MotoPlus 2018/16

30 MOTOPLUS test + techniek TEST ALPENMASTERS 2018, DEEL 1 Nederig. Een blik uit het raam van het kleine hotel in Bourg-d’Oisans in de Franse Alpen maakt nederig, iedere ochtend opnieuw. Het uitzicht op de omringende bergen is ronduit overweldigend en doet je beseffen dat er oerkrachten aan het werk moeten zijn geweest om dit decor te schep- pen. Als we vervolgens een blik werpen op het kwartet power nakeds dat voor het hotel op ons staat te wachten om die bergen aan te vallen, is respect ook hier op zijn plaats. Stuk voor stuk hebben ze tenminste 140 pk achter de knop, en op de MV Agusta Brutale 800RR na hebben ze allemaal om en nabij de 1.000 cc longinhoud. Hoe dan ook, één ding is zeker: in dit gezelschap bevindt zich geen machine die op hoogte snel buiten adem zal raken. Dit zijn pure koppelbazen en pk-monsters, die een bergpas niet beklimmen maar veroveren. De vraag is alleen of dat ook op gecontroleerde wijze kan? ‘Ach, in geval van nood heb je toch tractiecontrole’, zullen de whizzkids dan zeggen. Dat klopt niet helemaal, want de Kawasaki Z1000R Edition heeft weliswaar een Öhlins-achterschokdem- per, maar wat moderne assistentiesystemen betreft moet de Kawasaki een veer laten. ABS, meer zit er niet op. Aan de andere kant: geen van de testrijders had de behoefte om met deze bolides in iedere bocht opnieuw het gas dusdanig ver open te draaien dat de regelelektronica in moest grijpen. Dat is ten eerste veel te inspannend en bederft bovendien het plezier dat je kunt beleven aan de enorme en goed controleerbare punch die deze krachtpatsers op geheel eigen wijze voorschotelen. Wat weet in deze alpiene omgeving meer te bekoren? De gedegen Japanse viercilindercultuur van de nieuwe Honda CB1000R+ en de Kawasaki Z1000R Edition, of de ruige Europese driecilinder- configuratie van de Triumph Speed Triple RS en de MV Agusta Brutale 800RR? Eerste stop: het kleine tankstation voor de eerste klim. De testronde is ongeveer 180 kilometer lang, maar had rustig langer kunnen zijn, want de tanks van dit kwartet bevatten tussen de 15,5 (Triumph) en 17 liter benzine. Dat is voor de 1000’s, ondanks het hogere verbruik in de Alpen, goed voor onge- veer 300 kilometer, alleen de MV verbruikt tot een liter op honderd kilometer meer (zie meetwaarden). Dat is voldoende als je je dagetappes zorgvuldig plant, maar is al snel te weinig als je in de avondschemering wordt verleid om nog snel even een bergpasje mee te pikken. Maar dat is in dit geval een rand- zaak, we kennen de opdracht en het doel en de testcrew maakt zich klaar voor vertrek. Dat betekent rem- en koppelingshendel (die laatste is alleen bij de Honda niet instel- baar) instellen, de spiegels afstellen en plaatsnemen in het zadel. De Brutale is qua zitpositie misschien wel het meest extreem. Voor niets, achter niets en daar tussenin een knetterhard zadel met het comfort van een kanonskogel. Op deze machine rijd je niet, je wordt afgeschoten. Dat doet ook het rijklaar gewicht van 202 kilo al vermoeden. Het maakt de Italiaan tot de vlieggewicht van dit veld. De concurrentie moet een dikke tien tot twintig kilo meer de bergen op torsen. Maar zover zijn we nog niet, we zijn immers nog maar net gaan zitten. Dat levert evenwel De Honda Cub van een Brits gezelschap kwam met een beetje hulp van onze panne- service toch nog boven op de Galibier.

RkJQdWJsaXNoZXIy NjAzODY3