULAN BAATOR VERLATEN,

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.