Reizen Centraal-Azi

« Terug naar magazine

Gespannen rijden we door het drukke verkeer in Almaty, Kazachstan. We hebben net onze motoren bij de douane opgehaald, maar de benzinetank van de motor van Harald lekt. De brandstof druppelt op de hete uitlaat en bij ieder stoplicht kijken we angstig naar het blok. Ik zie de motor in gedachte al in vlammen opgaan. Is dit dan al het einde van ons motoravontuur door Centraal-Azië dat eigenlijk drie maanden zou duren?
Gelukkig valt het allemaal mee, het rubber tussen frame en tank blijkt eruit te zijn gevallen, waardoor de tank is doorgeschuurd. Waarschijnlijk doordat de motor een maand lang heeft staan schudden in de goederenwagon van Rotterdam naar Almaty. De volgende dag lopen we naar de bazaar aan de overkant van ons hotel en na lang zoeken vinden we kneedbaar staal. De tank wordt gerepareerd en eindelijk kunnen we aan ons avontuur beginnen. Het is een aangename 30° en we rijden in noordelijke richting. De route is deel van een van de oude zijderoutes tussen Europa en Azië, die al voor het begin van onze jaartelling werden gebruikt voor het drijven van handel. Herinneringen aan deze belangrijke historische functie zien we echter nergens. De weg naar Altyn-Emel National Park, bekend om haar ‘zingende zandduinen’, staat niet aangegeven en op goed geluk volgen we de GPS dan maar. In een dorp vragen we de weg aan een vrouw, die toevallig net water haalt bij een pomp. Ze wijst naar een landweggetje. We volgen haar aanwijzing, maar na drie uur zijn er nog altijd geen duinen te zien. We lijken verdwaald en houden daarom maar koers zuid aan op de GPS. Plots stuiten we op een vrachtwagen met wooncabine, in de zomermaanden de thuisbasis van Murat en zijn vrouw Dora blijkt niet veel later. Murat is parkopzichter, houdt niet alleen toezicht maar leidt de toeristen ook rond. Als we vragen waar de duinen zijn, laat hij een kaart zien. We zitten compleet verkeerd. We moeten terug naar de hoofdingang, dat is echter zo’n eind om dat we de duinen maar laten voor wat ze zijn. Om snel weer op de goede weg te komen, biedt Murat aan om ons voor te rijden op zijn Ural zijspan. Een aanbod dat we gretig aanpakken. Hij blijkt echter moeilijk bij te houden, het voelt alsof we met een rally bezig zijn. Zo zijn we echter wel weer snel op de goede weg en dankbaar nemen we dan ook even later afscheid, om aansluitend op een prachtig plekje onze tent op te zetten. Het is druk aan de grens met Kirgizië. Auto’s staan bumper aan bumper en proberen ons weg te drukken. We staan er al meer dan een uur tussen en de zon brand op ons hoofd, maar uiteindelijk zijn alle papieren in orde en kunnen we onze weg vervolgen. We rijden de hoofdstad Bishkek binnen en vinden al snel een guesthouse. Sinds het uiteenvallen van de Sovjet Unie in 1991 is Kyrgyzstan zelfstandig. Een fraai marmeren monument waarop soldaten een afgescheurd stuk land wegduwen herinnert aan deze scheiding. We laten Bishkek achter ons en rijden de Dolon pas op. De gravelweg is erg stoffig en als we de vrachtwagens inhalen zien we niets. Gekkenwerk eigenlijk, maar erachter blijven rijden is ook geen optie. Op de 3.022 meter hoge pas is het uitzicht over Tien Shan bergketen werkelijk fenomenaal. We bevinden ons op een hoogvlakte met rondom ons grillig geel en bruin gekleurde bergen. In de schaduw van de laagstaande zon doet dit landschap welhaast surrealistisch aan. Bij Naryn nemen we de afslag richting Kazarman. De route voert door een van de meest desolate gebieden van Kirgizië. Vanaf Ak-Tal wordt de weg erg slecht. De stenen worden groter, de hairpins smaller. De weg slingert zich omhoog en overal zien we yurts staan, ronde tenten van katoen en huiden, bevestigd op een houten frame. Vele inwoners trekken in de zomermaanden met hun vee naar de jailoos (bergweiden) en wonen als halve nomaden in hun yurt. De weg richting dal is zo mogelijk nog slechter en smaller. Soms nog maar een auto breed. Diepe afgronden tekenen de rechterzijde, steile wanden, waar af en toe gruis en stenen vanaf brokkelt, de linkerkant. Kleine smeltwaterriviertjes snijden daarbij de weg op in kleinere delen. Soms loopt het water tientallen meters mee over de weg naar beneden toe en de geulen die zo ontstaan, maken het rijden er niet makkelijker op. Geconcentreerd dalen we af. Bij een mooi vlak stukje gras, waar een aantal bruine en zwarte paarden grazen, zetten we de tent op. Het is helder en een mooie sterrenhemel kleurt de nacht. De bergen worden hoger, kaler en grilliger en het uitzicht is werkelijk fantastisch. De Taldyk pas (3.615 meter) is zeer goed geasfalteerd, en waar nog geen asfalt ligt wordt hard gewerkt om ook deze delen zo strak mogelijk te maken. Het zijn veelal Chinezen die hier aan de weg werken, om zo een betere economische route te bouwen met de omringende landen. Hoe hoger we komen, hoe lager de temperatuur. Er staat een harde wind en voor het eerst hebben we het echt koud. Als we het plaatsje Sary-Tash naderen, zien de besneeuwde toppen van Tadzjikistan al liggen. We gooien de tanks vol en nemen onze intrek in het Sary-Tash guesthouse. De volgende ochtend contrasteren de hoge witte bergen enorm met de blauwe lucht. Ik stop om het prachtige beeld goed in me op te nemen. De toppen reiken tot over de zesduizend meter, waarbij de Lenina met 7.134 meter de echte kroon spant. Het uitzicht is adembenemend. Figuurlijk, maar ook letterlijk. We zitten op vierduizend meter hoogte en alleen al het afstappen van de motor voor het maken van foto’s, doet je naar lucht snakken. De grens met tussen Tadzjikistan en Kirgizië is binnen tien minuten genomen en we rijden nu in niemandsland over de Kazyl-Art pas van 4.336 meter hoogte. Op de top stuiten we op twee beelden: één behelst de kaart van Tajikistan, het ander betreft een steenbok. Hoewel we gewoon Tadzjikistan in mochten, hebben we van de douane wel te horen gekregen dat we niet verder mogen dan Murgab. Er zijn onlusten tussen de Pamir, een autonoom volk hier in de bergen, en de Tadzjiken. Zoals altijd draait het ook hier weer om onafhankelijkheid, waarbij de roep om autonomie telkens weer bloedig de kop wordt ingedrukt door het militaire regime. Het deel van de Pamir Highway waar we nu rijden lijkt wel op een veredeld wasbord. Om niet alle vullingen uit de tanden te verliezen moeten we op de voetsteunen staan. Een weinig comfortabel ritje, dat evenwel wordt beloond met een prachtig, muisstil meer. Dwars door het water loopt een hekwerk dat de grens met China vormt. Het wateroppervlak lijkt wel een spiegel en reflecteert het hekwerk en de witte bergen met de blauwe lucht. Waanzinnig! We nemen onze intrek in Aigerim homestay in Karakol, dat aan het gelijknamige meer ligt. Een klein Bed & Breakfast waar we met het eten kunnen aanschuiven bij de bewoners. Een ideale manier om te zien hoe ze hier leven. Naast twee B&B’s lijkt de rest van het dorpje verlaten. Veel huisjes zijn leeg en vervallen. Er is hier ook niets om van te leven. De volgende dag maken we een tour naar de Akbaytal Pas. Een goede gravelweg slingert de hoogte in, waarbij de uitzichten op de besneeuwde bergen werkelijk fantastisch zijn. Het voelt alsof we hier alleen op de wereld zijn. Vechtend tegen de koude wind bereiken we de top van de pas: de GPS geeft 4.678 hoogtemeters aan! Waanzinnig, zo hoog kan je in Europa niet eens wandelen. Dagenlang rijden we door het hooggebergte over schitterende onverharde bergpassen. Het ene uitzicht is nog mooier dan de andere. In een klein bergdorpje vullen we onze proviand aan met pasta, koekjes, chocola en blikjes vis. Benzine is er helaas niet, bijzonder spijtig aangezien we al op reserve rijden. Wanneer we weer op een asfaltweg met meer verkeer stuiten, zien we gelukkig ook een tankstation. Alhoewel die benaming wellicht wat al teveel eer is, de benzine wordt namelijk verkocht vanuit flessen ‘s Avonds vinden we op een eenzame bergkam een plekje met uitzicht op het meer Song Kol. Een uitstekende plek om te kamperen. De tent staat nauwelijks of er komt een herder te paard voorbij. Hij slaat onze verrichtingen aandachtige gade. De man, met een sterk verweerd gezicht dankzij het onbarmhartige klimaat, waarschuwt met gebaren dat het vannacht koud gaat worden. We tonen onze dikke slaapzak, die instant een goedkeurende duim van hem ontvangen. Communiceren kan zo makkelijk zijn, zelfs al ken je elkaars taal niet. ‘s Nachts daalt de temperatuur inderdaad tot onder nul, ’s ochtends zijn zowel tent als motoren dan ook bedekt met een dun laagje rijp. Terwijl er op het benzine brandertje in een paar minuten een heerlijk warme kop koffie wordt getoverd, doet de aan kracht winnende zon de rijp smelten. Oppakken en op weg dan maar weer! Mongolië is ons volgende doel. Een korte doorsteek via China is niet mogelijk, omdat we geen visum voor het land hebben. En dus moeten we bijna tweeduizend kilometer omrijden via Kazachstan en Rusland. Zaten we een paar dagen geleden nog in de bergen met temperaturen rond het vriespunt, nu rijden we over de eindeloze steppen van Noordoost-Kazachstan met temperaturen tot wel 40°. Het is extreem rustig, de enige reisgenoten zijn dromedarissen, die regelmatig de weg oversteken. Verder niets. En dat niets mag je letterlijk nemen. In jaren ’60 van de vorige eeuw gebruikte de voormalige Sovjet-Unie dit gebied voor meer dan vierhonderd nucleaire testen. De omliggende dorpen werd alleen niets verteld, niemand werd geëvacueerd met alle tragische gevolgen van dien. De weg door de steppe is geasfalteerd, wat niet betekent dat hij ook goed begaanbaar is. Het wegdek is bar slecht, een regelrechte aanslag op de rug. Eenmaal in Rusland wordt het gelukkig beter, waarbij het vlakke landschap ook nog eens plaatsmaakt voor het prachtige Altay gebergte. Na drie dagen toeren door het Altay gebergte arriveren we eindelijk bij de grens met Mongolië. Het land van Dzjengis Khan en nomaden, die op hun paarden over de uitgestrekte steppen trekken. Al jaren dromen we van dit land en nu zijn we er echt. Het wordt al donker wanneer we de grensformaliteiten achter ons hebben en in de stromende regen rijden we een paar kilometer verder, om daar de tent op te zetten. Dankzij de regen is de route de volgende dag gelukkig niet zo stoffig. Vanuit West-Mongolië zijn er twee routes die naar de hoofdstad Ulaan Bataar voeren: een noordelijke en een langere, maar meer afwisselende zuidelijke route. We kiezen voor de zuidelijke route, maar zijn al snel het spoor bijster. Tenminste, we rijden in de goede richting, maar er gaan meerdere wegen die kant op. Kaart en GPS geven er echter maar één aan. We nemen de route links de berg om, maar dat lijkt een verkeerde beslissing te zijn. De vrachtwagensporen worden zo diep dat de koffers over de grond schaven. Sommige stukken zijn bovendien nog erg modderig, wat ons doet besluiten om om te keren en de rechter route te pakken, die duidelijk beter te berijden is. We rijden over een enorm uitgestrekte vlakte, waarbij verschillende paden uitwaaien in alle windrichtingen. Ze zijn allemaal even slecht, op een gegeven moment rijden we al tientallen kilometers over wegdek dat nog het best te betitelen is als wasbord. Iedere keer proberen we een ander spoor uit te zoeken, maar blijken telkens de verkeerde te kiezen. Het lijkt wel of alle wegen simpelweg belabberd zijn. Het landschap evenwel is domweg waanzinnig. Soms staat er in het midden van niets een ger (nomadentent) waar een complete familie woont. Onderweg komen we een paar groepen kamelen tegen. Verder niets. We bevinden ons aan de rand van de Gobi woestijn en het is hier merkbaar warmer. En stoffig, alles wat we beet pakken zit onder het fijne stof. Wanneer we een dorpje in rijden heerst er een gezellige drukte, er blijkt een Mongoolse worstelwedstijd gaande, wat veel bezoekers trekt. We zien nog net hoe de dikste worstelaar van allemaal in de finale zijn tegenstander hard op de grond gooit en daarmee de wedstrijd wint. Voor de plaatselijke bevolking is dit blijkbaar een bijzondere gebeurtenis, want ze hebben allemaal hun beste kleding aangetrokken. Zijdeachtige lange jassen, vaak met gekleurde motieven erin verwerkt, behangen met medailles en protserige hoeden met piek. Zelfs de allerkleinsten hebben al zo’n hoedje op. Indrukwekkend om van zo’n bijzondere gelegenheid getuige te mogen zijn. Tergend langzaam, bij 30° laveren we tussen de meute auto’s door op weg naar het guesthouse Oasis in Ulaan Bataar. Een enorm contrast met de vrije natuur waar we de afgelopen weken doorheen hebben gereden. Oppassen ook, dat we niet door een SUV omver worden gereden. Eindelijk bereiken we Oasis, een treffende naam voor de fijne rustplaats in een chaotische miljoenenstad. We krijgen een slaapplaats in een ger en blijven een paar dagen zodat we de motoren een klein onderhoudsbeurtje kunnen geven. En natuurlijk ook om wat van de plaatselijke cultuur op te snuiven. Op het Sukhbaatar plein in het centrum van de stad staat een groot beeld van Damdin Sukhbaatar. Hij wordt gezien als de vader van de Mongoolse revolutie, die in 1921 de onafhankelijkheid van China inluidde. Aan de rand van het plein staat het regeringsgebouw met een groot bronzen beeld van Dzjengis Khan, de legendarische veroveraar. We bezoeken nog de Gardan Khiid, een boeddhistisch klooster en eten Tsuvai, een traditioneel pastagerecht met gemengde groente, in een van de gezellige kleine restaurantjes. Vijftig kilometer ten oosten van Ulaan Bataar staat het jongste, pas in 2010 geopende Dzjengis Khan monument: een indrukwekkend, 40 meter hoog zilveren beeld van de stichter van Mongolië op zijn paard. Het monument staat precies op de plek waar Dzjengis Khan zijn ‘golden wip’ had, een soort visioen over zijn toekomstige veroveringen. Dat waren er veel trouwens, in de 12e en 13e eeuw veroverde Dzjengis Khan met zijn leger hele stukken van Azië en Europa. Zijn rijk reikte van Turkije tot aan China, hij wordt daarom nog altijd als één van ’s werelds grootste veroveraars ooit beschouwd. Onze reis duurt nog een maand en daarom beginnen we aan de lange terugreis via Siberië, Rusland en de Oekraïne. We nemen afscheid van de mensen van Oasis, pakken alles weer op en starten onze Suzuki’s. We zijn blij weer onderweg te zijn, weg uit de drukke stad en gewoon weer ’s avonds ons tentje opzetten. De slingerende weg over de groene steppe voert ons naar het noorden van Mongolië, waar een van de grootste Boeddhistische tempels ter wereld staat: het Amarbayasgalant klooster. Een stenen muur omringt het oude tempelcomplex, dat werd gebouwd tussen 1727 en 1737. Vele tempels in Mongolië zijn in 1937 door de communistische regering verwoest, omdat deze vond dat geen plaats was voor religie. Deze heeft het gelukkig overleefd. De tempeldaken zijn deels met gras begroeid en dikke houten palen, waarvan de verf verweerd is door het gure klimaat, ondersteunen de gebouwen. Het bouwwerk, met overal gebedsmolens, is versierd met goudkleurige beelden en vlaggetjes, die de gebeden met de wind meevoeren. Binnenin de grootste tempel heerst een serene, bijna mystieke rust. Een gouden Boeddha op een altaar kijkt vreedzaam op ons toe, wanneer we al het moois bewonderen. De innerlijke rust zou bijna tot hemelse hoogte stijgen, ware het niet dat de stilte ruw verstoord wordt door het geluid van snerpende elektrische gitaren. Op een binnenplaats blijkt een Mongoolse band zijn kunsten te vertonen, de harde rock galmt tussen de oude tempels. Het contrast kan bijna niet groter: serene rust afgewisseld met headbangende rockers. Cool! We zijn terug in Rusland en voelen ons alweer bijna thuis. De bevolking is vriendelijk en behulpzaam, maar het rijden tussen de auto’s en vrachtwagens is er levensgevaarlijk. Inhalen op jouw weghelft, het komt dagelijks meerdere keren voor. Voor veel Russen reden om hun auto uit te rusten met een dashboard camera, als bewijsmateriaal na een ongeval. Regelmatig zijn er politiecontroles, echte, maar soms ook staat er een levensgrote, uit hout gefiguurzaagde politieauto. Pas op het laatste moment zie je dat deze nep is. Best effectief eigenlijk. Na een lange trip bereiken de uiteindelijk het Baikal meer in Zuidoost-Siberië, met 1.642 meter diepte het grootste zoetwaterreservoir ter wereld. We zoeken een mooi plekje aan de rustige oostkant van het meer. Als de tent staat nemen een dip in het ijskoude water en ’s avonds met een lekkere bak koffie tussen de handen geklemd genieten we van een schitterende zonsondergang. Het is hier zo vredig en rustig, dat we besluiten nog een dagje blijven om uit te rusten. De dagen erna rijden we langs de Transsiberische spoorlijn. De goederentreinen zijn werkelijk immens. Wanneer we moeten wachten bij een spoorwegovergang tellen we er één met 77 wagons, die wordt getrokken door drie zwart rokende dieselloks. De herfst begint vroeg in Siberi, de bladeren beginnen al te verkleuren. Ook de temperatuur gaat snel omlaag, komt overdags vaak niet meer boven de 10°. Als het dan ook nog begint te regen, verkleumen we helemaal van de kou. We moeten vaak stoppen bij kleine wegrestaurantjes om ons op te warmen met een hete kop koffie. Omdat ook de tijd begint te dringen, maken we lange dagen van tegen de 500 kilometer. Terugrijdend naar het westen passeren we vijf tijdzones en winnen zo één uur per dag. We rijden dus eigenlijk ‘back to the future’. Tussen de berken en naaldbomen in de taiga zetten we de tent op en maken een kampvuur. Het vuur knispert en starend in de vlammen dwalen de gedachten af naar wat we de afgelopen maanden hebben beleefd. Naar de mensen die we hebben ontmoet. Naar alles wat we hebben gezien. Een trip door misschien wel het meest onherbergzame gebied ter wereld. En in het spoor van Dzjengis Khan voelt het inderdaad als zegetocht. Met als beloning een overwinning op onszelf! ________________________________________ [INFOKASTEN] INFO CETRAAL-AZIË De landen in Centraal-Azië (Kazachstan, Kyrgyzstan, Tajikistan), evenals Rusland en Mongolië zijn fascinerend om met de motor te ontdekken. De landschappen zijn adembenemend mooi en heel divers, van uitgestrekte steppen in Kazachstan en Mongolië en onophoudelijke taiga bossen in Rusland, tot aan de hooggebergten in Kyrgyzstan en Tajikistan tot over de 7.000 meter. Oude culturen en gastvriendelijke mensen maken reizen in deze landen een onvergetelijke ervaring. ALGEMEEN De beste reistijd is van mei tot oktober. In mei kunnen echter sommige bergpassen nog dicht zijn, terwijl de winter in Siberië al vroeg, zeg oktober, begint. Bovendien kan in juli de temperatuur in Kazachstan oplopen tot over de 40°. Ofwel, door de verscheidenheid aan landschappen en klimaat is het raadzaam om voor alle seizoenen (motor)kleding bij je hebben. Datzelfde geldt ook voor je kampeeruitrusting (stormvaste tent, slaapzak tot -5°). Het is trouwens handig om altijd cash geld bij je te hebben, bij voorkeur in de vorm van Amerikaanse Dollars. In de grote steden kun je met creditcard (visa, mastercard) makkelijk geld opnemen bij een pinautomaat. Eten en water zijn overal verkrijgbaar waar mensen zijn. Over het algemeen zijn de mensen vriendelijk en gastvrij, echter zeker in Rusland is alcohol een populair genotsmiddel, wat wel eens voor overlast kan zorgen. Wij hebben het merendeel in de vrije natuur gekampeerd en dat is in die landen geen enkel probleem. Je staat meestal in het zicht en krijgt ook vaak bezoek, maar dat is alleen uit interesse. LITERATUUR De bekende reisgidsen van Lonely Planet (www.lonelyplanet.com) geven voldoende informatie over de landen en culturen. Kaarten van Reise Know How (world mapping project) (www.reise-know-how.de) voldoen prima en via OpenStreet Maps kun je gratis kaarten downloaden voor je GPS (www.openstreetmap.org). Veel info en motorreisverhalen zijn ook te vinden op www.horizonsunlimited.com, www.advrider.com en natuurlijk op ons eigen blog www.bikebrothers.nl. DOCUMENTEN Voor alle beschreven landen is een visum verplicht. Het makkelijkst en snelst is om de aanvragen uit te besteden aan een commercieel visumbureau, bijvoorbeeld www.visumwinkel.nl of www.visumdienst.com. Enige reisplanning vooraf is daarbij wel noodzakelijk, aangezien sommige visa maar een beperkte geldigheid hebben. Voor de motor dien je bij de afzonderlijke grenzen een formulier in te vullen (tijdelijk invoerbewijs), dat weer afgegeven moet worden wanneer je het land verlaat. Een carnet de passage is niet nodig, een verplichte motorverzekering werd enkel in Mongolië verlangd. Deze was simpelweg bij de douane te koop. MOTOREN EN REIS De motoren zijn met Mainport-Rotterdam in een krat en container over het spoor naar Almaty in Kazachstan vervoerd. Peet van Mainport-Rotterdam heeft zeer veel ervaring met motortransport en heeft alle douane formaliteiten geregeld (peet@mainport-rotterdam.com). Ideaal voor een dergelijke onderneming is een offroad/allroad motor met een actieradius van minimaal vierhonderd kilometer. Hou er daarbij wel rekening mee dat op sommige plaatsen enkel benzine met octaangehalte 80 voorhanden is. Afhankelijk van het type motor is het eveneens aan te raden voldoende slijtage- en reserve onderdelen mee te nemen. Passende onderdelen zul je onderweg namelijk niet snel vinden. Vliegtickets zijn geboekt bij Ukraine International en kosten nog geen € 400,-. CONTACT Rusland: www.russiatourism.ru Kazachstan: www.visitkazakhstan.kz Mongolië: www.mongoliatourism.gov.mn Kirgizië: www.kyrgyzjer.com Tadzjikistan: www.visittajikistan.tj