MotoPlus 2018/16
test + techniek MOTOPLUS 35 ALPENMASTERS 2018, DEEL 1 TEST TRIUMPH SPEED TRIPLE RS KAWASAKI Z1000R EDITION HONDA CB1000R+ MV AGUSTA BRUTALE 800RR 1 2 3 4 POWER NAKEDS MOTOPLUS CONCLUSIE De nieuwe Triumph Speed Triple RS heeft ondanks alle sportieve accenten het meest geschikte motorblok voor de Alpen, het beste rijwielgedeelte voor berg- passen en heeft onder de streep ook het meest te bieden in de vakantiepraktijk. Daar komen de goede afwerking, de hoogwaardige uitrusting en de gebruiks- vriendelijk met elkaar verbonden assistentiesystemen nog bij. Power Nakeds Triumph Speed Triple RS 1e PLAATS bij een geëngageerde rijstijl. De inactieve zitpositie met het ver naar achteren gebogen stuur van de CB1000R+ is desondanks toch goed voor één positieve constatering: het is allemaal comfortabeler dan aan boord van de van knetterharde achterschokdempers voorziene MV en Triumph. En daarmee komen we bij de Speed Triple RS, het topmodel uit deze lijn, en zijn wellicht enige zwakke punt hier in de Alpen, de sportieve zitpositie. Maar geen angst: als het hard genoeg vooruit gaat, klopt die zit helemaal. En met de Speedy gaat het altijd hard voorwaarts. Geen wonder, met een motorblok dat weliswaar net als dat van de Honda op een inmiddels op leeftijd zijnde constructie is gebaseerd, maar waarbij de opfriskuur beter heeft uitgepakt dan wellicht verwacht. De driecilinder spreekt name- lijk net als voorheen boterzacht aan, maar begeleid door een diepe triple-grom uit de standaard Arrow-demper zijn de klappen een stuk vetter geworden. De Brit is zo sterk als een os en gaat er altijd met volle overtuiging vandoor, ongeacht de versnelling. Verkeerde versnelling? Praktisch onmogelijk. Verkeerde lijn gekozen? Makkelijk te corrigeren. Handel- baar en neutraal laat de RS zich platgooien, waarna de Triumph heel stabiel op zijn supersportieve Pirelli Supercorsa-sloffen de gewenste lijn blijft volgen. De eveneens stan- daard Öhlins-vering van de RS, die ondanks de sportief-harde afstelling fijngevoelig reageert op de kleinste oneffenheden en ook grotere hobbels goed absorbeert, maakt de verder toch al uitgebreide uitrusting van de Brit compleet. Eigenlijk kun je de Triumph maar één ding verwijten: het niet bepaald als toeristisch te bestempelen karakter. Gemoe- delijk boemelen is zelfkastijding voor zowel rijder als voertuig, de rest is puur genoegen. Dat zou in de basis ook op de MV Agusta van toepassing kunnen zijn. ‘Moeten zijn’ mis- schien wel, want de Italiaan heeft er de beste papieren voor. Een compacte, beresterke driecilinder, een stabiel en licht vakwerk- frame en hoogwaardige componenten. Wat ontbreekt is de nauwkeurigheid en perfectie, die de Triumph wel heeft. Een paar voorbeel- den? De handelbaarheid is fameus, maar heeft de neiging tot wiebeligheid, de gasaan- name is lekker spontaan, maar neigt naar het nerveuze. Het zadel voelt aanvankelijk aangenaam, maar is op den duur hard, net als de achterschokdemper. Het dashboard is stijlvol maar erg vol en alleen onder goede omstandigheden aflees- baar. Je zou deze opsomming naar believen kunnen voortzetten, maar dat doen we niet. De MV voelt zich beter op zijn plek voor de ijssalon, waar hij kan pronken met zijn adem- benemende vormspraak, dan op hobbelige bergwegen. Ook de Honda zou daar een goed figuur slaan. De Kawasaki is niet alleen een aanrader voor fans van het groene merk, maar voor iedereen voor wie een viercilinder de juiste motor is. De Triumph wint bijna alle beoordelingspunten en krijgt dus een verdien- de plek in de finale van de Alpenmasters. <
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy NjAzODY3