+ Plus

Reizen Midden-Zweden

Voor de een begint het noorden bij het oversteken van de Rijn of Waal, een ander waant zich er pas wanneer de poolcirkel zich heeft aangediend. Maar wat maakt het noorden nu echt het noorden? We gingen op een oriënterend bezoek in midden Zweden.De stilte is niet te missen. Geen auto, geen watergekletter, geen wind. Niets. Het kleine meer aan de Zweeds-Noorse grens waarnaast we onze tenten hebben opgeslagen, ligt er spiegelglad bij in de groene omgeving. Het landschap lijkt onaangetast, ronde met bossen begroeide bergtoppen verheffen zich om ons heen. De lucht is doortrokken van een kruidige dennengeur. Zelfs de enkele grijsviolette wolken hangen doodstil in de gloeiende middernachtshemel. Andreas en ik wisselen nauwelijks een woord, als we al praten, dan fluisterend. Zodat we de stilte kunnen horen. De enigen die zich niet aan dit stiltepact houden zijn een paar muggen. Af en toe duikt een nerveus zoemen naast je oor op, komt dichterbij en zwelt aan tot een snelle, geroutineerde handbeweging de stilte weer herstelt.We zijn gearriveerd. We voelen het hoge noorden en willen het ervaren, hier hoog in de centraal gelegen Zweedse provincies Värmland, Dalarna en Jämtland. In plaats van over de saaie Europese hoofdwegen richting Lapland en de Noordkaap te blazen, doorkruisen we de wildernis over zo klein mogelijke weggetjes. Steeds op zoek naar elanden en de uitgestrekte eenzaamheid van de bergen. Met het kompas ongeveer op het noordoosten gericht proberen we in de wirwar van vele paden de juiste te vinden.Soms helpen borden ons verder, maar vaker komt het uitsluitend aan op ons richtingsgevoel. Uren achtereen sturen we met onze allroads over geelbruine zandwegen, zien niets behalve dennen- en sparrenbossen, glooiende berghellingen en ontelbare kolken en meren. Een landschap waarin elanden en bevers elkaar goedenacht wensen en waar je slechts heel sporadisch een enkele geblutste Volvo tegemoet hobbelt. Verder helemaal niets, bijna honderd kilometer lang.Wel een beetje dom dat we al lang geen moeite meer hebben gedaan om te achterhalen waar we ons precies bevinden. Geen enkele notie waar we eigenlijk zitten. Vele van de kleine wegen staan zelfs helemaal niet op de kaart, maar gelukkig belanden we uiteindelijk op een asfaltweg met twee wegwijzers. Linksaf gaat het naar Norra Löten, rechtsaf naar Södra Löten en het kleine meer waar we tegenaan kijken is genaamd Lötsjön. Het duurt even voor we deze locatie op de kaart weten te vinden. We gaan rechtsaf en rijden over de snelle route richting het oosten, langs bergen met namen als Rummknölen en Kamknölen.Op de weinige open plekken zien we typisch Zweedse houten huizen. Geel of wit, maar meestal rood. En doorgaans nogal ongezellig. Er omheen perfect onderhouden gazons en een vlaggenmast met de rustige wapperende nationale kleuren. Zweedse idylle op zijn puurst. Op een zomerse ochtend als deze hangt er een blauwwitte nevel van uitlaatgassen over de meeste dorpen, het knetteren van tweetakt maaiers verraadt waar de oorzaak ervan gezocht moet worden. Zweden maait het gras.In de middag daalt de stilte gelukkig weer in alle rust neer. Stoelen en tafels worden op het versgemaaide gazon gesleept, de familie maakt het zich gemakkelijk met versgezette koffie en gebak en bekijkt wat er zoal over de weg voorbij komt. Niemand die op het idee komt om achter het huis te gaan zitten.Doen dergelijke taferelen al aan als een werf uit een Zweedse promofolder, de dorpjes aan het Siljanmeer doen daar nog een schepje bovenop. Rustieke houten huizen, unaniem gestoken in het traditionele falunrood met sneeuwwitte kozijnen en voorzien van overvloedig bloeiende plantenbakken. Het lijkt net een openluchtmuseum. Daarbij past dan ook perfect een aantal door de straten flanerende oldtimers. Die komen net terug van de ‘Classic Car Week’ in Rättvik aan het Siljanmeer. Naar het schijnt is daar een 60-er jaren Amerika feestje aan de gang. Onafgebroken ronken reusachtige Amerikaanse sleeën met hun achtcilinder bigblocks door de straten op en neer. Zien en gezien worden, daar draait het nu even om. Brylcream laat de kuiven glanzen en vanuit de cassetterecorders laat Elvis ‘The King’ Presley op maximaal volume van zich horen. Ondertussen leunt de lokale hermandad ontspannen op de BMW van de zaak, totaal niet onder de indruk van de verkeerschaos die de oldtimers veroorzaken. Zelfs een burnout, waarmee een vlammend rode Mustang krijsend zijn rubber over het asfalt smeert, brengt het tweetal niet van hun stuk. Zweden weten hoe je het leven dient te leven.Ook wij beginnen er langzamerhand deel van uit te maken. Zitten urenlang in de warme zon voor een café, bewonderen de Amerikaanse slagschepen en voelen niet de minste behoefte om verder te rijden. Totdat de naderende sluitingstijd van de plaatselijke supermarkt ons dwingt op te breken. We hebben nog geen eten voor de avond ingeslagen. Boodschappen doen in Zweden is leuk, wanneer je geen Zweeds spreekt of verstaat in ieder geval. We lezen elkaar de etiketten voor en proberen ze te vertalen. Onze favoriet is een pot ‘bringebaerssyltetoy’, een donker goedje dat we uiteindelijk identificeren als Zweedse bramenjam. We beginnen het te leren. Al gauw vervangen we een kopje Nesquick, al sinds onze kinderjaren synoniem is voor cacao, door het merk ‘Ögon Blink’ en dopen de vrijstand van onze motoren om in ‘gängvek’. Dat betekent weliswaar eigenlijk voetpad, maar laat zich gevoelsmatig heel goed vertalen in ‘gang weg’, hetgeen met een beetje fantasie best eens de vrij van een versnellingsbak zou kunnen betekenen. De boodschappen hadden we achteraf kunnen laten voor wat het was. Als we de motoren op de camping parkeren komt buurman Anders, een vitale midden zestiger uit Stockholm, met twee enorme zalmen aanzetten die hij zojuist heeft gevangen. Hij geeft aan deze onmogelijk alleen te kunnen weg werken, “dus jullie steken het vuur alvast aan terwijl ik deze jongens intussen schoonmaak”. Een niet te misverstane aanwijzing. Het komt ook niet in ons op om hem tegen te spreken, zeker niet wanneer Anders twee flessen Italiaanse witte wijn uit zijn Saab tevoorschijn tovert. Vis eten zonder witte wijn kan volgens de flamboyante visser immers echt niet. Daar verandert zelfs de torenhoge prijs van een flesje wijn niets aan.De volgende morgen is Anders al vroeg vertrokken, waarschijnlijk weer aan het vissen. We pakken de motoren op en vertrekken in noordwestelijke richting. Langzaam nemen de heuvels in omvang toe en als we de Fulufläll met zijn duizend meter toppen in zicht krijgen heeft het landschap een duidelijk noordelijker karakter gekregen. Het is eenzamer, de bomen zijn al lang niet meer zo hoog als meer zuidwaarts en kale rotspartijen geven het landschap iets groots en wilds. Rijpe bosbessen staan verleidelijk langs de weg en spontaan stoppen we om een zak vol te plukken. Bosbessenpannenkoeken moeten op een campinggasstelletje toch te realiseren zijn. Onder in het dal zoekt de Västerdalsälv zijn lange weg richting de Oostzee. Vlak naast de rivier ligt een kleine camping met wrakke tafels en banken, twee kranen en iets dat in een ver verleden voor WC doorging, maar duidelijk z’n beste tijd heeft gehad. Maar wel bossen rondom en naar het westen vrij uitzicht naar Fuluflället. Plotseling gespetter in het water: een bever! Vastbesloten peddelt hij stroomafwaarts, ons geen blik waardig keurend. We steken ons gastelletje aan, mengen de bosbessen met het pannenkoekenbeslag en zijn blij met deze fabelachtige plek. Totdat Andreas als door een wesp gestoken met grote ogen van verbazing bijna de pan laat vallen. Als een opgewonden schooljochie staart hij in het bos: elanden! En inderdaad, op nog geen dertig meter afstand staat een eland met twee kalveren. Op haar dooie gemak aanschouwt ze onze bakactiviteiten, terwijl de jongen duidelijk nerveus om haar heen trappelen. Hebben zeker nog nooit motorrijders gezien. We durven ons haast niet te bewegen en staren gefascineerd en bijna onbeleefd terug. Uiteindelijk draait de eenzaam rondtrekkende moeder zich verveeld om en slentert met haar spruiten weer terug het bos in. Opgewonden vertel ik de campingbeheerster van deze ontmoeting, die is er nauwelijks van onder de indruk. “Ja, die komen wel vaker langs, er leven hier noordelijk van Dalarna ook meer elanden dan mensen dus heel vreemd is dat niet. Overigens komen hier ook veel bruine beren voor, gelukkig komen die maar zelden op bezoek”, stelt ze haar gasten enigszins gerust. Voordat ze verder kan vertellen verstoort een felle flits het gesprek, de donder volgt nagenoeg meteen. De hele nacht vuren de weergoden in alle hevigheid hun bliksemflitsen op aarde, het is allang weer licht wanneer het onweer eindelijk verder trekt en de hitte van de vorige dag met zich meeneemt. Temperaturen van rond de 28 graden zijn voor midden Zweden allesbehalve normaal. Een paar witte wolkjes zeilen langs de schoongeveegde strakblauwe hemel naar het noorden. De lucht is glashelder en ook wij koersen verder in dezelfde richting.Na het stadje Idre lijkt het hoge noorden echt te beginnen. De route wint langzaam aan hoogte, het bos wordt steeds dunner om uiteindelijk bij het bereiken van de 800 metergrens plaats te maken voor struiken en grasland. Zwedens hoogste pas ligt voor ons. Met zijn 975 meter geen echte hoogvlieger, maar al wel boven de boomgrens. Bijna recht als een liniaal snijdt de weg door de grijsgroene toendra. Af en toe een paar rendieren of een kleine poel waarin de blauwe lucht weerspiegelt. In de verte domineren afgeronde, maar met hun 1800 meter wel enorme bergen de horizon. Een zwarte regenwolk rolt over de kale Fjälls. Ver achter me zie ik de koplamp van Andreas’ Africa Twin door mijn stofwolk heen oplichten. De machtige bergketen in het Noorden dwingt de weg tot een lange omtrekkende beweging richting het Oosten, geen enkele route doorkruist de wildernis van de Fjälls. We komen uit aan de Storsjön, wat in het Nederlands zoiets betekent als Het Grote Meer. Een passende naam, hoewel de zeventig kilometer brede watervlakte eigenlijk best klein oogt. Veel te zien is bovendien ook niet, de grootste attractie verbergt zich in de diepte: het monster van Storsjön! Meer dan tweehonderd mensen beweren het slangachtige beest ooit al eens te hebben gespot. Hij zou ongeveer 14 meter lang zijn, met een glimmend zwarte, groene of grijsrode huid. Is ook niet de minste, hij stamt namelijk uit een beroemde familie, naar het schijnt is hij namelijk de neef van Nessie. Net als zijn beroemde Schotse familielid uit Loch Ness is er ook op het Storsjön monster genadeloos gejaagd. Met een enorme vangklem en een levend varken als lokaas, maar ook is er ooit al eens een Noorse walvisjager ingehuurd. Zonder resultaat. Dus valt hij nu onder de natuurbescherming en wie wil, kan tegenwoordig met een stoomboot op monstersafari. Big business!Veel spannender dan het monster is evenwel het landschap langs de E14, met als hoogtepunt de grootste waterval van het land, de bruisende 38 meter hoge Tännfors. Voor ons markeert deze ‘waterklater’ het noordelijkste punt van de reis. We zijn de 63e breedtegraad gepasseerd en daarmee nog maar 350 kilometer van de poolcirkel verwijderd. De E14 brengt ons naar Noorwegen en vanaf daar gaat het wederom verder over zo klein mogelijke weggetjes, maar dan in zuidelijke richting. Na een tijdje bereiken we Röros en het bevalt ons meteen prima. Een samenspel van liefdevol gerestaureerde, houten huizen in zwart, geel, rood en wit. Sommige zijn al 350 jaar oud. Het levendige, oude mijnstadje werd in tegenstelling tot de meeste andere steden nooit door brand verwoest en is door UNESCO tot werelderfgoed verklaard.Ten zuiden van Röros duiken we nog een keer de wereld van eindeloze bossen met een wirwar van kleine paden in, gaan ongemerkt weer de grens met Zweden over en vinden zelfs het kleine meer terug waar we tien dagen geleden hebben overnacht. Hetzelfde meer ook waar we voor het eerst de adem van het Noorden voelden. Er is sindsdien niets veranderd, zelfs de wolken lijken onveranderd en lichten weer intensief grijsviolet op aan de gloeiende middernachtshemel. En de muggen die proberen opnieuw onze rustige avond te verpesten, hebben nog niets bijgeleerd en spelen met hun leven. Onvoorzichtig zoemen ze net zolang om ons heen tot een snelle handbeweging weer voor rust zorgt. Ten gunste van die onvergelijkbare stilte, die zo typisch is voor het hoge noorden.INFOWie het hoge noorden zoekt hoeft niet helemaal naar de Kaap. In de centraal Zweedse provincies Värmland, Dalarna en Jämtland vind je alles wat het noorden typeert: eenzame bossen, ontelbare kronkelweggetjes en paden, indrukwekkende gebergtes, eindeloze verten en, met wat geluk, elanden.REISVoor de overtocht naar Zweden bestaan meerdere mogelijkheden. Wij begonnen de trip in Oslo, maar vanuit Nederland is er geen directe veerdienst met de Noorse hoofdstad. Vanuit het Noord-Duitse Kiel, op een kleine 500 kilometer rijden van Nederland, onderhoudt Color Line echter wel een dagelijkse, directe verbinding met Oslo. De nachtelijke overtocht neemt zo’n 19 uur in beslag en een kost rond de tweehonderd euro per retourreis inclusief motor.Kijk voor vertrektijden en prijzen op www.colorline.com.Natuurlijk kan je ook gewoon over land naar Zweden reizen. Tegenwoordig is het mogelijk om via Denemarken nabij Kopenhagen over een brug naar Zweden te gaan. De totale afstand vanaf Utrecht naar Arvika, de meest zuidelijke plaats van de rondreis, is dan een kleine 1300 kilometer.WANNEERDe beste tijd om naar Zweden te reizen ligt tussen eind mei en eind augustus. In juni en juli zijn de nachten zo hoog in het Noorden erg kort. Het weer is er vaak beduidend beter dan bijvoorbeeld het Noorse fjordengebied, omdat de vanuit het westen aangevoerde bewolking zich doorgaans al in de Noorse bergen van al zijn regen heeft ontdaan. Zweden heeft daarom duidelijk meer zonuren te bieden dan Noorwegen. De temperaturen liggen in juli tussen de 15 en 25 graden, boven de duizend meter moet je wel rekening houden met nachtvorst.OVERNACHTINGENZweden heeft kampeerliefhebbers een dicht net van campings te bieden. Per tent en per persoon kost een overnachting tussen de tien à vijftien euro. Typisch zijn ‘stugas’, kleine, rustieke houten hutjes met kookgelegenheid en stapelbedden voor twee tot zes personen, die zowel op campings als ook privé verhuurd worden. Vooral bij regenachtig weer heb je hier een prima en relatief ruim onderkomen aan. Afhankelijk van grootte en uitrusting betaal je tussen de dertig en zestig euro per nacht. Hoe verder richting noorden, des te uitgestrekter het landschap en hoe zeldzamer de officiële campings te vinden zijn. In tegenstelling tot het dichter bevolkte zuiden van Zweden, zijn er hier wel meer dan genoeg plekken om wild te kamperen, vaak in een beeldschone omgeving aan een rivier of meer. Voor de volledigheid, wildkamperen in Zweden is toegestaan, mits je dit niet doet op privéterrein of in beschermd natuurgebied. Pensions en hotels zijn dun gezaaid en bijna uitsluitend te vinden in dorpen. De prijzen hiervan liggen iets hoger dan in Nederland.VALUTAZweden behoort wel tot de Europese Unie, maar houdt stevig vast aan de Zweedse Kroon (SEK) als betaalmiddel. Voor één euro krijg je momenteel ongeveer 9,1 Zweedse Kronen. Vooraf wisselen is niet nodig, simpelweg bij aankomst in Zweden geld opnemen met je bankpas of creditcard bij een pinautomaat is veel makkelijker. Hoewel zowel Zweden als Noorwegen tot de duurste landen van Europa behoren, hoeft een vakantie hier niet financieel gierend uit de klauwen te lopen. Wanneer je enkel in hotels overnacht en in restaurants eet vliegt het vakantiebudget er natuurlijk vlot doorheen, maak je daarentegen gebruik van de simpele en aantrekkelijke kampeer- en andere overnachtingsmogelijkheden in Zweden, dan ben je echt niet duurder uit dan in Italië of Frankrijk. CONTACTZweeds Verkeersbureau VisitSwedenStortorget 2-4SE-83130 ÖstersundT 0294 – 432 580 (lokaal tarief)E holland@visitsweden.comI www.visitsweden.com[BILDUNTERSCHRIFTE][Seite 96] Voor natuurliefhebbers absoluut uniek: in het noorden mag je bijna overal in de eenzame uitgestrektheid vrij kamperen en kokkerellen. Let op, open kampvuur is verboden wegens brandgevaar.Bijna middernacht aan een meer op 63 graden noorderbreedte. De middernachtszon laat de horizon gedurende de nacht gloeien van opwinding.[Seite 98]Tevergeefs wachten op de vreedzame reuzen en beweeglijke peddelaars, helaas laten de elanden en bevers zich pas veel later aan de Västerdalsälv ook echt zien.Arctische flora aan de kant van de weg. Fraai en werkelijk overal begeleiden ze je op de lange weg naar het noorden.[Seite 100]Wilde en waterrijke rivieren ontspringen in het grensgebergte tussen Noorwegen en Zweden. Pas verderop richting het oosten komt hun onstuimige karakter weer een beetje tot rust.[Seite 101]En daar zijn ze dan eindelijk, avondbezoek tijdens het kamperen van een eenzaam rondtrekkende elandmoeder met naar twee spruiten. Geheel onbekommerd observeert ze ons bij het koken.[Seite 102]Zie je nog maar zelden: de bever. Alleen in het hoge noorden stoort niemand zich aan zijn dammen en illegale rivierstuwen.[Seite 103]Eindeloze gravelwegen in centraal Noorwegen en Zweden. Goed onderhouden en makkelijk te berijden, enkel een duidelijke bewegwijzering ontbreekt doorgaans.

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.