+ Plus

Interview Husqy verzamelaar Pierre Matthijssen

In de jaren zeventig deed Vlaming Pierre Matthyssen aan motorcross. Altijd op een Husqvarna. En hij is het merk trouw gebleven: hij heeft nu een privé-museumpje.Toeval, zo noemt Pierre Matthyssen uit Kapellen (ten noorden van Antwerpen), zijn passie voor Husqvarna. Net zoals zo veel motorcrossers in de jaren zestig en zeventig startte Matthyssen zijn motorsportcarrière op een Husqvarna. En sindsdien is hij het van origine Zweedse merk trouw gebleven. Zo trouw dat hij naast zijn werkplaats in dakwerken nu ook een ruimte heeft gemaakt waar hij zijn Husqvarna-verzameling heeft ondergebracht. Niet alleen motorfietsen, ook grasmaaiers, strijkijzers en vleesmolens…. “Ik heb ooit drie wedstrijden met een Honda 500 gereden. Dat ging heel goed, maar ik kwam thuis en zei: die Honda moet buiten. Waarom? Het was mijn merk niet… Zo’n Husqvarna heeft toch iets. Dat merk bestaat al meer dan 300 jaar. In 1600-zoveel maakte men al geweren.” Van 1903 tot 1987 produceerde men in Zweden motorfietsen. Toen ging de motorafdeling en de productie naar Cagiva in Italië en twee jaar geleden werd het weer doorverkocht aan BMW,” aldus Matthyssen.Matthijssen is groot geworden met motoren. Zijn vader had lang een Zundapp 750-zijspan als familievoertuig. “We zijn lang met drie kinderen geweest. Mijn zus zat dan tussen mijn vader en mijn moeder op de moeder en mijn broer en ik zaten in het bakje. Mijn vader zat in het transport en was soms enkele weken weg. Als mijn moeder dan met de motor weg wilde, moesten mijn broer en ik hem altijd aantrappen. Uiteindelijk is de Zundapp voor 500 frank aan de voddenman meegegeven, daar heeft mijn vader nog steeds spijt van.”De motor was ook een vrijetijdsgebeuren. Met zijn vader en ooms ging Matthyssen naar de crossen in Vlaanderen, onder meer op de Kattekensberg in Wuustwezel. “We gingen vaak met de hele familie kijken. Een oom van mij crosste ook, maar hij heeft nooit echt potten gebroken. Toen ik 21 was, ben ik zelf gaan rijden. Ik haalde geld van mijn spaarrekening en kocht een tweedehands Husqvarna en een aanhanger. Centen voor een nieuwe had ik niet.” Matthyssen reed in die tijd niet bij de ‘grote’ bond, de BMB, maar bij de regionaal opererende ‘liefhebbersbonden’. Hij is, zegt hij zelf, nooit een grote kampioen geweest, maar reed wel altijd met veel plezier. Sinds de jaren negentig is hij actief in bij de oldtimers in de 500 cc klasse. Met een Husqvarna uiteraard. De laatste jaren doet hij het echter kalmer aan vanwege een schouderblessure en richt hij zich steeds meer op zijn Husqvarna-verzameling, waarmee hij in de jaren tachtig begon. “Ik heb lang drie motoren gehad die niet echt ‘gekuist’ waren. Ik had bij een boerderij wat stallingsruimte, maar toen begon ik er meer te kopen en die plaats was snel vol. Toen ik voor mijn dakdekkersbedrijf een werk- en opslagplaats kocht in Kapellen, werd daar meteen een deel van ingeruimd voor de motoren. Het idee is dat als hij over ene paar jaar stopt met werken, de hele ruimte een museum wordt.Voor dat museum heeft hij zichzelf inmiddels al wel een beperking opgelegd: “Ik heb wel eens gezegd: ik wil elke luchtgekoelde 250 en 500 hebben, maar zelfs dat is niet te doen. Sommige modellen zijn niet te vinden. Of zijn erg duur geworden. “In het begin kon je voor een paar duizend Frank (een paar honderd euro, red) een goede klassieke Husqvarna-crosser kopen. Nu komen ze met een rotversleten motor en vragen er 2.500 euro voor!” Het opknappen van de motor is winterwerk, als de activiteiten in de dakbedekking op een lager pitje staan. Matthyssen neemt het motorisch deel voor zijn rekening, een vriend verzorgt het spuitwerk. “We kleden de motor altijd uit tot op het bot en maken hem weer helemaal nieuw. De onderdelen daarvoor komen nog voor een groot deel uit Zweden, daar ga ik wel een paar keer per jaar naar toe om spullen te kopen. En om regelmatig naar het dorp Husqvarna te gaan om het fabrieksmuseum te bezoeken. Dara kan ik dagenlang rondkijken,” aldus Matthyssen.In zijn eigen museum staan ook bijzondere exemplaren, zoals een 250 uit 1962, nummer twee uit een serie van honderd. Deze motor is nooit voor de verkoop gemaakt en werd enkel verspreid onder de verschillende distributeurs en importeurs van het merk. Het opvallende aan deze crosser is dat het frame niet onder het blok doorloopt, maar dat bleek geen succes. De fabriek zelf heeft er geen meer en wil maar wat graag het exemplaar van Matthyssen kopen voor hun eigen museum. Verder heeft Matthyssen een 360 cc 8-versnellings enduromotor met vier high gear en vier low gear. Met een handle op het stuur kon de rijders de kortere overbrenging inschakelen voor gebruik in zwaar terrein. “Volgens zeggen is die motor door Pierre Karsmakers gebruikt in de Verenigde Staten,” zegt Matthyssen. Hij heeft eveneens een exemplaar met een doorlopende schakelas, zodat het schakelpedaal zowel links als rechts gemonteerd kon worden. En uiteraard ontbreekt een Husqvarna met automatische versnellingsbak niet, een machine waarmee Husky in de jaren tachtig fuore maakte, maar die in de praktijk niet goed voldeed omdat de bak bij verre sprongen teveel doorschakelde en dan bij het landen niet meer trok. Verder staan er een 125 cc wegracer uit de jaren veertig, een zijspan met Huskie-blok en enkele lichte wegmotoren zoals de Svartqvara 118 cc en de Rödqvarna 120 cc, beiden uit de periode net na de Tweede Wereldoorlog. Als specials staan er in het museum een feloranje 125 cc Laverda met Husqvarna-blok en een Boonen – Van Velthoven-motor. In de jaren zeventig was de firma Boonen – Van Velthoven immers importeur van Husqvarna in België en men begon toen met een eigen ontwikkeling op basis van de Zweedse motor.Voor Matthyssen is het museum echte ontspanning: “Als ik stress heb gehad op het werk, dan ga ik daar zitten, doe de televisie aan en zet een oude cross-video op en ga lekker werken aan de Husqvarna’s. Dan ben ik weer als nieuw.” Wie zelf eens wil rondkijken in het Husqvarna-museam van pierre Matthyssen moet vooraf even een telefonische afspraak maken via 0032 (0) 3 664 81 35. “Donderdags zijn we er altijd, dan is het hier ‘vergaderavond’. En in de winter ben ik er elke zaterdag en zondag.”

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.