+ Plus

Reizen door Noorwegen

Eeuwen geleden al werd het Noorse landschap gevormd tijdens de verschillende ijstijden. IJs en smeltwater kneedden een landschap van dalen, bossen, watervallen, fjorden, bergen en meren. Een landschap dat eigenlijk nergens ter wereld zijn gelijke kent. Noorwegen is uniek en dat maakt het rijden er tot een onvergetelijke ervaring. Zeker vanuit het zadel van een motorfiets! De natuur zit de Noorse bevolking in het bloed. Begrijpelijk, het is bijna onmogelijk om niet te vallen voor het uitgestrekte, ruige landschap dat zich achter elke bocht weer van een andere, maar altijd wonderschone kant laat zien. Een land dat je absoluut zelf eens geproefd moet hebben, vonden wij althans. En zo kan het dan ook dat je na een ferryovertocht ineens Kristiansand in Zuid-Noorwegen binnen rolt. De stad, die in 1641 door de Deense koning Christiaan IV werd gesticht en waarvan het centrum, de kvadraturen, is gebouwd volgens een volledig rechthoekig stratenpatroon. De Domkirke, de grootste kerk van Noorwegen, zien wij op afstand liggen als we de ferry afrijden, maar vanwege het druilerige weer besluiten deze links te laten liggen en snel door te rijden naar Byglandsfjord, voor onze eerste Noorse overnachting. Wat meteen opvalt is de ruimte in de stad, het voelt alsof je een provincieplaats binnenrijdt. Geen dicht op elkaar gepropte huizen en gebouwen zoals in Nederland gebruikelijk, maar overal ruimte. Wat eigenlijk voor heel Noorwegen geldt. De volgende ochtend is het landschap nog bedekt met een loodgrijze deken en al snel begint het te regenen. Volgens Wikipedia mag het aantal zonuren in Noorwegen dan gemiddeld veel hoger liggen dan in Nederland, met name door de lange dagen, wij merken daar vandaag maar bar weinig van. De temperatuur blijft in ieder geval flink achter in vergelijking met Nederland, al is het met 15 graden nog best aangenaam rijden. Getooid in regenkleding dirigeren we door het zuiden van het land.. Daar pakken we de 44, ook wel de Jaeren route genoemd, en rijden een wonderlijk gebied in, waar alle kleur lijkt verdwenen en enkel het blauw van meertjes met het grijs van de rotsen de boventoon voeren. Links beukt de zee met onstuimige golven hard op de kust, rechts verdwijnt onze blik naar de horizon, waar in de verte de bergen op ons liggen te wachten. Zo bereiken we Stavanger, het centrum van de nationale olie-industrie, waar we twee dagen verblijven. Aansluitend pakken we de route weer op en koersen verder richting het noorden via de Ryfylke route. Dit is een 183 kilometer lange weg van Oanes, gelegen aan het Lysefjord, tot Hårå in Røldal, provincie Rogaland. Een prachtige piste ook die ons langzaam de omgeving van de fjorden in leidt. Groene kliffen wisselen zich af met hoge watervallen en het is bijna schaamteloos hoe snel je verwend raakt. Bij de eerste watervallen heb je de grootste moeite om jezelf van het watergeweld los te rukken, nu zijn ze gewoon onderdeel van het straatbeeld. Al blijft het wel indrukwekkend, zo’n grote kolkende watermassa, die zich bulderend een weg naar beneden baant. Een enerverend dagje sturen brengt ons ’s avonds in Eidsfjord, waar we de nacht doorbrengen in een fraai, authentiek houten hotel aan het eind van een fjord. De avondzon laat zijn stralen vallen op de bergtoppen rondom ons heen, waarbij de sneeuwresten de flanken in een zilveren gloed dopen. ’s Nachts meert een acht verdiepingen hoog cruiseschip aan voor het hotel, waardoor het anders zo stille gehucht in ene helemaal tot leven komt. Overal duiken bussen en treintje op om de gasten een fijne dag in de omgeving te bezorgen. Vøringfossen is daarbij één van de meest populaire bestemmingen en precies daar gaan wij ook heen. Wederom een avontuurlijke trip, al was het alleen al door de tig tunnels, tot wel 24 kilometer lang en compleet met rotondes en haarspelbochten, die we krijgen voorgeschoteld. Maar uiteindelijk komen we dan toch op onze bestemming aan, waar we vanaf verschillende uitzichtpunten de twee schuin tegenover elkaar liggende watervallen van alle kanten kunnen bekijken. En zo zijn we in hét fjordengebied van Noorwegen aangekomen. Het eerste hoogtepunt is Flåm, een klein dorp aan de rand van het Aurlandsfjord. Het toeristische gehucht is met name bekend door de Flåmsbana: de steilste spoorweg van Noord-Europa die Flåm verbindt met Myrdal. De omgeving hier is simpelweg overdonderend mooi, de smaragdgroene kleur van het water licht op in de zon en overal om ons heen liggen verschillende schakeringen groen over de bergen gedrapeerd. Op een gegeven moment komen we langs een aftakking van het Sognefjord, het smalste fjord genaamd Nærøyfjord. Eigenlijk is dit fjord enkel te bezoeken middels een ferrytocht, maar we zien wij op de kaart een klein weggetje lopen. Dat brengt ons ongeveer halverwege het fjord naar een mooi rustig plekje, waar al dit moois even rustig op ons in laten werken. Vanuit Flåm pakken we de E16, die ons vanuit Aurland met heerlijke bochten omhoog slingert. Na van het waanzinnige uitzicht vanaf de Stegastein te zijn bekomen, vereren we de staafkerk van Borgund met een bezoekje. Staafkerken zijn echt een onderdeel van de Noorse geschiedenis en je ziet ze ook nog relatief veel. De houten Godshuizen zijn enkel met zwaluwstaart verbindingen gebouwd, spijkers of schroeven kwamen er bij de bouw niet aan te pas, zodat het hout kon werken. In de daken zie je nog een deel van de Viking historie terug, die zijn namelijk hetzelfde gevormd als de drakkar (viking schip) van vroeger. Langzaam maar zeker komen we in hoger gelegen gebied en verandert het landschap van een vriendelijk, wat Zwitsers aandoende omgeving in een veel ruiger revier. We rijden door het berggebied en verbazen ons over grauwe, grillige, grijsgroene rotsen met de sneeuwresten er nog glinsterend tussen. Ondanks dat de weg waar we op zitten niet op alle kaarten staat, ligt het asfalt er bijzonder strak bij. Het is fris, acht graden, en we moeten nog even tot volgende bestemming Skjolden. We rijden vlak langs de toppen van de Store Skagastølstind en de Fannaråki. Via de 55 denderen het hooggebergte af om nog voor de dreigende bui bij het Sognefjord, het langste fjord van Noorwegen, te arriveren De dreigende regen doet ons besluiten om onze route wat aan te passen. De doorgaande weg die we pakken loopt via Sogndal naar Skei. Ook deze snellere hoofdweg gunt ons op verschillende plekken een schitterend uitzicht over het Fjaertfjord en de omliggende bergen. We zijn op weg naar Loen, waar we een gletsjer willen bezichtigen. We slaan rechtsaf en rijden het Briksdal in, op zo’n 25 kilometer van de gletsjer. Een dal om stil van te worden. Een rivier slingert richting het fjord, de oevers bekleed met frisse groene velden en kleurrijke typische Noorse huizen. De zon laat voorzichtig wat stralen over ons heen vallen en na een paar bochten toont de gletsjer zich voor het eerst aan ons. Deze ligt erg hoog en het is een fikse wandeling van zeker een uur, helemaal in motorpak. De klim is echter volledig de moeite waard. Zittend op een rotsblok aan de voet van de gletsjer met uitzicht over een meer, nemen we rustig de tijd voor we aan afdaling terug beginnen. De volgende ochtend vervolgen we onze weg over de panoramaweg via Stryn. We nemen de smalle Strynvej (weg 258) om de Strynefjellet over te steken. De weersvoorspellingen zijn prima, droog en iets kans op zon. We gaan op weg naar de de twee bekendste watervallen van Noorwegen: de Bruidssluier en de Zeven Gezusters. Maar voor we die in volle glorie kunnen aanschouwen, staan er eerst nog heel wat kilometers op het menu. Kilometers die deels voeren over een kleiachtige, soms erg smalle gravelweg. We rijden 27 kilometer vrij steil omhoog en komen onderweg langs het skigebied van Stryn. Een prachtig traject door een imposante gebied dat alleen tijdens de zomermaanden geopend is. De snelheid komt niet boven de 50 kilometer uit en op sommige plaatsen is de weg zo smal dat auto’s er op elkaar moeten wachten. Hebben wij gelukkig geen last van. Aan de andere kant van de hoogvlakte ligt de top van de Dalsnibba, vanaf waar je het 1.500 meter lager gelegen Geirangerfjord inkijkt. Het fjord dat door velen als mooiste van Noorwegen wordt betiteld. Het laatste stuk naar de top is niet geasfalteerd en kost € 13,00 per motor aan tol om er te komen. Er hangt bijna geen bewolking, dus de kans op een perfect uitzicht is groot. Wat volgt is een avontuurlijk stukje stuurwerk, mijn voorwiel zoekt constant naar het juiste spoor en ook achter is het wat onrustig. Na de derde haarspeldbocht begint het wat te wennen. Wanneer we de parkeerplaats oprijden begrijpen we meteen waarom de route tot panoramaweg is gepromoveerd. De weg het dal in is vergeven met haarspeldbochten door een omgeving die niet anders dan als sprookjesachtig mooi kan worden omschreven. De natte droom van iedere motorrijder. En het mooiste van dit alles, we moeten deze ultieme stuurweg minimaal twee keer nemen, omdat we een cruise door het Geirangerfjord op de planning hebben staan. Of het door het wat grijze weer komt, het feit dat we al vele fjorden hebben gezien of omdat de volgens velen wel degelijk spectaculaire bruidssluier weinig water tot haar beschikking heeft, heel erg spectaculair of bijzonder is het Geirangerfjord nu niet bepaald. Desondanks is de cruise zelf, met onder meer een tussenstop in het kleine plaatsje Hellesyth, wel bijzonder onderhoudend. Op een motorvakantie ben je echter toch het liefst kapitein op je eigen boot en dus gaan we na het uitschepen weer snel verder. We zitten inmiddels op de helft van onze vakantie, maar trekken nog altijd verder richting noorden. Meer precies naar de bekende Atlanterhavsveien (Atlantic Ocean Road), die we willen rijden. Eerst staat echter nog een tocht over de ongeveer twintig kilometer lange Trollstigen, ook wel trollenroute genoemd, op het programma. Een hoogtepunt van het land, al was het alleen al door de heerlijk ruige omgeving. Vanuit Eidsdal rijden we er via de 63 heen. Het dal ligt er ’s ochtends in alle vroegte nog verlaten, regenachtig en grauw bij. Ver rijden naar de Trollstigen is het niet, gevoelsmatig al na slechts een paar bochten kijken we het dal met de beroemde haarspeldbochten. Het is één van de meest bezochte toeristische trekpleisters van het land en het is wel begrijpelijk waarom. De weg slingert vanuit het werkelijk wonderschone Isterdal omhoog naar Stigrøra (858 meter) en kruist hierbij onder meer de beroemde Stigfossen waterval over een imponerende natuurstenen brug. De bijzondere grillige bergtoppen rondom ons hebben zich verscholen in de wolken, al zien we af en toe een puntje opdoemen als een donkere schaduw boven ons. Spijtig, graag hadden we de illustere Dronning, Kong en Bispe in volle omvang willen aanschouwen. We hebben nog net de tijd om het uitzichtpunt te bezoeken, voordat mistwolken over het dal trekken en de weg laten verdwijnen. Echt een schitterende weg om te rijden, maar niet wanneer het zo druk is al nu. Veel auto’s nemen de haarspelders extra ruim en het is flink opletten geblazen tijdens de afdaling. Onderaan gekomen werpen we nog een blik omhoog, maar het eerdere prachtige uitzicht is volledig verdwenen. De wolken worden almaar dikker en het duurt niet lang of dikke regen daalt over ons neer. Het heeft dus ook geen zin om naar het uitzichtpunt in Molde te gaan wat we op ons lijstje hebben staan. Verder dan maar, en vooral bidden om enkele opklaringen nu we meer richting de kust komen. De Atlanterhavsveien, ook wel Atlantische Weg genoemd, ‘hopt’ middels acht bruggen van eiland naar eiland. De grootste daarvan, de Storseisundbrug, heeft een indrukwekkende en prachtige boog die een kunstzinnig perspectief aan de bruggenbouw geeft. De slechts 8,5 kilometer lange weg biedt een open kijk op de schitterende omgeving, die er nu relatief rustig bij ligt. In de wintermaanden is dat wel anders, zelfs op deze 23 meter hoge Storseisundbrug slaan dan de golven bij slecht weer nog over het wegdek heen. Nu is het water gelukkig kalm en zijn we bijna bij het noordelijkste puntje van onze reis, Kristiansund. Een bijzondere, typische Noorse stad, die verspreid ligt over meerdere eilanden. De volgende ochtend is het helder, zonnig weer en kunnen wij vanaf de hoge brug bij de stad toch nog een blik werpen op de bergen in de verte. We gaan richting Andalsness terug en pakken daar de Trollvegen door het Raumadal. Een fantastisch dal met mooie vergezichten over de grillige bergkam. Door het dal loopt ook de Rauma spoorlijn, die zelfs op sommige plaatsen stopt om foto’s te kunnen maken. En er zijn meer bezienswaardigheden, bijvoorbeeld de Kylling Bru, een oude stenen spoorbrug , en de Stavem tunnel met een 180 graden draai erin. De grilligheid van de bergen gaat over in een glooiend landschap, wanneer we weer richting het zuiden gaan. We passeren wat dorpjes, zien af en toe een camping liggen en zo rijgen de kilometers zich aaneen. Het einddoel van vandaag is Beitostølen, een wintersport gebied gelegen in de regio Valdress, dicht tegen de woeste hoogvlakte van het Jotunheimen aan. Hoe dichter we bij de toppen van het Jotunheimen, deel van het Scandinavisch Hoogland, komen, hoe hoger en kaler het landschap wordt. Uiteindelijk zitten we zelfs boven de boomgrens, waar het nationale park zich bevindt. De avond brengen we door op het terras van ons appartement, waar we tot laat genieten van de warme zon. De volgende ochtend trekken we verder naar het zuiden richting Geilo, Kongsberg, Oslo en uiteindelijk Larvik, van waaruit we de veerboot naar het Deense Hirtshals zullen pakken. Ondanks dat het einde van de vakantie nadert, blijft het iedere kilometer genieten. Na elke bocht staat je weer een verrassing te wachten. De natuur is simpelweg overal van een ongekende schoonheid. Onwerkelijk mooi soms, overrompelend bij vlagen, maar altijd fascinerend! ________________________________________ [INFOKASTEN; KARTE AUS MP 07/2006 ODER 14/2006] Grillige natuur met eeuwige sneeuw, vruchtbare valleien en hoge watervallen, het fascinerende fjordenlandschap, historie die tot in iedere porie van het land in doorgedrongen: Noorwegen is uniek in al zijn facetten. Als motorrijder kun je er je hart ophalen. Ligging: Noord-Europa Buurlanden: Rusland, Finland, Zweden, Denemarken en de Noordzee/Noorse Zee Hoofdstad: Oslo Afstand vanaf Utrecht: 1.495 km (Oslo weg, 940 km hemelsbreed) Oppervlakte: 385.155 km² (ruim negen keer Nederland) Inwoners: 4,7 miljoen Hoogste punt: Galdhøpiggen, 2.469 meter Bezienswaardigheden: diverse fjorden (bijv. Geirangerfjord, Sognefjord, en Lysefjord), talrijke staafkerken (o.a. Borgund), Bergen, Oslo, Kristiansund, Stavanger, Trondheim, de Noordkaap, Spitsbergen en diverse nationale parken als Jostedalsbreen, Dovrefjell-Sunndalsfjella en Hardangervidda. Taal: Noors Schrift: Latijns schrift Valuta: Noorse Kroon (Noorwegen is geen lid van de Europese Unie) Tijdsverschil: geen Wetenswaardigheden: je gaat niet naar Noorwegen omdat het er zo goedkoop is. Voor een litertje Euro95 betaal je er meer dan € 2,00, boodschappen zijn er ook duurder dan in Nederland, om over de prijs van alcohol maar niet te spreken. Wild kamperen is er wel toegestaan, mits je je respectvol opstelt ten aanzien van de natuur en bewoners (lees: geen troep achterlaat), en de mogelijkheden daartoe zijn eindeloos. Wakker worden direct aan het water van een fjord met enkel bergen om je heen? Het kan en mag! Noorwegen is geen lid van de Europese Unie en kent dan ook een eigen munteenheid: de Noorse Kroon. Eén euro is gelijk aan 7,4 Noorse Kronen. Wisselen is niet nodig, je kunt simpelweg geld pinnen in nagenoeg alle plaatsen. Ook erg leuk om een keer mee te maken, op 23 juni wordt altijd de zonnewende gevierd tijdens het midzomernachtfeest, met overal grote vreugdevuren. Klimaat: Noorwegen kent vanwege de matigende invloed van de zee een mild en vochtig klimaat. Het westen heeft een zacht gematigd zeeklimaat, terwijl in het hoge noorden het toendraklimaat het voor het zeggen heeft. Beste tijd: zomermaanden juni, juli en augustus Contact: www.visitnorway.com

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.