+ Plus

Interview KTM Motorsport-directeur Pit Beirer

Sinds 2010 is Pit Beirer de motorsport-directeur van KTM. De 45-jarige Duitser behaalde met de Oostenrijkse fabrikant talloze offroad-titels en nu streeft KTM succes na na in de MotoGP. Vorig jaar debuteerden Pol Espargaro en Bradley Smith verdienstelijk en de fabrikant verblufte door een niet aflatende stroom aan nieuwe onderdelen, frames en na drie wedstrijden zelfs met een nieuw Big Bang-blok. Het MotoGP-project eist veel van Beirers tijd op. “Dan hangt Jeffrey Herlings aan de telefoon en vraagt ‘vind je ons niet leuk meer?’”

Pit Beirer mag dan vanwege een crossongeval sinds 2003 in een rolstoel zitten, de KTM ‘Motorsport Director’ straalt een bewonderenswaardige energie en gedrevenheid uit. Zijn optimisme en levensvreugde behield hij na die dramatische crash in het Bulgaarse Sevlievo en dat moet voor KTM-baas Stefan Pierer een reden geweest zijn om Beirer in 2004 een job aan te bieden met de focus op sportmarketing. Zes jaar later vierde hij zijn promotie en schaakt hij namens KTM op vele borden. En met succes, op offroad-gebied met wereldtitels in de MX2 en MXGP en overwinningen in de Dakar, maar ook in de wegrace kennen de Oostenrijkers de smaak van de overwinning, met drie wereldtitels in de Moto3 als voorlopige hoogtepunten. Het gaat de KTM Industries Group voor de wind: vorig jaar steeg de omzet met veertien procent ten opzichte van 2016 tot ruim 1,5 miljard Euro en betekenden 238.334 verkochte KTM’s en Husqvarna’s een plus van zeventien procent. Wereldwijd had de fabrikant eind vorig jaar bijna 5.900 mensen aan het werk en sinds 2012 is KTM de grootste Europese motorconstructeur. Dit jaar wordt andermaal een groei van tussen de negen en elf procent verwacht. “We verkopen sinds drie jaar meer straatmotoren dan noppenfietsen, maar veel mensen denken dat we nog steeds een offroad-fabrikant zijn”, kent Beirer ook de algemene perceptie. En sinds vorig jaar is het Oostenrijkse oranje ook vertegenwoordigd op de MotoGP-grid. In 2005 was KTM er ook al even bij, maar de samenwerking met het team van Kenny Roberts werd gedurende het seizoen op weinig sjieke wijze beëindigd. Sinds 2016 is alles anders – met diepe dank aan Dietrich Mateschitz, de auto- en motorsportgekke baas van Red Bull. Een groot deel van het budget – vorig jaar naar verluidt rond de 30 miljoen euro – werd opgebracht door de energy drink-magnaat. De KTM RC16 maakte tijdens de laatste grand prix van 2016 met testrijder Mika Kallio een ontluisterend debuut, maar de full time-comeback met het voormalige Tech3 Yamaha-duo Pol Espargaro en Bradley Smith was veelbelovend. Vooral de Spanjaard liet met vier top 10-plaatsen de verwachting ontstaan dat er 2018 vaker rekening zou moeten worden gehouden met het project. Maar hoewel de ontwikkeling geen moment stokt – Kallio reed in Jerez al met een ander blok met een terugdraaiende krukas – hebben Espargaro en Smith dit seizoen veel moeite om de stijgende lijn van vorig jaar vast te houden. Beirer kijkt echter al vooruit naar 2019, als Johann Zarco de plaats van Smith inneemt en Hervé Poncharals Tech3-team zorgt met Miguel Oliveira en Hafizh Syahrin voor twee extra KTM’s op de grid. “Het is spannend om te zien dat iemand als Johann vertrouwen heeft in ons project, want momenteel is hij een absolute toprijder”, zegt Beirer met glinsterende ogen. “Voor een coureur is er nog altijd een zeker risico om met ons in zee te gaan. Daarom ben ik ook heel erg blij dat het aandurfde. Als je kijkt naar onze aanstaande samenwerking met Tech3 en nu Johanns komst, dan wordt het een sterk pakket. Ik verheug me op de toekomst.”

Wat voor risico loopt een rijder door voor jullie te tekenen? Voor nu of voor de toekomst?

“Kijk je naar onze resultaten in de eerste races en naar die van andere fabrieksteams, dan blijft er natuurlijk nog een vraagteken. Hoe ver kan KTM komen? Niemand kan die vraag beantwoorden. En als je een risico neemt, is er ook altijd een kans. Ik denk dat we de experts in de paddock kunnen laten zien dat we de zaken heel serieus aan willen pakken. We willen de top bereiken en we willen niets aan het toeval overlaten. Daarom zijn we ook heel serieus bezig met een heel professioneel testteam op de achtergrond. De hele fabriek staat achter ons. Het is dus een enorme onderneming. Er is een bepaald risico, maar er bestaat ook een kans dat je onderdeel wordt van een geweldig project. En dat hoop ik ook, want ik voel me ook verantwoordelijk voor onze rijders. Dus ik wil niet iemand meenemen op zo maar een avontuur. Natuurlijk willen wij blije rijders hebben als onderdeel van ons project.”

Hervé Poncharal vertelde dat zijn geen team geen B-team wordt zoals bij Yamaha, maar een soort juniorteam, iets wat hij met jou zegt te hebben besproken. Hij zegt dat hij naast een jongen uit de Moto2 wil werken met een rijder die ook nog maar net begonnen is in de MotoGP.

“Ik zou eerder zeggen dat we nu vier beschikbare plekken hebben. We willen Tech3 niet als een klassiek satellietteam zien of als een klantenteam. Het is geen kwestie van ‘hier heb je de fietsen, we zien elkaar weer in november’. Hervé’s team wordt onderdeel van ons fabrieksproject en daarom zie ik het zo dat we in de toekomst vier coureurs hebben.”

Is Poncharal vrij in de keuze van zijn rijders?

“We moeten samen beslissingen nemen. Ik wil geen rijder contracteren en dan tegen hem zeggen dat hij nu voor Hervé moet gaan rijden, terwijl die hem niet wil. Ik ben van mening dat we in dit paddock een steeds sterkere positie opbouwen, omdat we aan een sterke basis werken. We hebben onze experts van de Red Bull Rookies Cup (onder meer oud-coureur August Auinger, FW), we hebben Aki Ajo met zijn Moto2-project en nu hebben we Hervé. Ik denk dus dat we een sterke groep mensen hebben die veel van de racerij weten. Daarom willen we natuurlijk ook de beste rijders voor de toekomst kiezen. We werken aan een langetermijnproject, waarbij we vier beschikbare plaatsen in de MotoGP hebben. Onze droom is het om die in de toekomst in te laten vullen door rijders die via onze juniortrajecten komen. Zo zijn we ook succesvol geworden in de noppenwereld. We proberen talenten jong aan ons te binden, maar niet met contracten waarbij ze verplicht zijn om bij ons te blijven. We proberen voor hen een partner te zijn in de verschillende stadia van hun carrière. Als het zo ver is dat er over contractverlenging gesproken moet worden, wil ik dat ze blijven omdat ze dat willen en niet omdat we ze met één of ander raar contract vast hebben gezet. We hebben ook nog een partner als Dietrich Mateschitz van Red Bull die heel erg open staat voor discussies en niet denkt in de beste oplossing op dit moment. Wij willen het beste voor de hele groep en voor alle klassen.”

Wat betekent het voor jullie dat je volgend jaar vier MotoGP-rijders van materiaal moet voorzien?

“We hebben op proefondervindelijk gemerkt hoe veel werk het met zich meebrengt om een MotoGP-team te runnen. Alleen al als je ziet hoeveel materiaal je nodig hebt en dan ook nog eens kijkt hoe je dat allemaal opslaat. Je hebt zóveel ruimte nodig. Je hebt zo’n drieduizend onderdelen die je moet ontwerpen, je moet het juiste materiaal vinden, je moet het opslaan en je moet het in elkaar kunnen zetten. Dat maakt het een gigantische onderneming. Als je dan aan een tweede team begint, betekent dat dat je al dat werk bijna verdubbelt. Dus het is een enorme inspanning. We hebben ook ‘thuis’ meer mensen nodig. We zullen ook een aantal van onze mensen bij Tech3 onderbrengen.”

Verwacht je ook dat een ervaren technicus als Guy Coulon van Tech3 ook zijn invloed kan hebben?

“Absoluut. Omdat het niet zo moet zijn dat Tech3 alleen maar blij kan zijn dat KTM’s hebben. Wij moeten ook blij zijn dat we met een sterk team als Tech3 kunnen gaan werken. Wij hebben ons team uit het niets opgebouwd. Met veel ervaring die we in huis hadden, maar ook met mensen uit de paddock. Je wordt nooit een toonaangevende speler als je ergens nieuw komt en niet ergens ervaring hebt kunnen kopen. Veranderingen vinden niet van de ene op de andere dag plaats. Maar het is een nieuwe groep. En nu gaan we werken met een team dat door de jaren heen veel opgebouwd heeft, ook met jonge onervaren rijders. Yamaha moet veel vertrouwen hebben gehad in de manier waarop het team met MotoGP-rijders om gaat. Daarom ben ik er van overtuigd dat wij nog veel gaan profiteren van die mannen. Op dit moment voelt het vreemd: wij zijn wel voor hen aan het werk, maar zij mogen nog niet met ons werken. Maar als wij nu niet wat doen, hebben zij niets als op dinsdag na de Grand Prix van Valencia de eerste testen voor het nieuwe seizoen beginnen.”

Betekent het misschien ook dat je meer dan één testrijder nodig hebt?

“Dat denk ik niet. We hebben altijd met verschillende rijders gewerkt, die we dan inschakelden voor één test (onder meer Oliveira, Tom Lüthi en Markus Reiterberger, FW). Zoiets gaan we zeker weer doen. Maar om nog een extra compleet testteam op te zetten, daar heb je zo weer vijftien of zestien mensen nodig. Ze hebben plekken en kantoren nodig om te werken. Dus we gaan zeker niet verder uitbreiden. We gaan met vier man racen en met één permanente testrijder testen.”

Toen jullie Zarco contracteerden, wilden jullie iemand die zou vragen om de dingen waar Pol om vraagt of wilden jullie iemand die misschien technisch een andere richting onderzoekt?

“Wij waren vooral op zoek naar de best mogelijke rijder voor de volgende stap. Maar natuurlijk ook een rijder die met een team wil samenwerken en een machine wil ontwikkelen. Dat is ook wat Pol en Bradley hebben gedaan. Zij stapten er op een moeilijk moment in, toen er nog niets was om het mee te vergelijken, je hebt een buizenframe en je hebt WP-vering die je niet samen met andere rijders kunt vergelijken. Nu zijn we een stap verder en daarom wilden we iemand die zich wil verbinden aan een project, iemand die hard wil werken en wil vechten. Dat zien we ook in Johann. Hij pakt een machine en probeert hem op zijn manier sneller te maken. Er komt ook een moment dat rijders niet meer aan de techniek moeten denken en dat je alleen maar aan het gas moet draaien en hard gaan. Dan moet een rijder het verschil maken en niet de machine. Dat is geloven in een sterke coureur. Onze insteek is het om een sterke machine te bouwen waarmee veel rijders hard kunnen gaan. Dat is ons doel. Natuurlijk zijn we er trots op dat Johann als de eerste Red Bull Rookie-kampioen (in 2007, FW) volgend jaar deel uitmaakt van ons MotoGP-project. Ik weet zeker dat zoiets in de toekomst vaker kan gebeuren. Dan klopt onze hele structuur: als een rookie bij ons kan beginnen in de paddock en bij ons kan blijven tot in de MotoGP, dat is ons doel.

Een paar jaar geleden testte Zarco ook de Moto2-KTM. Dus hij weet min of meer wat hij kan verwachten met jullie buizenframe. Kun je je voorstellen dat jullie ooit van dat concept afstappen?

“Dat is geen optie. Het was de eerste vraag die we ons stelden toen we aan dit project begonnen. Wij geloven dat het met een buizenframe en met WP mogelijk is. Die twee factoren wil ik samen noemen, want die maken ons anders dan de anderen. We zouden nooit aan dit project zijn begonnen zonder buizenframe en WP, omdat al onze motoren zo in elkaar zitten. Dus het is geen optie om van dat principe af te stappen, in ieder geval niet zo lang ik hier werk. Ik wil ook benadrukken dat nog niemand heeft gevraagd om een andere opzet. Niet onze chefmonteurs en ook niet de coureurs. Want de vraag is niet welk materiaal je gebruikt. De vraag is hoe goed je je materiaal begrijpt en hoeveel flex of stabiliteit je een chassis en een rijder kunt geven. Als Pol een stijver chassis wil en we kunnen het niet oplossen, dan zal hij misschien ooit vraagtekens zetten bij het materiaal. Maar als we zijn problemen op onze manier kunnen oplossen, zal hij nooit twijfelen aan het materiaal dat je gebruikt. Hierover is er geen enkele discussie binnen ons project.”

Bestaat het gevaar dat jullie als betrekkelijk kleine fabriek met de cross en Supercross, de Dakar, het WK Enduro en MotoGP te veel hooi op je vork nemen?

“Het is zeker een flinke belasting voor onze fabriek, maar op alle vlakken groeien we, dus als bedrijf ook. Toen we ons richtten op de Supercross, groeiden we ook. Toen we de Supercross-titel wonnen, hebben we de markt in de States veranderd, we hebben daar veel motoren verkocht. Dus onze groei ging in een gelijke tred. We zijn nu al twee keer zo groot als in 2008. Daarom geloof ik ook wel dat we klaar zijn voor al deze projecten. Daar komt bij dat we onze motorsportactiviteiten kunnen financieren dankzij geweldige sponsors, maar ook door onze verkopen. Het geld dat wij uitgeven aan de cross komt binnen door wat we verdienen met de verkoop van crossers. Zo werkt het ook Amerika en op de straat is het hetzelfde verhaal. Alle offroad-mannen vroegen of we offroad-geld spenderen in de MotoGP, en nee, dat is niet zo. Het gaat niet alleen om de grootte van het bedrijf zolang je maar op de juiste manier stap voor stap groeit.”
“Als motorsport-directeur binnen KTM probeer ik nooit de slimste jongen te spelen, maar ik probeer wel om de juiste experts om me heen te hebben op de juiste plekken. Daarom lopen al onze projecten. Als we ze opgezet hebben en alles draait, betekent dat niet dat we ons er minder voor inzetten. We hebben de cross en de Supercross al goed staan, nu zijn we bezig met de MotoGP en we willen daar niet minder moeite insteken. Maar soms is het lastig, want ik mag al die mannen graag. En als ik eens drie MotoGP-races op rij bezoek, hangt Jeffrey Herlings aan de telefoon en zegt ‘vind je ons niet meer leuk, of zo?’. Tijd is de beperkende factor, maar ik probeer altijd een balans te vinden.”

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.