+ Plus

Interview Andrea Dovizioso

Evenwicht, balans en ratio zijn drie woorden die Andrea Dovizioso typeren. Berekenend en berekend snel behoort daar ook toe. De in Forli geboren Italiaan lijkt het temperament te ontberen dat zo veel landgenoten kenmerkt. Gedreven is Dovizioso echter beslist. Met zijn overwinning in Mugello in 2017 veroverde hij definitief de harten van de tifosi. De 33-jarige ‘Desmo Dovi’ is geen meeloper of volger, hij wil mede de lijnen uitzetten. “Ik word boos als er niet naar me wordt geluisterd.”

Toen hij na drie seizoenen met slechts één overwinning in het Repsol Honda-team zijn contract niet verlengd zag, koos Andrea Dovizioso eind 2011 bewust voor een eenjarige deal met het Tech3 Yamaha-team van Hervé Poncharal. Op een satelliet-machine vocht hij zich naar zes derde plaatsen en een vierde positie in het kampioenschap, slechts één plek lager dan zijn laatste seizoen op de fabrieks-Honda. En hoe graag Poncharal zijn stille kracht ook wilde behouden, Dovizioso wilde meer inbreng op zijn eigen machine. Die kreeg hij binnen het worstelende Ducati. Als vervanger van Valentino Rossi, die in twee seizoenen Ducati’s enige MotoGP-wereldkampioen Casey Stoner niet had kunnen doen vergeten. Dovizioso moest incasseren, maar voorzichtig kondigde zich de ommekeer aan toen Gigi Dall’Igna eind 2013 de niet succesvolle tussenpaus Bernhard Gobmeier verving als nieuwe Ducati Corse-baas. Nog steeds in het ‘mid corner’-gedrag van de Desmosedici het pijnpunt van het powerpakket, maar de afgelopen twee seizoenen finishte Dovizioso als tweede in het kampioenschap. “Dovi is er altijd, altijd in de top 5. Dat is de manier om te vechten voor een kampioenschap”, drong Marc Marquez in Le Mans tot de essentie van de coureur Andrea Dovizioso door. Een coureur die in 298 opeenvolgende starts als Grand Prix-coureur nooit een wedstrijd miste, is uniek.

Andrea, het is inmiddels vijftien jaar na je wereldtitel in de 125 cc en het is je twaalfde seizoen in de MotoGP. Ben je beter dan ooit?

“Ha, absoluut. En zo moet het ook zijn. Als we mee willen doen voor de wereldtitel moet het ook zo zijn. Waarom ook niet? Ik heb meer ervaring en het voelt niet alsof ik aan mijn eigen grens zit. Fysiek voel ik ook niet dat ik minder word. En ook mijn motivatie niet.”

Is het interessanter is dan toen je in 2008 begon in de MotoGP? Toen was er nog de bandenstrijd tussen Michelin en Bridgestone en niet iedereen reed met dezelfde software.

“Het is in ieder geval anders. Een verschil is hoe we tegenwoordig de Michelins moeten rijden, ook door de elektronica. Door de elektronica zit iedereen ook dichter bij elkaar. Daardoor zijn de onderlinge verschillen in de race kleiner en dat is altijd goed voor de fans. Uiteindelijk draait het natuurlijk om het resultaat en niet het verschil met de ander. Het is mooier om strijd te hebben en rijders bij elkaar te zien rijden. Soms is het ook moeilijker. In Austin zat ik in de kwalificatie niet in Q2 (voor de beste twaalf gekwalificeerde rijders, red.) en dat kan problemen geven voor het uiteindelijke raceresultaat, maar voor de toeschouwers is het veel beter dan toen.”

Je kwam in 2013 naar Ducati. Wat is voor jou de grootste verandering geweest sinds toen?

“Er is heel veel veranderd. Gelukkig maar. En vaak ook. Maar de grootste stap was de eerste compleet nieuwe machine in 2015. Dat was een grote stap. Daarna hadden we het in bepaalde omstandigheden en op sommige circuits nog steeds moeilijk, maar het was zeker een grote stap. En ik geloof dat we beslist ook de komst van Gigi nodig hadden. Hij zorgde voor duidelijkheid binnen Ducati. Die was er niet. Hij is de baas en dat hielp voor iedereen. Hem binnenhalen was de eerste grote stap die Ducati moést zetten en het was ook de juiste keus. Daarna heeft hij de engineers flink gepusht. Zij doen echt heel bijzonder werk. Wat zij binnen Ducati creëren, hoe zij het gat hebben gedicht dat er was in 2013 en hoe zij met de reglementen om gaan, dat is echt heel bijzonder. Binnen Ducati zijn er echt heel goede engineers aan het werk en zij benaderen de reglementen ook iets anders dan de competitie. Dat is één van de positieve dingen van een Italiaans team. Japanse teams werken goed, maar op één manier. Maar er bestaan meerdere manieren om winnende machines te bouwen. En onze machine is echt heel anders dan de concurrentie. Ook hoe wij er mee moeten rijden is heel anders.”

Je praat over de engineers binnen Ducati, maar hoe zit het met de engineer in Andrea Dovizioso? Er wordt wel eens gezegd dat jij niet alleen een coureur bent maar ook een halve engineer.

“Ha! Dat wordt om twee redenen gezegd, denk ik. Ten eerste, omdat het voor mij al makkelijk was om problemen op te lossen van toen ik nog pocket bikes racete. Dat is voor mij normaal. Ik rijd de machine, zet een tijd en weet precies wat er is gebeurd. Het gaat niet alleen om focussen op het rijden en een tijd zetten. Ik weet heel gedetailleerd wat er in een ronde is gebeurd, ik weet of ik sneller of langzamer ben geweest. Dat helpt de engineers en de mensen in de box. Zij weten veel, hebben veel data, maar uiteindelijk staat de feedback van de rijder bovenaan de lijst. De tweede reden is dat ik methodisch werk. Niet als een engineer, maar wel een beetje op die manier. Zij zien dus veel dingen die ze van andere rijders niet zien. Gewoonlijk zijn rijders een beetje gek, niet methodisch en niet kalm. Ik wel.”

Jij bent erg belangrijk voor de ontwikkeling van de Ducati. Brengt dat niet extra druk met zich mee, omdat veel mensen vertrouwen op jou?

“Juist het tegenovergestelde. Ik wil juist diegene zijn die de machine ontwikkelt, omdat ik juist veel voel als ik er op stap. Ik wil de eerste zijn die er bij betrokken is. Ik ben niet zo’n rijder die alleen maar rijdt. Want we hebben veel dingen die we moeten testen en proberen. Daarom moet je gefocust zijn en veel dingen kunnen begrijpen. Zo zit ik in elkaar, voor mij is het juist makkelijker om het zo te doen, ik hoef er niet over na te denken. Ik word zelfs boos als ik niet degene ben naar wie wordt geluisterd. Het gaat niet om druk, het gaat er om dat het voor mij de enige manier is om mee te kunnen vechten voor de wereldtitel.”

Over boosheid en het mentale aspect van de racerij gesproken, jij was één van de eerste rijders die zei dat hij samenwerkte met een mental coach.

“Het is geen mental coach. Ik ben al in 2010 begonnen om te werken aan de mentale kant van dit werk. Als je je daar mee bezig gaat houden, snap je meteen hoe belangrijk het is en hoe groot de marge nog is om je te verbeteren. Als de verbetering op lichamelijk vlak zo groot is (Dovi houdt duim en wijsvinger vijf centimeter uit elkaar, red), dan is de marge op mentaal gebied zo groot (Dovi houdt zijn handen zo’n vijftien centimeter uit elkaar, red.). Iedereen is anders, dus het is niet zo eenvoudig als werken aan je lichaam. Daarom moet je met een professional werken die jou begrijpt en ook ziet op welk vlak jij je kunt verbeteren. Dat was zonder twijfel de grootste stap die ik in mijn carrière heb gemaakt. Maar dat doe je niet van vandaag op morgen, dat gaat stapje voor stapje. Wij werken op het randje. Grote sprongen kun je dan niet ineens maken, kleine stapjes leiden uiteindelijk tot een grote verandering. Een mental coach zie ik als iemand die je moet motiveren. Dat heb ik niet nodig. Dit is iets totaal anders. Wij werken aan het mentale stuk, maar het gaat niet om motivatie. Ik heb niet iemand nodig die me steeds maar zegt dat ik sterk ben en de beste. Dit is écht werk. En mij helpt het.”

Dit jaar doe je iets bijzonders, door heel nauw samen te werken met je teamgenoot Danilo Petrucci. Waarom doe je dat?

“Dat is misschien niet zo makkelijk te begrijpen, maar ik volg motocross op de voet. Dat is mijn passie. Aldon Baker (Zuid-Afrikaanse motocross-trainer, die onder meer met Ryan Dungey, Ryan Villopoto en Ken Roczen werkte, maar ook met Nicky Hayden, red.) gelooft in die filosofie van samenwerken. De cross is wel een andere wereld. Een crosser moet drie, vier keer per week op de motor zitten, dat gaat bij ons niet. Maar hij bracht een aantal kampioenen bij elkaar, jongens die in de Supercross voor het kampioenschap gingen, en hij liet ze samen trainen. Jongens die ook niet allemaal voor hetzelfde merk reden. Dat was iets idioots. Het heeft positieve en negatieve kanten. Het negatieve is dat je de ander precies je zwakke en sterke punten laat zien. Toch denk ik toch dat de positieve aspecten overheersen. Want als je traint met een getalenteerde rijder, word je zelf beter. Het brengt je wel naar de limiet en dat kan gevaarlijk zijn. Als je op het randje zit, is het makkelijk om een fout te maken en dan kun je geblesseerd raken. Toch geloof ik er in. Het is niet makkelijk om zo’n werksituatie te creëren, maar toen Danilo naar het fabrieksteam kwam, leek het me een goed idee. Ik heb er met hem over gesproken en hij stond er heel open voor. Voor zijn carrière kon het goed zijn. Natuurlijk, hij kon meer leren dan ik, maar uiteindelijk hebben we er allebei baat bij. Ik ben er blij mee. Want het is moeilijk om op dit niveau een goede relatie te hebben met je tegenstander en je teamgenoot, en ook nog eens in dezelfde stad te wonen (Petrucci verhuisde naar de omgeving van Forli waar Dovizioso woont, red.) en samen te trainen, motocrosstraining of flat track-training samen te doen.”

Met Jorge (Lorenzo) had dit niet gekund.

“Met Jorge, met Jorge….. Nee. Absoluut niet. Haha!”

Dat was het korte antwoord! Veel rijders werken met een rider coach, jij niet. Niet nodig?

“Nee. Het kán werken, maar ik denk dat er veel rijders en ex-coureurs zijn met ervaring die iets op de baan kunnen zien en jou dat vertellen. Maar iemand die écht de set-up kan begrijpen en precies weet hoe jij de machine moet rijden…. Ik denk dat dat is erg moeilijk is, bijna onmogelijk. Soms kan het helpen, maar het percentage dat je er beter van wordt, is naar mijn mening heel erg laag. Maar als je met die persoon een goede band hebt en diegene heeft ook de ervaring, dan kun je uit zijn commentaar datgene halen wat voor jou werkt. Meer niet. Op dit moment geloof ik niet dat ik zo iemand nodig heb.”

De rivaliteit tussen jou en Marc Marquez is hét verhaal van de afgelopen twee seizoenen. Is het moeilijker of juist makkelijker en voorspelbaarder om een rivaal te hebben van wie je weet dat hij zal aanvallen?

“Beslist moeilijker. Hij kan situaties creëren die anderen niet kunnen creëren. Dat is heel negatief, haha!”

Jullie hebben vijf races gehad waarin de beslissing viel in de laatste bocht. De eerste keer was Oostenrijk 2017 en het leek erop dat je niet heel blij was…

“Nee, nee. Ik was niet kwaad. Het was een instinctieve reactie, want ik deed alles perfect en toen deed hij iets wat weliswaar niet over de grens was, maar wel ‘over’ het gene van wat je verwacht. Mijn gebaar was niet tegen hem bedoeld.”

Ooit in die vijf confrontaties gedacht ‘dit loopt verkeerd af’?

“Elke keer. Op zo’n moment zijn het die dingen die je achter je hoort in een gevecht dat om centimeters gaat, dus… Als je voorop rijdt, is het onmogelijk precies te begrijpen wat de ander doet, dus het is rationaliteit tegenover irrationaliteit. Want je moet alles rationeel aanvoelen, maar de actie is totaal irrationeel, dus…. Maar voor mij was het (vier keer) goed, haha!”

Je hebt geweldige teammaten gehad. Casey Stoner, Dani Pedrosa, Jorge Lorenzo, Cal Crutchlow, Andrea Iannone… Zou het mogelijk zijn om Marc als teamgenoot te hebben?

“Moeilijk maar niet onmogelijk. Het zou zeker interessant zijn. Vorig jaar was ik dicht bij een deal met Honda, dus ik dacht er echt over na. Het was ook niet iets wat ik niet zag zitten. Maar als teammaat van Marc zit je in de slechtste situatie, zonder twijfel.”

Zoals je al zei, je bent een groot motocrossfan en bevriend met Tony Cairoli. Maar laten we eerlijk zijn, als Jeffrey Herlings dit jaar niet geblesseerd was geweest, zou Tony nooit voor de tiende keer wereldkampioen kunnen worden…

“Ehhhh…. Wat Jeffrey vorig jaar heeft laten zien, was ongelooflijk. De Amerikanen konden hem ook al niet verslaan, hoewel zij misschien ook niet gefocust zijn op het outdoor-kampioenschap. Maar Tony is als Valentino. Oké, ze zijn niet meer de jongsten, ze zijn niet meer de snelsten, maar desondanks kunnen ze nog kampioen worden. Ik vond het ontzettend jammer dat Jeffrey geblesseerd raakte, want hij zou absoluut meer kans op de titel hebben gehad dan Tony. Maar het betekende niet automatisch dat hij weer kampioen zou zijn geworden, want Tony is zó slim. Het gaat om meer dan talent en snelheid, slimheid is zo belangrijk. Er is altijd een reden waarom iemand wereldkampioen wordt. Het is niet zo maar geluk.”

Was je diep in je hart niet gewoon liever crosser geworden?

“Zeker, zeker… Maar het is te makkelijk om dat te zeggen. Iedereen die iets al lang doet, wil graag wat anders doen. Ik cross alleen om te trainen, niet heel methodisch, maar gewoon om fit te blijven en om er plezier in te hebben. Als je het zou doen zoals ik MotoGP doe, wordt het een ander verhaal. Dus ja, maar ik snap de realiteit.”

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.