MotoPlus 2018/18

reizen MOTOPLUS 59 Ligging: Zuid-Europa (Balkan) Hoofdstad: Tirana Afstand vanaf Utrecht: 2.150 km (Tirana) Buurlanden: Montenegro (noorden), Kosovo en Macedonië (oosten), Grieken- land (oosten en zuiden) en de Adriatische Zee in het westen Regeringsvorm: republiek Oppervlakte: 28.748 km 2 (3/4 Neder- land) Aantal inwoners: 3,1 miljoen (2017) Hoogste punt: Korab (2.763 meter) Toeristische trekpleisters: Meer van Ohrid, amfitheater/ruïnes in Butrint, kasteel van Gjirokastër, kathedraal van Korçë, Nationaal Park Llogara, ‘The Blue Eye (bijzonder natuurverschijnsel in de buurt van Butrint), diverse bijzondere kloosters en kastelen, en natuurlijk tal van oude steden zoals Tirana, Durrës, Vlorë, Berat en Gjirokastra Taal: Albanees Schrift: Latijns Munteenheid: Albanese Lek (ALL) Tijdsverschil: +1 uur Klimaat: direct gelegen aan de Adriati- sche Zee heeft Albanië een mediterraan klimaat met warme zomers en relatief zachte winters (vooral langs de kust). De gemiddelde temperatuur in de zomer ligt rond de 30 graden, uitschieters naar de 40 graden zijn echter zeker geen zeldzaamheid. In het hogere, berg- achtige noorden zijn de winters een stuk strenger en laat de lente uiteraard ook wat langer op zich wachten. Geografie: in het algemeen heeft Alba- nië, de kuststreek uitgezonderd, een lekker grillig en ruig karakter, met in het noorden de hoogste bergen. Een groot deel van het land bestaat bovendien uit moeras en bos. Slechts een klein deel van het land is gecultiveerd, het gros van de inwoners woont dan ook in de grote steden. Wetenswaardigheden: hoewel het Balkanland in behoorlijk rap tempo moderniseert, beperkt zich dat voor- namelijk tot de grote steden. In het bin- nenland lijkt de tijd vaak stil te hebben gestaan, ook op het gebied van infra- structuur. Verwacht dus geen biljart- lakenstrak asfalt, een allroad is dan ook aan te raden wanneer je ook het binnen- land in gaat. Overnachtingsmogelijkheden: toeris- tisch gezien is Albanië een land in opkomst en zeker aan de kust (de Albanese Rivièra) zijn er overnachtings- mogelijkheden te over. In het binnenland zul je wat meer moeite moeten doen. Enkel in de middelgrote plaatsen vind je hotels, campings zijn er ook redelijk schaars. Een beetje voorbereiding vooraf is daarom wel raadzaam. Wanneer: van april tot en met oktober, met de aantekening dat het hartje zomer behoorlijk warm kan worden. Info: www.albania.al zitten, dus kies ik voor deze route. Met het puntje van m’n tong tegen m’n voortanden probeer ik de bestaande sporen te volgen, maar dat blijkt tamelijk zinloos: mijn voor- gangers hebben hun pad ook maar spontaan gekozen en daarbij, zo ondervind ik, af en toe flink misgegokt. De bodem van de bed- ding bestaat voor het merendeel uit dikke kiezels en keien, maar soms ook uit stoffig zand of modder. Daardoorheen kronkelt de snelstromende rivier, die ik regelmatig over moet steken. Op de gladde stenen glij ik verschillende keren onderuit en op sommige plekken is het water zo diep, dat ik niet zo een-twee-drie een uitweg zie. Toch lukt het uiteindelijk altijd en ik krijg steeds meer handigheid in het laveren door het water. Van Elbasan rijd ik verder naar Tirana. Omdat het nu eenmaal de hoofdstad is, moet je er geweest zijn, maar het is geen plek om op je ‘terugkeerlijstje’ te zetten. Via de noordelijke stad Shkodër rij ik terug naar Montenegro, waar de weg aan zee uit- komt bij het plaatsje Bar. Horeca-technisch gezien een slim gekozen naam, maar ik laat me niet verleiden tot een tussenstop en rij langs de fraaie kustweg door naar Kotor. Een camping is er hier niet en wildkamperen durf ik op deze toeristische toplocatie niet aan. Bij een bewaakt strand mag ik mijn tentje opzetten tegen een kleine vergoeding. Ze wijzen me een plek aan pal naast een bord waarop duidelijk een tent met een rode streep erdoor staat, maar ik vertrouw erop dat ze de plaatselijke wet en handhaving ervan beter kennen dan ik. Gezeten voor mijn al dan niet illegaal opgezette tentje, overpeins ik met een biertje in de hand mijn Albanië-avontuur. Terwijl de ondergaande zon de bergen rond de baai rood kleurt, besluit ik dat het ‘Land van de adelaars’ beslist een plek bij mijn favorieten verdient: er zijn ruige offroad-routes in overvloed, de mensen zijn aardig en behulpzaam en, niet onbelangrijk, bijna alles is er spotgoed- koop. En nee, ik ben niet beroofd, ik ben niet tegen betaling van losgeld gegijzeld door halve wilden die benzine drinken en vuur pissen, en ik ben ook niet levend gevild door struikrovers die mijn huid wilden gebruiken voor het bespannen van balkantrommels. Het is, kortom, een ideale bestemming voor iedereen die zich aan de sleur van onze dagelijkse survival in de asfaltjungle wil onttrekken en zich klaar voelt voor een next level adventure! < INFO ALBANIË Links de overtocht naar de archeologische stad Butrint, op de middelste foto een van de 700.000 bunkers die Albanië rijk is, en rechts de beroemde Canyon Çorovodë met een diepte van meer dan 150 meter.

RkJQdWJsaXNoZXIy NjAzODY3