MotoPlus 02 - 2023
TECHNIEK DE GRENZEN VAN LUCHTKOELING 68 MOTOPLUS TECHNIEK Schoolvoorbeeld: beter dan de Yamaha XJR1300 doet kun je koel ribben niet presenteren. De zaak is allang beslist. Tenminste vanuit technisch oogpunt. Lucht- of waterkoeling, koelribben of radiateur? Deze vraag doet zich in werkelijkheid niet meer voor. Niet als het gaat om moderne motorfietsen tenminste. Het dubbeltje is duidelijk in de richting van vloeistofkoeling gevallen en niet richting de pure luchtkoelers. En toch komt de nostalgie vaak weer om de hoek kijken. Vooral voor ons ouderen. Het gebeurt al bij de aanblik van een goed onderhouden Japanse vier-in-lijn youngtimer uit de jaren tachtig, achteloos geparkeerd op een straathoek. Wat doet dat met ons? We blijven staan en kijken. Waarom? Omdat er eindelijk echt iets is om naar te kijken. Vier cilinders netjes op een rijtje gerangschikt met sierlijke maar functionele koelribben. Waar het motorblok zit en waar de individu ele zuigers op en neer vliegen is zelfs voor kleuters nog in één keer herkenbaar. Experts daarentegen gaan nog een stapje verder. Die beweren doodleuk dat ze hun motor uit duizenden herkennen door het geheel eigen geluid van tinkelende koelribben. Probeer dat maar eens met een vloeistofgekoelde twee cilinder. Er is geen ‘geplink’ en ‘geploink’ bij stil stand. Er zijn geen luidruchtige kleppen, geen zuigers die heen en weer schommelen door de te ruime boring. Er heerst mechanische stilte, de watermantel dempt alles. Verdwenen zijn de kronkelende ribben die zich zo trots en pontificaal presenteren dat ze een overtuigende eerste indruk maken. In plaats daarvan houdt de huidige generatie motoren zich waar mogelijk verborgen. Zelfs als een stukje overgebleven kuip het zicht op het motorblok belemmert, accepteren we dat met liefde. Omdat het verbergt wat niemand wil zien. Heden ten dage is dat meestal een doodeenvoudige staande twin. Het is niet alleen het verlies van koelribben, maar ook het gebrek aan diversiteit dat pijn doet. Vroeger lonkten motorblokken – onge acht hun cilinderinhoud – in motorfietsen van allerlei pluimage. Vandaag de dag is een motorblok zonder uitzondering en zonder enige opsmuk geperst in een strak stalen kor set dat buizenframe heet. In de regel heeft het een inhoud van 700 tot 800 cc en produceert het tussen de 70 en 100 pk. Of er nu Aprilia of Yamaha op de tank staat. De gedachte ‘Bonjour Tristesse’ nestelt zich automatisch in je hoofd bij het aanhoren van het uniforme monotone geluid. In plaats van het zachte spinnen van een vier-in-lijn, de harde mokerslagen van een grote eencilinder of het rustieke gekletter van een tweecilinder. Zelfs dat laatste is anno 2023 niet echt meer door de 270° krukassen. Geen wonder dat een mens af en toe verlangt naar de goede oude tijd gezien de snelheid waarmee het kleine, lichte en goedkoop te produceren motor concept zich verspreidt. Geen wonder dat we hongerig zijn naar aantrekkelijke koelribben en tegenwoordig zelfs weer naar een vier-in-lijn. Toch zijn bovenstaande gedachtenkronkels slechts kanttekeningen. Het gaat ons in de
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy NjAzODY3