MotoPlus 19 / 2019

REPORTAGE MOTOPLUS 77 Geen enkele motorfiets wist zo veel teweeg te brengen in 1988 als de BMW K1. Nog voordat het eerste exemplaar de straat aanraakte, werd de motor al uitgeroepen tot ‘Motorfiets van het Jaar’. Een feit dat door de mar­ ketingmensen van BMW gretig werd omarmd. Helaas voor hen, bleek het geen recept voor suc­ ces. Sterker nog, eenmaal op het circuit bleef er niets van overeind. De Duitse superbike met zijn top­ vermogen van 100 pk en royale rijklaar gewicht van 258 kilo moest iedere vorm van concur­ rentie aan zich voorbij laten gaan. Iets dat in de talloze vergelijkings­ tests van destijds met dikke let­ ters onderstreept werd. Pas boven de 6.000 tpm komt de motor namelijk echt op gang. En heel lang kun je daar niet van genieten, want bij exact 9.170 tpm is het alweer gedaan. Niet vreemd dus dat het begin van het einde zich in 1991 al aan­ diende voor dit rijdende stukje vernuft. BMW presenteerde toen de K100RS. Een motor die, op het aerodynamische kuipwerk na, nagenoeg identiek was maar alles net iets beter deed. En waar – heel belangrijk voor het BMW-publiek – eenvoudig twee zijkof­ fers aan gehangen konden wor­ den. Twee jaar later, in 1993, was het dan echt zover: BMW zette met een laatste productieserie van 100 kanariegele, onder de naam Ultima verkochte K1’s een streep door het aerodynamische wonderkind. Daarmee kwam de eindscore op een magere 6.921 verkochte machines. Wereldwijd. Ook op de tweedehandsmarkt wist de K1 lange tijd geen koper te vinden. Getuige de ruime opkomst op de K1-dag in Meddo, is dat tegenwoordig wel anders. Je zou haast kunnen beweren dat de gekuipte Duitser bezig is aan »

RkJQdWJsaXNoZXIy NjAzODY3