+ Plus

Classic Kawasaki Mach III

De toerentellernaald wijst 8.000 tpm aan en het driecilinder-tweetaktblok onder me gilt het uit. En ook al is hij bijna veertig jaar oud: de prestaties van deze Kawasaki 500 H-1A Mach III mogen er nog steeds zijn en met name de acceleratie is adembenemend. Ik kan me goed voorstellen dat men destijds doodsbang was voor deze gemene 500 cc driepitter!Kawasaki maakte in het begin van de zeventiger jaren naam en faam met deze fameuze driecilinder-tweetakten. De Japanse fabriek begon in 1967 aan de ontwikkeling van deze ‘triples’ en men koos voor een driecilinder omdat een driecilinder tweetakt met de kruktappen op een regelmatige 120º zijn enorme power mooi egaal af gaf. Vergeleken met de gangbare 500 cc tweecilinders konden daardoor de koppeling en transmissie lichter worden. In zijn geheel kon de driecilinder volgens Kawasaki dan ook lichter uitgevoerd worden dan een twin, zonder dat je in hoefde te leveren op het gebied van de prestaties. Eind 1968 werden de eerste 500 Mach III Kawasaki’s uitgeleverd aan de klanten.Voor de inlaat had Kawasaki gekozen voor simpele poortsturing in plaats van de meer racey roterende inlaten, voornamelijk om de productiekosten in de hand te kunnen houden. In eerste instantie zat er op de eerste modellen een uit de racerij afkomstige electronisch ontstekingssysteem, maar dat bleek in de dagelijkse praktijk erg slecht te functioneren. Het duurde dan ook niet lang voordat deze Kawasaki’s werden uitgerust met contactpunten (drie stuks) met bobines. En die puntjes vroegen weer secure handjes van de monteurs, want het viel niet mee alle drie punten exact op het goede ontstekingstijdstip af te stellen. De eerste 500 triples braakten 60 pk uit, maar in de loop der jaren werd dat toch iets teruggeschroefd. De laatste versies, die in 1976 verkocht werden, hadden nog maar 52 pk. De Mach III was verder uitgerust met een natte meerplaats koppeling en een vijfversnellingsbak (alles omhoog; de vrijstand zat helemaal onderin dus). Het blok hing onder een eenvoudig wiegframe, met stereodempers achter en een dun telescoopje voor. Voor werd er geankerd met een fikse ‘two-leading-shoe’ trommelrem en achter zat ook een flinke trommelrem, compleet met luchthapper voor de koeling.Van 1968 tot 1971 werd de Kawasaki Mach III H1 geleverd. Daarna werd het vaandel overgenomen door de H1-A, het model dat je op deze pagina’s ziet. Deze kon je dus naar wens met een electronische ontsteking of met gewone contactpunt-ontsteking laten afleveren. In 1972 kwam de H1-B, die had een schijfrem in het voorwiel. Dat model werd opgevolgd door de H1-D in 1973, de H1-E in 1974 en de H1-F uit 1975. Ook in die jaren wist men dus al wel wat modelwisselingen waren!De ‘sloomste’ Mach III uit de reeks werd gevormd door de KH500 uit 1976, deze had dus 8 pk minder dan de eerste uitvoering.Kawasaki’s 500 Mach III bleek uiteindelijk een voorloper van een hele serie driecilinders met cilinderinhouden van 250, 350, 400 en (als ‘King of the Breed’): de 750 triple. Die laatste verscheen in 1972 op het toneel als de ‘H2 750 Mach 4’ en had maar liefst 74 pk. Dit was destijds echt een allesovertreffende trap op motorgebied: bloedsnel maar ook levensgevaarlijk vanwege het eigenzinnige rijgedrag.Wat dat laatste betreft kon de 500 Mach III er echter ook wat van. Naast het feit dat 60 pk uit 500 cc in 1968 behoorlijk beestachtig was, maakten vooral de vermogensafgifte, de korte wielbasis en de bizarre gewichtsverdeling (maar liefst 57% van het gewicht van 175 kilo rustte op het achterwiel) deze machine ‘interessant’. Het was namelijk een wheelie-monster bij uitstek: het was niet de vraag of je hem op het achterwiel zou trekken bij het wegrijden, maar eerder hoelang je ermee op het achterwiel zou rijden! Dat werd ook in de hand gewerkt door de manier waarop de 60 paardenkrachten de vrije teugels kregen: beneden de 6.000 tpm gebeurde er niet zoveel, maar vanaf dat toerental kreeg je een spreekwoordelijke schop onder je kont. Dan leek al het vermogen in één klap vrij te komen, waarbij de driepitter blijft doorgillen tot zo’n 8.500 toeren. Af en toe lekker doorhalen in toeren was trouwens niet alleen leuk, maar ook een must om het tweetaktblok weer schoon te branden. Als je namelijk te lang met lage toerentallen bleef ‘doorpruttelen’ sloegen de bougies vet…Met je neus op de klokken schopte deze driecilinder het tot een dikke 185 km/uur. Minstens zo indrukwekkend waren de acceleratiecijfers: tijden van amper 13 seconden op de 400 meter waren in die jaren echt bloedstollend snel. Deze Kawasaki luidde ook nieuwe tijden in: hij was minstens zo snel als een Norton Commando 750 en geen enkele andere 500 kon dit geweld bijbenen.De Mach III in dit artikel stamt uit de privéverzameling van Kawasaki-dealer Nol Bikker uit Noordeloos (zie ook het kaderstuk). Het is een plaatje: totaal niet gerestaureerd en 100% standaard. Gezien zijn leeftijd mag hij er nog zeker zijn: de blauwe 500 H1-A Mach III stamt uit 1970 en is qua specificaties gelijk aan de allereerste 500’s uit 1968, die toen alleen in het wit verkrijgbaar waren. Zoals altijd valt meteen op hoe klein de motorfietsen een jaar of dertig, veertig geleden waren.Als Nol de Kawa start komt een bijzondere en hese rommel uit de drie uitlaten. Het geluid doet denken aan dat van een zware speedboot. Maar als Nol het gas verder opentrekt, verandert het hese geluid in een oorverdovend geschreeuw. De uitlaten mogen dan standaard zijn, ze bezorgen je wel kippenvel.Nol rijdt even een rondje en dan mogen we er zelf ook even mee op pad. Met de kickstarter aai je de Mach III zonder problemen aan en zowel koppeling als versnellingsbak werken prettig licht en precies. Met slippende koppeling vertrek ik, maar de eerste kilometers vallen toch tegen. Dat komt omdat de toerentellernaald niet boven de 4.500 komt; een bromscooter lijkt dan nog sneller! Als ik echter de ruimte krijg en het toerental langzaam opvoer, begint het rammelende blok boven de 6.000 tpm op slag te janken en sprint de machine er ineens met een rotgang vandoor. De acceleratie is dan adembenemend en je moet de toerenteller goed in de gaten houden want hij joelt het uit en bij 9.000 toeren ligt de mechanische grens van deze driepitter.Maar wat loopt zo’n Mach III ontstellend hard voor een motor uit 1970! En alhoewel iedereen altijd roept dat zo’n oude Kawa erg slecht stuurt, blijkt dat op mooi strak asfalt best mee te vallen. Hij voelt wel vederlicht aan in het stuur, elke lichte stuurbeweging resulteert meteen in een forse slinger. Als het asfalt echter niet superstrak is, gooien de ‘Ceriani look-a-like’ voorvork en de dunne achterschokbrekers meteen roet in het eten: vering en demping zijn gewoon beroerd. Verrassend zijn daarentegen de remmen. Zeker bij ‘legale’ snelheden voldoen die prima. Als ik in z’n vijf doortrek tot ruim 8.000 tpm schrik ik gewoon van de snelheid van dit kleine scheurijzer. En dan die neiging tot het trekken van wheelies: als je wat lomp vertrekt en je gewicht niet helemaal naar voren brengt, maak je ongewild meterslange wheelies. Zelfs rijders van moderne supersports zouden hier van onder de indruk raken.Op de terugweg naar Nol Bikker raak in verzeild in druk verkeer en al jengelend aan het gas probeer ik de driecilinder op gang te houden. Tevergeefs: bij aankomst in Noordeloos valt de motor stil als ik het terrein van de Kawasaki-dealer opdraai. De bougies zijn vetgeslagen en de Mach III staakt alle diensten! Tja, deze machine is te vergelijken met een echte racer uit de zestiger jaren. Heerlijk en opwindend om mee te rijden, maar je moet hem wel de sporen kunnen geven, want hij heeft ruim baan nodig.Met deze 500 driecilinder tweetakt maakte Kawasaki naam en faam. Samen met latere modellen als de 750 H2 en de Z900 zorgde deze Mach III ervoor dat de merknaam Kawasaki in het collectieve onderbewustzijn synoniem werd met snelheid en woeste prestaties. Mocht je echter geïnteresseerd zijn in de aanschaf van zo’n levende legende dan lijken enige waarschuwingen hier wel op zijn plaats: het blok is uiterst onderhoudsgevoelig en als je brokken krijgt heb je een probleem, want het is moeilijk om nog aan onderdelen te komen. Ook de afstelling van de carburateurs en de ontsteking (noodzakelijk om de boel heel te houden) vraagt veel technisch inzicht. Verder maakt de driecilinder behoorlijk veel mechanische geluiden, maar dat komt ook omdat hij luchtgekoeld is: men moest daardoor een behoorlijke speling hanteren tussen de zuigers en de cilinders. Als zo’n driecilinder niet meer rammelt, staat hij op het punt van vastlopen, aldus de kenners…De kans om een 500 Mach III uit 1968 te kunnen kopen is bijzonder klein, want deze zijn er eenvoudigweg maar heel erg mondjesmaat. De laatste versie uit 1974 en de KH 500 worden nog wel eens aangeboden, maar deze zijn meestal verre van origineel. Maar mocht je toch gegrepen zijn door zo’n ‘Kwacker’ en besluiten er eentje te gaan kopen, weet dan dat je in elk geval een levende legende aanschaft, waarmee destijds onnoemelijk veel sprints en (standaard-)races gewonnen zijn.[[kasten 1]]TECHNISCHE GEGEVENS KAWASAKI H1-A 500 Mach III (1970)Motorblok: luchtgekoelde driecilinder tweetakt lijnmotorCilinderinhoud: 499 ccBoring maal slag: 60,0 x 58,8 mmMax. vermogen: 60 pk bij 8.000 tpmMax. koppel: 42,3 Nm bij 7000 tpmAcceleratie: 400 meter in 13,31 secondenTopsnelheid: ca. 180 km/uurDrooggewicht: 175 kgEigenaar: Nol Bikker, Grotewaard 8, 4225 PA Noordeloos (tel: 0183-58 22 00), www.nolbikkermotoren.nl[[kasten 2, mit 1 Bild oder ausschnitt von den Mann dazu]]NOL BIKKERDe eigenaar van deze Mach III, de 52 jarige Nol Bikker, is een verhaal apart. Sinds 1979 (Nol was toen 23) is hij al Kawasaki-dealer en anno 2009 verkoopt hij alles waar Kawasaki op staat, dus naast de wegmotoren kun je er ook terecht voor de Kawasaki crossers, ATV’s, jet-ski’s, bosmaaiers, aggregaten etcetera. Daarmee is hij uniek: als enige bedrijf in heel Europa verkoopt en onderhoudt hij alle Kawasaki-producten.Nol’s hart ligt bij de driecilinder-tweetakten van het merk. Hij vertelt: “Ik maakte ooit mijn eerste proefrit op een 750H2 en zag toen alleen maar de toppen en takken van de bomen langs de weg… En toen wist ik het: die moet ik hebben. Kawasaki’s waren natuurlijk altijd al de snelste motoren die je kon kopen." Nol was ook een verdienstelijk crosser (uiteraard op gifgroene Kawa’s) en tunede zijn motoren altijd zelf. Van het één kwam het ander en zo ontstond zijn eigen motorzaak. En toen Kawasaki met haar jet-ski’s uitkwam, werd Nol’s competitiedrang weer aangewakkerd: hij stapte ook zelf op zo’n snelle waterscooter en werd in 1991 Nederlands kampioen in de ‘modified klasse’. Uiteraard met een door hemzelf getuned tweetaktblok. En in 2006 groeide het plan om met een paar maten deel te nemen aan de Dakar-rally. Op een Kawasaki natuurlijk: daarvoor werden drie KLX650’s omgebouwd.Nol Bikker woont alweer ruim 20 jaar in een oude molen en leeft voor alles waar Kawasaki op staat. Het meest indrukwekkend aan zijn mooie motorzaak is misschien wel de enorme kelder: daar staat een unieke collectie klassieke Kawasaki’s die hij in de loop der jaren wist te verzamelen. Een collectie om stil van te worden! Op 28 mei, als hij precies dertig jaar dealer is, wil hij zijn eigen Kawasaki-museum openen. Verder wil hij die gebeurtenis vieren door een poging om in het Guinness Records Book te komen met de organisatie van de grootste Kawasaki-parade ooit vertoond. Daarvoor probeert hij 3.000 Kawasaki-rijders op te trommelen, waarbij hun motoren uiteindelijk zo geparkeerd moeten worden dat er vanuit het vliegtuig luchtfoto’s kunnen worden gemaakt van die ene naam: Kawasaki!Voor zijn te openen museum heeft Bikker onlangs van Kawasaki Europe een aantal unieke originele films gekregen, waarop beelden staan van de allereerste 500 en 750 driepitters die er in Japan van de band liepen. De films worden momenteel gedigitaliseerd om in het museum getoond te kunnen worden. Vertederd kijkt hij naar de 500 Mach III uit zijn eigen verzameling, waarmee we deze reportage konden maken: “Weet je, deze machine heeft in 13 jaar geen klap gegeven. En dan drie keer trappen en hij loopt weer! Het zijn in alle opzichten unieke fietsen!”

Direct meer lezen? Neem een jaarabonnement
  • Direct toegang tot het digitale archief met meer dan 350 magazines.
  • 24 uitgaven per jaar
  • Elke twee weken thuis in de bus
Direct toegang aanvragen
Een jaar MotoPlus voor slechts 49,50

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het ios icon icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin
Motoplus app
en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.