+ Plus

Reizen Drielandenpunt / Nauders

In de buurt van het bergdorpje Nauders in Tirol vormen Oostenrijk, Italië en Zwitserland een drielandenpunt. Maar hier is ook een aantal van de markantste bergtoppen van de Alpen te vinden en die zorgen in drievoud voor heerlijk bochtige wegen over adembenemende bergpassen.

START: NAUDERS
Het goddelijke Nauders. De hier samenkomende landen zorgen voor een bochtenparadijs in drie verschillende richtingen. In Oostenrijk zijn dat de wegen van de Lechtaler Alpen, in Zwitserland de prachtige wegen van Engadin en in Italië moeten de machtige bergen van het Ortler-massief worden overwonnen. Dertien bergpassen met een hoogte tot 2.757 meter wachten hier. En dat uiteraard in het goede gezelschap van indrukwekkende berglandschappen, die zich rond het Inntal, dat als een as er tussenin ligt, groeperen. Na iedere intensieve bochtenrit blijf je je weer over dit geweldige gebied verbazen en is het centraal in het gebied gelegen Nauders een heerlijke plek om te verpozen om alle opgedane indrukken nog eens de revue te laten passeren. Dit bergdorp hoog boven het Inntal tussen Finstermünz- en Reschenpas is gelegen tegen de Ötztaler Alpen en kijkt uit op de Silvretta en het Samnaun-gebergte aan de andere kant. Hier wachten gemoedelijke kroegjes, wellness en heerlijke uitzichten. Een geweldige plek om je te verheugen op de wegen die de volgende dag op je wachten.

Info: Tirol Werbung, tel.: 0043-512-72720, www.tirol.at
Nauders Tourismus, tel.: 0043-50225400, www.nauders.com

TOUR 1
De Zwitserse ronde

Slecht acht kilometer verwijderd van Nauders ben je in Zwitserland en in koopjesparadijs Samnaun. Maar het ons hier te doen om de geweldige wegen van de Engadiner Alpen.

We verlaten Nauders in de richting van Mals/Meran, maar rijden aan de zuidkant van het dorp richting St. Moritz. De weg duikt met heerlijke bochten het Inntal in, richting Martina, waar je de grens met Zwitserland passeert en langs de Inn richting Landeck rijdt. Na vijf kilometer pakken we links het oude weggetje omhoog naar Samnaun. Hier wacht ons een prachtig slingerende, in de steile rotsen uitgehouwen weg, die ons met zijn onverlichte, smalle tunnels doet denken aan de lang vervlogen tijden van de eerste Alpenwegen. Wie zich in Samnaun genoeg heeft vergaapt aan alle belastingvrije koopjes en voordelig de tank heeft volgegooid, stuurt via dezelfde weg weer terug of kiest voor de nieuwe weg richting Landeck, om vervolgens beneden in het Inntal rechtsaf te slaan naar Martina/Scuol/St. Moritz. Je volgt aansluitend het hogere Inntal door de mooie plaatsjes van Unter-engadin over landschappelijk weliswaar mooie, maar stuurtechnisch niet heel uitdagende wegen. Deze worden wel steeds sportiever om te rijden naarmate je hoger komt. In Susch gaat het linksaf richting St. Moritz en passeer je Zernez. Daar houden we rechts aan en gaat het verder richting St. Moritz. Vanaf dit punt rijden we op hoger gelegen bergwegen en worden we omringd door de drieduizenders van Oberengadin. Wie nog wat extra bochten wil, surft in La Punt nog even rechts omhoog naar het hoogste punt van de Albulapas en weer terug. Daarna gaat het weer verder over de hoofdweg naar St. Moritz. Voor het skioord slaan we na het vliegveld linksaf naar de 29 richting Poschiavo/Pontresina/Berninapas. De 2.328 meter hoge Bernina staat garant voor puur stuurplezier.

Op het hoogste punt passeren we het Lago Bianco en vier kilometer verderop zetten we koers richting Livigno, om kort daarna de Italiaanse grens te passeren. Ook het in Italiaanse Livigno kan er belastingvrij worden geshopt en voordelig worden getankt. Na Livigno met zijn fjordachtige meer gaat het richting Svizerra. Aan de noordzijde van het meer duiken we links de Munt-la-Schera-tunnel (meestal pendelverkeer met tussenpozen van een kwartier, tol) in midden door een bergketen en gaan Zwitserland weer in. Op de 28 gaat het vervolgens meteen weer naar rechts, om via de Ofenpas naar Mustair te sturen. Landschappelijk lijkt het haast of we in Canada rijden, zo afgelegen is dit deel van het Zwitserse Nationale Park. De weg is eigenlijk het enige teken van civilisatie, die we na de afdaling van de pas in het dal weer hebben bereikt. In Taufers maken we een kort uitstapje naar Italië/Zuid-Tirol en voor Mals slaan we uiteindelijk linksaf richting Reschenpas/Nauders.

INFO
Lengte van de rit: 245 kilometer, lichte dagtoer met voldoende tijd om te shoppen of tussenstops te maken

Regio: de Zwitserse ronde gaat dwars door Unter- en Oberengadin en biedt met de Albula (al naar gelang tijd) en Bernina twee passen in het echte hooggebergte van de Engadiner Alpen. Maar kenmerkend voor het drielandenpunt voert de route ook door de beide buurlanden. Italië pakt daarbij een landschappelijke hoofdrol met Livigno en het bijbehorende meer. Maar het Zwitserse deel met de Ofenpas door de compleet verlaten bergwereld van het Zwitserse Nationale Park is onovertroffen.

Bikerpoints/tips: de geschiedenis van ‘Hotel Park Nazional Il Fuorn’ gaat terug tot de vijftiende eeuw, toen de Ofenpas zijn naam ontleende aan de ijzersmeltoven. Vandaag de dag is het bij dit hotel genieten van lokale gerechten en van het fascinerende uitzicht op de nabij gelegen bergpas en de omringende bergen (hoogste punt Ofenpas, www.ilfuorn.ch). ‘Gasthaus Alpenrose’ torent in Plattatschas hoog boven Val Müstair uit. Vanuit Santa Maria rijd je vijf kilometer de Umbrail omhoog (zie ook toer 2) om op het zonneterras van een geniaal uitzicht en van de heerlijke keuken te genieten (www.alpenrose-umbrail.ch).

Bezienswaardigheden: het belastingvrije Zwitserse Samnaun is een winkelparadijsje, waar bovendien voordelig kan worden getankt. Het dal is er tevens bijzonder fraai. De oeroude Samnaunstraße met zijn tunnels vormt een mooi stukje Alpenhistorie.
Mals in het Italiaanse Obervinschgau betovert je met oude kerkjes en andere historische bouwwerken, het Zwitserse Müstair heeft een fraaie historische dorpskern en het St. Johann klooster. De Reschensee ontstond in 1950 door drie kleinere meren samen te voegen door opstuwing, waardoor 160 huizen onder water kwamen te staan. De enige nog uit het water torende kerktoren van Alt-Graun is een geliefd onderwerp op ansichtkaarten van de regio.
Het Zwitserse Nationale Park is het oudste van de Alpen en van midden-Europa en werd in 1914 opgericht. Het omvat enorm afgelegen en natuurrijke regio’s ten noorden van de Ofenpas, het bezoekerscentrum vind je in Zernez.

Passen: Berninapas 2.235 meter, Forcola di Livigno 2.315 meter, Ofenpas 2.149 meter, Reschenpas 1.507 meter.

Websites: Schweiz-Tourismus, www.myswitzerland.com, Graubünden Ferien, www.graubuenden.ch


TOUR 2
De Italiaanse ronde

Ook Italië is snel te bereiken vanuit Nauders. Hier hebben we een uitdagende Alpentoer van topniveau samengesteld, die maar liefst acht bergpassen telt, waarvan de bekende Stelvio met 2.757 meter het hoogst is.

We verlaten Nauders aan de zuidkant richting Mals/Meran. De Reschenpas, die als eerste volgt, is eigenlijk nauwelijks als zodanig waarneembaar en voert ons gelijkmatig over een breed zadel. Na de Italiaanse grens volgt een indrukwekkend landschap met de blauwgroene Reschensee, de verdronken kerktoren van Alt-Graun en het Ortler-massief er achter. Vanuit gaan we verder in de richting van Meran, tot vlak achter Mals. Bij het begin van het dorp buigen we af naar rechts naar Laatsch en Taufers, waar we de Zwitserse grens oversteken en Müstair passeren. Die met Tour 1 parallel lopende gedeelte verlaten we een kilometer of drie na Müstair in Sta. Maria, waar we linksaf gaan richting Stelvio/Umbrail en de steile Umbrailpas op rijden, die eindigt in een betoverend berglandschap op een hoogte van 2.501 meter. Op het hoogste punt steken we de grens over naar Italië en sturen we rechtsaf richting Bormio. In een opnieuw indrukwekkend berglandschap is het vervolgens draaien en zwieren op de westflank van de Stelvio naar beneden richting het bekende skioord. Vanuit Bormio gaat het aansluitend richting Gavia/Santa Caterina. Vanaf Santa Caterina begint de beklimming van de Gavia via een smalle, bochtige en uitdagende weg, waarvan het wegdek vaak niet even optimaal is. Op de zuidflank van de Gavia gaan we weer naar beneden richting Ponte di Legno, waarna we rechts aanhouden richting Aprica/Sondrio. Hier is de weg naar Aprica een stuk breder. Na dit dorpje en het oversteken van riviertje de Adda slaan we direct rechtsaf naar de S38 richting Bormio/Tirano. In Tirano gaat het weer naar links, naar Poschiavo en vervolgens omhoog de Passo Bernina op. Direct na het dorpje zijn we weer in Zwitserland en mogen we ons verheugen op een geniaal stuk weg over de zuidoostelijke flank van de Bernina. De noordwestflank hebben we op tour 1 al leren kennen. Net als bij tour 1 op de pas richting Livigno (rechts) en dan twintig kilometer over inmiddels bekend terrein. Maar in Livigno buigen we rechts af. Bormio aanhoudend komen we achtereenvolgens over de Passo d’Eira en direct daarna de Passo di Foscagno. Aan de andere kant gaat het geweldig gaaf omlaag naar Valdidnetro richting Bormio. Voor Bormio slaan we weer linksaf richting de Passo di Stelvio. Nu zitten we op de westflank van de beroemde bergpas, die we eerder al in tegenovergestelde richting reden. Op deze geniale weg is het iedere keer opnieuw weer fantastisch genieten. Na het hoogste punt gaan we echter niet terug via de Umbrail, zoals op de heenweg, maar blijven we in Italië en rijden we richting Bolzano/Passo di Stelvio en pakken daar de 48 haarspeldbochten op de zuidkant van de pas naar beneden. Aansluitend gaat het via Trafoi, Prad, Schluderns, Mals en de Reschenpas weer naar Nauders.

INFO
Lengte van de rit: 340 kilometer, pittige dagtoer met pauzemogelijkheden

Regio: de Italiaanse ronde bevat zeven bergpassen boven de 2.000 meter en biedt zowel veel stuurplezier als landschapsbeleving op echte topwegen. Door de nadrukkelijke ‘vertanding’ van de Italiaanse en Zwitserse grens in deze regio verlaat je meerdere malen voor korte tijd Italië, zonder dat je daarbij trouwens tijdsverlies oploopt door grenscontroles.

Bikerpoints/tips: op het hoogste punt van de Passo d’Eira is ‘Motorradhotel La Tea’ met zijn terras ideaal om lekker rond te hangen en van het uitzicht op de bergen te genieten (www.latea.it).
Het hoogste punt van de Stelvio is niet alleen een bekend trefpunt voor motorrijders, op sommige dagen is het er zelfs een waar volksfeest. Wat verder weg van de weg vind je het zonneterras van de zogeheten ‘Tibet-Hütte’ met een geweldig uitzicht (www.tibet-stelvio.com).
Ook op de Gavia valt inmiddels genoeg te beleven als de jonge honden uit Brescia, Bolzano of Trient hier omhoog rijden. Voor de inwendige mens moet je bij ‘Rifugio Bonetta’ zijn (www.passogavia.it/il-rifugio).

Bezienswaardigheden: het Italiaanse Bormio aan de voet van de Stelviopas heeft mooie winkelstraten en markten. Het bezoekerscentrum van het Naturatrafoi Nationale Park in Trafoi aan de Stelviopas onderscheidt zich met tentoonstellingen, die laten zien dat het fascinerende Ortler-massief meer is dan een geweldige omgeving om motor te rijden (www.naturatrafoi.com).
Van Graun aan de Reschensee begint in oostelijke richting het Langtauferstal, waarin je een mooie ontdekkingsreis kunt maken.
Het bekendste foto-onderwerp in deze omgeving is echter de uit het water stekende kerktoren in de Reschensee. Dit stuwmeer bestond oorspronkelijk uit drie kleinere meren, de sinds 1950 overstroomde huizen van het dorp bevinden zich nu onzichtbaar onder de waterspiegel.

Passen: Reschenpas 1.507 meter, Umbrailpas 2.501 meter, Stelviopas 2.757 meter, Gaviapas 2.652 meter, Berninapas 2.235 meter, Forcola di Livigno 2.315 meter, Passo d’Eira 2.211 meter, Passo di Foscagno 2.291 meter.

Websites: Südtirol-Information, www.suedtirol.info, ENIT (Italiaans bureau voor toerisme), www.italia.it


Tour 3
De Oostenrijkse ronde

Aan deze zijde zijn de bergen en dus ook de bergpassen wat minder hoog, maar zeker niet minder uitdagend. Groene alpenweiden en mooie intieme bergweggetjes geven sfeer aan deze toerroute.

We verlaten Nauders in noordelijke richting Landeck. De weg duikt meteen steil naar beneden het Inntal in, via de bochten en galerijen van de Finstermünzpas. We passeren de uit de rotsen gehouwen vesting van Finstermünz, die deze smalle doorgang al sinds de negentiende eeuw controleert. Eenmaal in het Inntal gaat het verder richting Landeck over een ontspannen, landschappelijk mooie dalweg, waar overigen wel vaak op snelheid wordt gecontroleerd. Nog voor Landeck schieten we een lange tunnel in, die ons snel langs de stad leidt. We houden vervolgens de richting L16/Bregenz en Arlbergpas aan. Je kunt dan kiezen voor de op een snelweg lijkende maar vignetvrije L16, maar dan wordt het uitzicht keer op keer belemmerd door lange tunnels. Een andere optie zijn de kleinere weggetjes door de dorpen van het Stanztal (Flirsch, Pettneu). Bij beide varianten is St. Anton de toegang tot de Arlbergpas, die je met zijn brede weg met vlotte en snelle bochten omhoog leidt. Voor Stuben houden we rechts aan richting Lech/Zürs, om vervolgens de Flexenpas met zijn rotsgalerijen op te rijden. We volgen de L198 over een landschappelijk bijzonder mooie en bochtige weg naar Lech en Warth. Daar blijven we op de naar rechts afbuigende 198 richting Reutte en duiken we via breed uitlopende bochten het Lechtal in – het ideale terrein voor een stukje sportief bochtjes pikken. Daarna gaat het allemaal wat gemoedelijker, aangezien we steeds door mooie dorpjes van het Lechtal (Holzgau, Elbigenalp, Häselgehr) blijven rijden. Vlak voor Elmen gaat het dan weer steil omhoog naar de Hahntennjoch en richting Imst, een geweldige pasweg. Stuurplezier tot aan de poort van Imst gegarandeerd! Maar houdt er wel rekening mee dat de weg over de Hahntennjoch erg smal en zeer bochtig is. Het asfalt is er wel van uitstekende kwaliteit. Het gaat eerst even omhoog en langs een lange rotswand via uitdagende rechts-links-combi’s weer omlaag naar Imst. Van hieruit kun je als je wilt snel weer richting Landeck en het Inntal rijden om vervolgens door te steken naar Nauders. Een mooier alternatief is de veel smallere en bochtige weg die via Arzl, Wenns, Kauns en uiteindelijk Prutz naar het Inntal leidt en omhoog naar Nauders (in Imst richting Pitztal/Innsbruck/Autobahn/171 rijden en na het passeren van de toerit naar de snelweg richting Pitztal blijven rijden om vervolgens via Arzl naar Wenns te sturen, waar je het Pitztal rechts na Piller en Fließ weer verlaat).

INFO
Lengte van de rit: 215 kilometer, lichte dagtoer met voldoende tijd voor tussenstops

Regio: als toegang tot de wegen rond de hoofdkam van de Alpen verder naar het zuiden is Tirol alleen al een reis waard, ook al zijn de bergen hier iets minder hoog. Het Inntal tussen Imst en het hoog boven het dal gelegen Nauders is in feite de as van deze tour.

Bikerpoints/tips: ‘Käserei Steeg’ direct aan de hoofdstraat van het gelijknamige kleine dorp in het Lechtal is ideaal rond lunchtijd en heeft lokale kazen, eis en andere lekkernijen. Restaurant ‘Zur Geierwally’ in Elbigenalp heeft ook een klein museum over lokale volksheldin waar het naar is vernoemd. Op het menu staat Tiroler kost (www.zur-geierwally.at). ‘Café Treibholz’ in Elmen, direct aan de B189 (600 meter na de afslag richting Hahntennjoch) is een bekende pleisterplaats voor motorrijders.
Op de Kaunertalstraße (tolweg) heb je op het terras van ‘Naturparkhaus Kaunergrat’ een geweldig uitzicht op de dalen en het Kaunergrat-natuurpark. Ook hier veel Tiroler specialiteiten op het ‘mooiste zonneterras van Tirol’ (www.kaunergrat.at).

Bezienswaardigheden: het Kaunertal als zijdal van het Inntal bereik je ten zuiden van Landeck en is twaalf kilometer lang te volgen. Geweldige panorama’s op omringende bergen van de Ötztaler Alpen maken dit ritje bijzonder de moeite waard, maar de beloning wacht aan het eind van het dal in de vorm van de Kaunertaler Gletscherstraße (tol), die tot een hoogte van 2.750 meter langs de gletsjer leidt.
St. Anton is een van de bekendste skioorden ter wereld en is absoluut de moeite van een bezoek waard. Elbigenalp, een mooi dorpje in het Lechtal, staat bekend om zijn houtsnijwerk en heeft zelfs een aantal speciale vakscholen en aan de hoofdstraat kom je langs het niet te missen museum ‘Wunderkammer’, waar de cultuur en geschiedenis van het Lechtal op een moderne en spannende wijze worden gepresenteerd (www.wunderkammer.tirol).

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.