+ Plus

Motoren uit WO I

Afgelopen zomer was het exact een eeuw geleden sinds de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog, ook wel de Grote Oorlog genoemd. Motorfietsen speelden een belangrijke rol tijdens die oorlog, die woedde tussen 1914 en 1918. De Belgische Hans Devos, handelaar in klassieke motoren, heeft drie oude legermotoren uit die periode in zijn collectie: een Harley-Davidson, FN en Indian.

Drie ‘oorlogsmotoren’ heeft Hans Devos staan: een duizend cc Harley-Davidson V-twin uit 1918, eveneens duizend cc V-twin van Indian, ook uit 1918, en een Belgische 500 cc FN viercilinder uit 1910. De laatste, met een vier-in-lijn, is gelijkaardig aan de FN’s die in 1914 nog door het Belgische leger werden ingezet. FN’s in meervoud dus, al blijkt het Belgische motorbestand behoorlijk bescheiden aan het begin van WO I. Devos is de geschiedenisboeken namelijk ingedoken en daaruit bleek dat in 1914 de Belgische strijdkrachten in totaal acht FN’s tot hun beschikking hadden. Er bestaan zelfs nog foto’s van de levering, waarbij de soldaten poseren met de viercilinders voor de fabriek in Herstal bij Luik. “Dit aantal toont al aan hoe het leger aankeek tegen gemotoriseerde voertuigen. Men was er duidelijk nog niet mee bezig”, weet Devos. “Verschillende merken hadden voor de oorlog al auto’s, vrachtwagens en motorfietsen voor het leger ontworpen, maar daar heeft defensie destijds niets mee gedaan, omdat de toenmalige cavalerie een bijzonder hoge status genoot.” Het paard was destijds dus de onbetwiste nummer één op vervoersgebied, zowel bij in het Belgische als Duitse leger trouwens. Een opzienbarende beslissing van een Franse generaal in de nacht van 6 op 7 september 1914, bracht de ommekeer. Joseph Gallieni pakte de Duitsers namelijk op snelheid. Devos: “Hij confisqueerde alle Parijse taxi’s, zo’n 1.300 in totaal, om snel zesduizend soldaten naar het front aan de Marne te kunnen transporteren.” Een opvallende actie die de Duitsers volledig verraste. Die gingen er namelijk nog altijd vanuit dat de troepenbewegingen per trein zouden plaatsvinden. “Ze wisten exact hoe lang zo’n reis duurde en hoe lang het nog marcheren was naar het front. Sindsdien hebben paarden afgedaan.”

De motorfiets kreeg belangrijke functies in het militaire leven tijdens de Eerste Wereldoorlog. De FN’s werden ingezet voor patrouilles, het bezorgen van boodschappen en het vervoer van lichte materialen en wapens, onder meer in een zijspan. Vooral de ‘despatch’ functie van de gemotoriseerde militairen was belangrijk. Despatch-rijders waren namelijk een redelijk snel en veilig middel om geschreven orders, landkaarten, luchtfoto’s (ook vliegtuigen maakten destijds net hun entree op het slagveld), mandaten en dergelijke af te leveren. De relatief onveilige aard van de meeste elektronische communicatiemiddelen maakte de rijders alleen nog maar belangrijker. Ze moesten soms zelfs onder eigen artillerie en vijandig vuur hun boodschappen vervoeren, langs kraters, over puin en dode paarden. Motoren met speciale zijspannen vervoerden ook postduiven. Radio en telefoon waren weliswaar ook beschikbaar, maar de duiven waren nog altijd een veel gebruikte manier om boodschappen naar het thuisfront te versturen. De motor werd dus vooral als een verbindingsvoertuig ingezet, veel minder als gevechtstuig. Schieten vanaf de motor, door een duopassagier welteverstaan, bleek nagenoeg onmogelijk. Wel voorzag men in enkele gevallen het zijspan van een mitrailleur, maar daar bleef het vaak ook bij.
De diverse participerende landen, Nederland bleef dankzij haar neutrale houding veel ellende bespaard, kochten in de loop van de oorlog grote hoeveelheden motoren bij de verschillende fabrikanten. De Amerikaanse regering bijvoorbeeld, bestelde tussen 1915 en 1918 meer dan 80.000 motoren voor haar leger. Harley-Davidson leverde er daar 50.000 van, Indian 20.000 en Cleveland 1.800. De rest werd betrokken bij overige, vooral Britse, fabrikanten. Harley leverde daarnaast ook motoren aan het Canadese leger. De Britse regering kocht enkel van de binnenlandse fabrikanten als BSA, Royal Enfield, Triumph, Douglas en diverse andere, in totaal een kleine 48.000 motoren. Naast de Amerikanen en Canadezen gebruikten ook de Fransen, Russen, Belgen en Australiërs de Britse motorfietsen. Hoe gaat het gezegde ook alweer? De één z’n dood….

Als klassiekerliefhebber is Devos vooral gecharmeerd van motoren van vòòr de Tweede Wereldoorlog. De Harley, Indian en FN passen dan ook goed in zijn verzameling. Maar hoe kom je aan dergelijke, op het oog enorm zeldzame machines? Je koopt ze immers niet zomaar bij de plaatselijke dealer. De Harley-Davidson is één van de vele exemplaren die door het Amerikaanse leger in Europa werd achtergelaten aan het eind van de oorlog. “Het was net als later in de Tweede Wereldoorlog: de Amerikanen haakten pas later in. Daardoor werd het veel te duur om na de oorlog al het materieel weer mee terug te nemen. Dit werd deels  verkocht en deels geschonken aan de verschillende Europese alliantie partners. In Frankrijk waren grote depots waar al dat materiaal opgeslagen lag, letterlijk gevuld met tienduizenden motoren en vrachtwagens.”
Eén van die Harley’s die er stond werd door een boer uit het noorden van Frankrijk gekocht, en die bewuste machine is nu in handen van Devos. “Voor de Tweede Wereldoorlog verborg die boer de motor, omdat deze anders aangeslagen zou worden. Na de oorlog vroeg zijn kleinzoon er naar.” Het verhaal wil dat de boer de motor weer boven water zou halen als de kleinzoon achttien werd, maar helaas overleed deze eerder. De machine raakte in de vergetelheid en pas veel later begon de familie met een zoektocht, waarbij uiteindelijk slechts delen van de motor terug werden gevonden. Die delen werden verkocht aan een man in Straatsburg, die vervolgens de machine weer in oorspronkelijke staat probeerde te herstellen. Daarin slaagde hij slechts ten dele, twee jaar geleden nam Devos de Harley namelijk over en maakte het karwei af. “De tank was slecht en de wielen ontbraken, die waren nooit teruggevonden. Het blok is een kopzijklepper, met de inlaatkleppen in de koppen en de uitlaatkleppen aan de zijkant. Het blok was goed, maar handgeschakelde drieversnellingsbak heb ik wel moeten reviseren”, aldus Devos. Niet alleen de restauratie zelf vergde de nodige tijd, ook de zoektocht naar diverse accessoires bleek behoorlijk tijdrovend. Devos vond uiteindelijk bijpassende zadeltassen, een duivenmand, geweertas, landkaarten, een krant (de legerkrant Stars & Stripes) en een gasmasker.
Ook de Indian komt uit Frankrijk. Het is een duizend cc zijklepper met drie versnellingen (handgeschakeld) en een geveerd achterframe. Zijn exemplaar was oorspronkelijk voorzien van een zijspan, echter niet het juiste. Het bleek er eentje van het Franse Peuple, waarbij Peuple staat voor Petit Engins Utilitaires, Practique, Légers et Economique, vrij vertaald kleine praktische gebruiksmachines, licht en zuinig. Inmiddels heeft Devos een passend legerzijspan getraceerd. De motor zelf had veertig jaar stilgestaan. “Hij zag er niet uit, was volledig verroest. Ik heb de kop opengemaakt en nagekeken, de contactpunten vervangen en andere bougies erin gedraaid. Na twee keer trappen liep ‘ie!” De Indian bleek niet helemaal origineel meer, het spatbord was ‘fout’ en ook de treeplanken kwamen niet overeen met die van het oorspronkelijke model. Beide zijn nu vervangen door de juiste onderdelen.
De Harley’s en Indians die in 1917 voor het leger naar Europa kwamen, waren gewone burgermotoren. “Ze werden hier wel overschilderd, maar je bleef de blinkende gouden biesjes zien. In 1918 kwam daarin echter verandering, de motoren kwamen toen volledig in kaki outfit uit de fabriek gerold. En in die fabriek was het alle hens aan dek. Zeker bij Harley-Davidson, werden er in 1917 nog enkele rode Harley’s geproduceerd, in 1918 was de volledige productie bestemd voor het leger en kwamen er enkel nog tweewielers in het legergroen van de band gerold.” De type-aanduiding van de Harley was ook speciaal: 18T, waarbij de T stond voor ‘transport’. Devos: “Die motoren gingen immers op transport naar Europa. Deze machines komen daarom ook niet in de Amerikaanse boeken met motornummers voor. Die motoren waren toch ‘weg’ en dus niet interessant voor de Amerikanen.”

De FN van Devos dateert uit 1910. Het is een 500 cc met cardanaandrijving, maar zonder versnellingsbak. “Het is een kwestie van rijden en stoppen. Elke keer wanneer je stil komt te staan, betekent dit dat de motor afslaat en je deze weer aan moet fietsen. FN leverde die motoren aan alle legers, tot in Rusland en Japan toe. Het was toen één van de topmerken”, blikt Devos terug. De FN viercilinder heeft ook model gestaan voor de viercilinder van het Amerikaanse Cleveland en Ace. Indian kocht Ace later over en had zo ook een viercilinder in het gamma.
De motor van Devos komt uit een Duitse verzameling. De vorige eigenaar was al eens losjes begonnen met her en der wat onderdelen te verzamelen, met het idee de motor ooit helemaal te restaureren. De man overleed echter voortijdig, drie jaar geleden kocht Devos de FN. “De motor zag er op het eerste oog best goed uit, maar dat bleek gezichtsbedrog. Twee jaar ben ik er mee bezig geweest. Het werd uiteindelijk een immense zoektocht, en een handleiding zat er niet bij.” Een van de problemen was bijvoorbeeld dat de cilinders waren omgewisseld en niet meer precies pasten. “Die werden destijds met de hand aangepast bij het monteren”, weet Devos. “Ook de carburateur bleek enorm veel werk. Die hebben we helemaal gereviseerd en toen nog werkte deze niet. Na lang zoeken vond ik het probleem, er werd geen benzine aangezogen. De reden: het soortelijk gewicht van de huidige benzine is anders, de brandstof was toen veel vluchtiger. We hebben de sproeier aangepast en na één keer trekken aan het achterwiel, draaide het blok.” De FN laat ook prachtig de evolutie van de motorfiets zien in een betrekkelijk korte periode. Had de oorlog nooit plaatsgevonden, dan was de ontwikkeling van de motor lang niet zo snel gegaan. Vergelijk de FN maar eens met de Harley en Indian uit 1917, je ziet de generatiekloof. Het enige positieve aan oorlog: het dwingt blijkbaar tot vooruitgang!

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.